VRAGEN BUS
Vraag: Is het waar, zooals velen zeggen, dat „de christelijken" godsdienst en politiek willen vermengen ? En is dat niet af te keuren in „de christelijken" ? Moet politiek niet politiek zijn en blijven ; en moet de godsdienst, als heel iets anders zijnde, van de politiek niet gesepareerd gehouden worden ?
Antwoord : Het is ons bekend, dat velen zoo redeneeren, ook menschen van christelijke belijdenis. Ze zeggen inderdaad : politiek moet politiek blijven, en godsdienst moet niet met politiek vermengd worden, want dan vertroebeld men de zaak. Politieken bij politieken — zegt men; en de godsdienst er buiten !
Maar voelt men niet, dat men hier de dingen scheef trekt en verkeerd voorstelt — bewust of onbewust van 't geen waarom het hier gaat, redeneerend ?
De zaak staat in werkelijkheid zóó : „de christelijken" willen politiek tegenover politiek stellen, anders niets. En de politiek van het liberalisme en het rationalisme wordt dan door beginselen gedragen — de politiek van „de christelijken" óók, maar door andere beginselen. Aan beide kanten is het een beginsel-politiek ! Maai éénerzijds een politiek, waarvan het leidend beginsel was : met de openbaring, met Gods Woord, met Gods Wet hebben we op politiek terrein niets te maken, de mensch is hierbij het denkend en uitwerkend wezen, oordeelend naar zijn menschelijke meeningen en gevoelens — terwijl anderzijds gevoeld en geleerd werd : in alles, óók in de politiek, is de mensch, de christen geroepen met den Schepper aller dingen rekening te houden en te vragen aan God : wat wilt Gij, dat wij doen zullen ?
Hier is verschil van politieken grondslag; verschil van bron, verschil van wegen en middelen ; verschil van doel !
Denk aan den schoolstrijd. Het gaat om het onderwijs, om de opvoeding en de vorming van onze kinderen, van de kinderen van ons volk, de toekomst van onze natie. Dat school-onderwijs heeft het libelarisme naar eigen beginselen ingericht : het éénheidsonderwijs voor Christen en Jood, voor Protestant en Roomsche, voor Gereformeerden en Remonstranten, opdat ze straks allen één zouden zijn als burgers van Nederland. Het hoogste ideaal was daarbij : éénheid in burgerschap. En om dat te bereiken : moest het onderwijs neutraal zijn. Geen godsdienst met het onderwijs vermengen — zei men. Onderwijs is onderwijs en onderwijs is geen godsdienst ! In Indië moest de neutrale openbare school komen, met éénheidsonderwijs, voor Nederlander en Mohammedaan en Javaan, opdat ze straks allen één zouden zijn als Nederlandsche onderdanen. Het hoogste ideaal was daarbij : éénheid als onderdanen. En om dat te bereiken moest het onderwijs neutraal zijn. Geen godsdienst met het onderwijs vermengen — zei men. Onderwijs is onderwijs en onderwijs is geen godsdienst ! In de Noordelijke- en in de Zuidelijke Nederlanden, in Nederland èn in België, moest éénheidsonderwijs zijn, op de neutrale openbare schooi, voor allen toegankelijk, opdat de Nederlanders en de Belgen spoedig één volk zouden zijn. Volkséénheid was het ideaal. En daarom : de godsdienst er buiten ! Onderwijs is onderwijs !
De geloovige Protestant, de Roomsche, de Mohammedaan, de Christen, de Nederlander, de Belg — ze hebben allen gezegd aan het adres van het verlichte liberalisme, aan het adres van het denkend deel der natie : Gij vermengt het onderwijs en héél uw politiek met u w beginselen, en daarvoor bedanken wij, die andere beginselen hebben. Gij beginselen, wij óók beginselen. En we laten onze beginselen door u niet afslachten !
Dat is de toeleg van het liberalisme altijd geweest : de beginselen van anderen afslachten ! En aan het adres van „de christelijken" zei men altijd :
GIJ vermengt uw godsdienst met de politiek, met het onderwijs, met alles. Maar dan hebben „de christelijken" altijd gezegd : wij vermengen de politiek, het onderwijs, het economisch leven, de kunst, de wetenschap, het recht en alles niet met onzen godsdienst, als ware dat een verboden, schadelijk iets. Neen, bij u wordt alles gedragen door u w beginselen, bij ons wordt óók alles gedragen door beginselen en wel door dit beginsel : als mensch moeten wij God dienen en als zondaar kunnen wij nooit en nergens Christus missen. Daarom God, de Schepper aller dingen, erkennen in al onze wegen en Christus, de Zaligmaker, in alles belijden ! Dat is niet godsdienst vermengen met de politiek, het onderwijs, enz., maar dat is aan het leven in al z'n vertakkingen en verhoudingen, het beginsel geven, waarbuiten het leven niet kan. Wat we dan ook als Christenen, met Gods hulp, zooveel mogelijk willen doen, om naar alle geboden Gods te beginnen te leven. Dat moeten we doen, anders is ons dagelijksch gebed: „Uw wil geschiede", een leugen ! En daarom willen we het ook doen en zullen het doen, overal en altijd, zoo God ons daartoe genade, licht, wijsheid, lust en kracht geeft. En we zijn er tot in het diepst van onze ziel van overtuigd, dat wij met deze onze christelijke beginselen de politiek, het onderwijs, het maatschappelijk leven, het huwelijks- en gezinsleven, enz., niet verknoeien (zooals het liberalisme in z'n glorietijdperk hatelijk aan mannen als Groen van Prinsterer, Kuyper, Lohman, Talma, Idenburgen zoovele anderen toevoegde, tot in 's lands raadszaal toe) ; integendeel, hier ligt de ware bron van klare wijsheid en hier is de weg van waarachtigen zegen voor land en volk. „Ken den Heere in al uwe wegen". „Zonder Mij kunt gij niets doen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's