De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

Luther's verklaring van Paulus' brief aan de Galaten.

7 minuten leestijd

Schrijver ; lezers ; groet, hfdst. 1 : 1-5. (II) De zekerheid van Paulus' roeping. (II)
Maar wat heeft Paulus met dit roemen voor ? Hierop antwoord ik : het dient daartoe, dat ieder dienaar des Goddelijken Woords van zijn roeping moet verzekerd zijn, opdat hij tegenover God en menschen met stelligheid kan betuigen, dat hij het Evangelie verkondigt als iemand, die daartoe geroepen en gezonden is, gelijk een gezant des konings er zich op beroemt, dat hij niet als particulier persoon komt, maar als door den vorst gezonden. Krachtens zijn waardigheid van gezant des konings, wordt hem eer bewezen, zoodat hij boven anderen in aanzien staat en de eerste plaatsen inneemt, wat niet het geval zou zijn, wanneer hij slechts een particulier iemand was.
Derhalve moet een verkondiger van het Evangelie er zeker van zijn, dat hij van Godswege geroepen is, en het is van groot nut, dat hij, naar het voorbeeld van Paulus, zijn bediening heerlijk make, en ten overstaan van de menschen zich daarop beroeme, zoodat hij bij zijn toehoorders aanzien krijgt, evenals een gezant des konings, die op zijn zending prat gaat.
Wanneer een gezant uit naam des konings iets uitgevoerd wil hebben, van de zijde der onderdanen, dan zegt hij niet : „wij verzoeken", maar : „wij bevelen, wij wenschen, dat dit of dat geschieden! zal". Als willekeurig persoon zou hij echter zeggen : „wij verzoeken".
Zoo ook hij Paulus. Wanneer deze zijn roeping heerlijk maakt, dan verheft hij zich niet, zooals velen meenen, op aanmatigende wijze boven anderen, maar dan prijst hij zijn apostelambt noodzakelijkerwijze met heiligen trots aan. En dat doet hij, omdat de nood hem opgelegd is, en hij gezag moet verkrijgen, opdat zijn hoorders geneigd en willig zullen zijn, om zich door hem te laten onderrichten. Want zij luisteren niet naar een man, die Paulus heet, maar in den persoon van den apostel naar den Christus Zelf, en naar God den Vader, Die Hem gezonden heeft.
Gelijk nu de menschen schuldig zijn, Gods gezag en Zijn majesteit te eerbiedigen, — zoo moeten zij ook Zijn gezanten, die Zijn Woord brengen, den hoogsten eerbied bewijzen, en naar hen luisteren.
We hebben hier te doen met een merkwaardige plaats, want de apostel blijkt zeer trotsch te zijn op zijn roeping. Hij beroemt er zich zóó op, dat hij alle anderen veracht. Wanneer echter iemand alle anderen minder acht dan zichzelf, gelijk menschen gewoonlijk doen, dan begaat hij een geweldige dwaasheid, en tevens een schrikkelijke zonde. Hier evenwel is dit roemen noodzakelijk, want het strekt niet tot Paulus' of ónze eer, maar tot prijs van God, Wien daardoor een offer van lof en. dank wordt toegebracht. Door dit roemen wordt namelijk de Naam of de genade en barmhartigheid Gods in de wereld openbaar.
De brief aan de Galaten begint dus met deze woorden : Paulus, een apostel, niet geroepen van menschen, enz.
Reeds terstond in den aanvang valt Paulus de valsche leeraars aan, die er op pochten, dat zij discipelen der apostelen en door hen gezonden waren. Paulus echter verachtten zij, omdat hij noch een discipel der apostelen, noch door iemand gezonden was, om het Evangelie ie verkondigen. Naar hun meening was de apostel van elders ingeklommen, en had hij zich eigenmachtig in het ambt gesteld. Tegen hen, die deze gedachten waren toegedaan, verdedigt de apostel zich.
Onder hen, die „van menschen geroepen" zijn, versta ik dezulken, die zichzelf aangesteld hebben en binnengedrongen zijn, terwijl noch God, noch menschen hen geroepen of gezonden hebben, en die op eigen gezag handelen en spreken.
Zoo zijn er ook heden ten dage dwaalzieke geesten, die om hoeken heimelijk binnensluipen en gelegenheden zoeken, om hun gif uit te braken, (want in openbare kerken komen zij niet). Ook kan men ze vinden, waar het Evangelie reeds vasteren voet heeft gekregen. Wie dit doen, noem ik „van menschen geroepen".
„Door een mensch geroepen" noem ik hen, die weliswaar een Goddelijke roeping hebben, maar welke zij niet direct van Godswege ontvangen hebben, maar door middel van een mensch.
Er is derhalve tweeërlei Goddelijke roeping. De eene is direct ; de andere middellijk. God roept ons allen in dezen tijd tot de prediking van Zijn Woord door een middellijke roeping, te weten door een roeping, die plaats heeft door middel van een mensch. De apostel daarentegen is onmiddellijk door Christus Zelf geroepen, evenals de profeten des Ouden, Testaments.
Later hebben de apostelen hun discipelen geroepen, gelijk bijvoorbeeld Paulus Timotheüs en Titus, welke laatste op zijn beurt weer ouderlingen aangesteld heeft, gelijk in Titus 1 vers 5 geschreven staat. De ouderlingen riepen weer hun opvolgers. Deze roeping is tot heden gebleven, en zij zal bestaan tot aan het einde der wereld. Zij is een middellijke roeping, omdat zij geschiedt door menschen, maar toch is zij ook Goddelijk.
Deze wijze van roeping moet men niet ver­ anderen, maar in waarde houden, met het oog op dwaalzieke lieden, die haar verachten, en een andere manier van doen verheerlijken, waartoe zij, volgens hun zeggen, door den Geest gedreven worden. Maar dergelijke bedriegers liegen. Wel worden zij door een geest gedreven, maar het is geen goede geest, doch een booze.
Mij is het niet geoorloofd, uit deze plaats naar een andere stad te gaan, waarheen ik niet als dienaar des Woords beroepen ben. Tenminste niet als predikant. In mijn kwaliteit als doctor echter, zou ik onder het gansche pausdom kunnen prediken, als men mij maar liet begaan. Maar als dienaar des Woords mag ik dat niet doen : zelfs niet, wanneer ik hoorde, dat daar valsche leeringen verspreid werden, en men de zielen verleidde en ten onrechte veroordeelde. Ik zou zulks niet mogen, al zou ik ter plaatse door mijn zuivere leer de menschen uit dwalingen en valsche veroordeelingen kunnen verlossen.
Ik moet echter deze zaken Gode bevelen. Op Zijn tijd zal Hij gelegenheid vinden, om wettelijk predikers Ie beroepen en Zijn Woord te doen verkondigen. Want Hij is de Heere des oogstes. Die arbeiders in Zijnen wijngaard uitstoot. Op óns rust echter de plicht, daarom te bidden.
Men mag zich dus niet indringen in eens andersmans oogst, waartoe de duivel zijn onderdanen gewoon is aan te zetten, opdat zij maar ongeroepen rondloopen, en in brandenden ijver als voorwendsel aanvoeren : het smart ons, dat de menschen zoo schrikkelijk verleid worden. Zij dienen zich aan als lieden, die de waarheid leeren, en degenen, die verleid zijn, uit de strikken van Satan willen bevrijden.
Zelfs indien iemand elders met heiligen ijver en goede bedoelingen, door de zuivere leer, de zielen, die verleid zijn, van dwalingen wil verlossen, — dan nóg ontstaat er een slecht voorbeeld, waardoor aan goddelooze leeraren gelegenheid verschaft wordt, zich in te dringen ; want door middel van dezulken beklimt de Satan naderhand den kansel en richt hij groote schade aan.
Wanneer een vorst of een ander overheidspersoon mij echter beroept, dan kan ik met zekerheid en vertrouwen mij tegenover den duivel en de vijanden van het Evangelie er op beroemen, dat ik op Gods bevel door middel van een menschelijke stem geroepen ben. Want door den mond van den Vorst heb ik Gods bevel, en daardoor ben ik verzekerd, dat mijn roeping waarachtig en van Godswege is. Al ben ik dus niet onmiddellijk door Christus beroepen, zooals de apostelen, maar door een mensch, — dit neemt niet weg, dat ook wij op Goddelijk gezag beroepen zijn.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's