De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

4 minuten leestijd

Mijnheer de Redacteur,
Gij hebt ons in het onderschrift onder ons ingezonden stuk in Uw blad „De Waarheidsvriend" d.d. 5 Januari gedwongen, andermaal op de zaak, waarover wij schreven, terug te komen.
Alvorens echter tot de beantwoording van de door U gestelde vraag over te gaan, dient eerst iets, wat scheef getrokken is, recht te worden gezet. „Wie geeft aan de drie onderteekenaars", zoo vraagt U, „het recht" enz. (Men zie het onderschrift, nummer 5 Januari). Zeker, deze drie heeren zijn wel de onderteekenaars, maar als „Moderamen", doch het geheele bestuur heet voor het ingezonden stuk de verantwoording genomen. Nu de vraag beantwoord.
Voor ons liggen de nummers van de laatste jaargangen en wil U nu zelf eens nagaan hoeveel maal daarin door U werd geschreven over het Instituut „Godsdienstonderwijzer", 't zij rechtstreeks op den man af, 't zij zijdelings. Meer dan ons lustte. En hoe was de toon, waarop over dit Instituut werd geschreven ? Sprak daaruit achting en waardeering? Of kon ieder, die onbevooroordeeld wilde oordeelen, niet dadelijk proeven een geest van antipathie ? Thans liggen daar voor ons verschillende brieven, in deze dagen ontvangen, die het bewijs leveren, dat anderen er evenzoo over denken. Maar 't schijnt tot eens schrijvers kunst te behooren, om de dingen zoo te zeggen of te verzwijgen, dat men voor openlijke beschuldiging zich veilig gedekt waant. Als wij nu zeggen, dat we in , de nummers der laatste jaargangen tweemaal de naam lazen van een evangelist- Godsdienstonderwijzer — waarvan de een, naar ons werd medegedeeld, ethisch georiënteerd was — die de eer hadden een waardeerend woord van den hoofdredacteur in ontvangst te mogen nemen, wilt U ons dan eens zeggen, wat aan onze aandacht is voorbij gegaan ? Had al Uw schrijven overigens over dit Instituut, niet de beteekenis van een onderwijzer, die een jongen in zijn klas eens flink bij de kraag pakt, hem op een hardhandige manier door elkander schudt en hem recht in zijn bank zet ? Of waren er, die dat verdienden ? Goed, maar dan geeft dat nog geen recht, om zich op een bedekte wijze tegen het geheele corps te keeren. Of zouden we, als we die lijn willen doortrekken, haar ook niet verder kunnen doortrekken ? Hier zwijgen we, omdat wij niemand onaangenaam willen zijn, van wien wij geen onaangenaamheden in ontvangst hadden te nemen. Of zijn we bij achterlijkheid, wat ons in Uw onderschrift in de schoenen werd geschoven, ook wat overgevoelig geweest, zoodat we ons te gauw iets hebben aangerekend, waarvoor geen reden bestond ? Het oordeel hierover is aan U, Mijnheer de Redacteur.
U nogmaals dankend voor de plaatsing, teekenen wij ;
Het Moderamen van het bestuur der Ned. Herv. Bond van Godsdienstonderwijzers op Geref. Grondslag :
A. VAN BARNEVELD, Voorzitter. A. BLIJLEVEN, Secretaris. H. VAN DER VEEN, Penningmeester.

Onderschrift van den Hoofdredacteur.
De welwillende lezers, die volstrekt niet gesteld zijn op scherpe polemiek onder de broederen — en die zijn er gelukkig nog velen — zullen het zeker wel goed vinden, dat we in ons antwoord kort zijn. We weten allen nu wel, dat er Godsdienstonderwijzers-evangelisten zijn, die prachtig werk verrichten. En we weten helaas ! ook allen, dat er velen zijn, die misbruik maken van deze zaak, die de boel bederven en die, als ze niet oppassen, mee de oorzaak zijn, dat het Instituut zelve om hals gebracht zal worden. Het misbruik dat er van gemaakt wordt, door onbevoegden, is schandelijk en neemt 'n grooten omvang aan ; waarvan vele gemeenten, in heur goedgeloovigheid, de dupe worden.
In goed verband kan het tot een zegen zijn. Als men kwaad wil, wordt het tot een vloek. Dat moesten we nu eens allen saam gaan zien, om saam het goede te zoeken en het kwade uit te bannen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's