FINANCIËN
Wie zou het in onze dagen durven tegen te spreken, wat er staat in het Woord : „Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad".
't Is in een veelheid van vormen, dat het kwaad zich uitstort over den wereldakker, 't Gaat, zooals ge het kunt zien afgebeeld in dezen "tijd, in letterlijken zin, met de doorbrekende stroomen. Als hier en daar een dam van ijsschollen zich vastzet en de watermassa hoopt zich op, zoo is er niet aan te ontkomen : de doorbraak volgt. Geen enkele dijk kan deze druk op den duur weerstaan. Hel gevolg: van dit alles is, dat de watermassa's zich ontlasten over de lager liggende landen.
Hierbij zoudt ge onze tijden kunnen vergelijken. Het kwade hoopt zich steeds op, het klimt met den dag, het neemt in der tijden loop zulk een omvang aan, dat het eerder verbazing wekt, dat alles blijft, zooals het is -- oogenschijnlijk ten minste — dan dat heel de ordelijke samenleving wordt weggeslagen.
In het allerkleinste weerspiegelt zich, wal in het groote zich nog duidelijker afteekent. Daar is een loswoelen, daar is een wegscheuren van de fundamenten. De Dichter wijst hierop in een der Psalmen. „De fundamenten worden omgestooten".
De vraag rijst : „zou dit niet in het algemeen worden opgemerkt als een geweldig gevaar? " Het antwoord luidt: „heelemaal niet". Beluistert maar eens, wat in breede kringen wordt uitgedragen.
Wat gij vastigheden noemt, zien wij aan als resten van een wereldorde, die zich al te lang heeft weten te handhaven — doch zoo spoedig .mogelijk dient te worden opgeruimd. Het zelfde wat gij ziet in heel de wereld in onze dagen : Nieuwe wegen worden aangelegd, met het oude wordt zoo goed als niet gerekend, 't Heeft afgedaan. In de steden staat ge er voor, hoe radicaal hier wordt ingegrepen. Heele groote complexen worden weggevaagd.
Nu, zoo moet het nu ook gebeuren met heel de wereld. Uit een nieuwe wereldorde moet de komende tijd worden opgetrokken. Hel oude heeft uitgediend.
Zoo luidt de hoorbare en zichtbare prediking onzer dagen. Alsof het waarheid zijn zoude, dat dit de inhoud ware van 't Schriftwoord: „Het oude is voorbijgegaan, 't is alles nieuw geworden".
Wij leggen hier vlak tegenover dit woord uit het goddelijk Getuigenis: „de wereld gaat voorbij met al hare begeerlijkheden, doch het Woord des Heeren blijft tot in der eeuwigheid". De waarheid, hierin vervat, is niet twijfelachtig : wie een ander fundament legt dan hetgeen gelegd is, heeft op drijfzand zijn huis opgetrokken. Dit valt gewis. Het kan geen stormen doorstaan. Het scheurt, het breekt, het stort ineen. Zie, daarom is onze tijd zoo hoogst ernstig. Het eenige, wat wij in dezen nood ons zien opgedragen, is : het aangezicht des Heeren te zoeken in gemeenschappelijk gebed. Waar de vreeze Gods nog wordt gevonden, daarheen gaat de boodschap uit : laat ons den Heere aanloopen in de benauwdheid. Troost zoekende bij de belofte Zijns Woords : „Vreest niet, gij klein kuddeke, want hel is des Vaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven". Ziet, dan is de mogelijkheid werkelijkheid tevens.
In de grootste smarten Blijven onze harten In den Heer' gerust. Dan volgt er op : 'k Zal Hem nooit Hem mijn Helper Al mijn hoop en vergeten, heeten, lust.
Geve de Heere ons daartoe de leiding Zijns Geestes en neige Hij ons hart tot deze kinderlijke vreeze.
Thans volge ons overzicht. 1. De eerste post kwam deze keer uit Hattem. Op Nieuwjaarsmorgen was in de collecte aldaar een gulden gevonden voor den Geref. Bond ƒ 1.—
Den gever wordt dank gezegd voor dit voor ons duidelijk blijk van medeleven met onzen arbeid.
2. Uit de post, die hierop volgde, spreekt een even warm hart. Van collega Monster, uit Aalburg en Heesbeen, kreeg ik me toegezonden 25 gulden, waarvoor ik hem hartelijk dank zeg. Deze zending deed me recht goed „25.—
3. Uit de gemeente van Genemuiden kreeg ik een dubbele post. Ook hier werd op 1 Jan. gecollecteerd voor onze fondsen 5 gld. Hiernaast zond collega V. d. Hee 20 gld. van den Kerkeraad en 10 gld. uit de catech. bus. Alzoo tezamen 5 plus 20 plus 10 is „ 35.— Mag ik hiervoor mijn oprechten dank betuigen.
4. In aansluiting met wat voorafging mag ik evenzoo mijn erkentelijkheid betuigen voor de mij toegezonden gelden uit de catechisatiebus van collega Hop, uit Emst. Van hem kreeg ik
3 rijksdaalders op de giro „ 7.50 5. Onze vriend J. Bot, te Feijenoord, zond : me, zooals hij telkens doet, door hem ingezamelde gelden. Het busje, geplaatst bij den heer K., had deze keer als inhoud ƒ 3.50 ; waarbij door hem werd gevoegd een gift van A. A. v. Z. van ƒ 0.50. Tezamen alzoo „ 4.—
Hij wil onzen dank wel overbrengen aan de vrienden.
6. Op 8 Jan. preekte ik voor collega De Geus op De Bilt. Na den dienst kreeg ik van een der broeders een rijksdaalder voor onze fondsen. Dat dit voor mij meer dan een gewone vriendelijkheid beteekende, behoef ik niet te zeggen, 'k Zeg hem zeer hartelijk dank. „ 2.50
7. Van den heer S. D. B. te Zwolle krijg lik van tijd tot tijd mij een gift toegezonden. Ook deze week zond hij mij weer een rijksdaalder, waarvoor ik hem vriendelijk dank zeg „ 2.50
8. In den tegenwoordigen tijd krijgt.de brievenbus vaak heel veel waardelooze dingen te verwerken, 't Verhuist niet zelden regelrecht naar de prullemand. 't Doet daarom zoo recht goed, als er ook eens iets in wordt gedeponeerd, waaruit men iets anders mag aflezen. 'k Herinner mij nog levendig, hoe ik eens op een keer daarin een brief met inhoud aantrof, n.l. drie bankbiljetten van 1000 gulden voor onze fondsen. De naam van den gever is mij nooit duidelijk geworden. Hoe ik hieronder te moede was, kan ik niemand vertellen. Gode alleen werd dank gezegd.
Deze tijden liggen achter ons. Onze dagen geven wel een ander beeld. Zulke' geweldige sommen komen nu niet voor ; daarvoor leenen onze tijden zich niet meer. Toch zijn er nog van diezelfde levensuitingen, die uit dezelfde bron worden gevoed, al zijn ze wat de grootte betreft ook grootelijks verschillend. Telkens valt het mij weer op, hoe door vriendenhand nog op deze wijze giften worden afgedragen voor ons werk.
Collega Van Nie te Hoogeveen zond mij 5 gld., als in zijn brievenbus gedeponeerd, 'k Was blij met deze gift en zeg onzen vriend dank voor deze zending ...„ 5.—
9. Ds. Dekker van Otterloo liet evenals in vorige jaren, in zijn gemeente voor onze Bond een spreekbeurt houden, waarbij voorging de Eerw. heer Dekker, uit Alphen a. d. Rijn. De collecte bracht op de som van „20.—
10. Evenzoo werd te Wezep voor den Bond een spreekbeurt gehouden. Hierbij ging voor ds. Westra Hoekzema uit Scherpenzeel. De collecte aldaar bracht op de som van „16.32
Voor beide spreekbeurten betuig ik mijn hartelijken dank.
11. De Penningmeester van de afd. Boskoop deed mij toekomen de contributiegelden, aldaar hem afgedragen. Deze bedroegen de som van „20.—
12. Van den Penningmeester van de afd. Delft kreeg ik nog de nagekomen contributie van een der vrienden, aldaar, n.l. 1 gld „ 1.—
13. De heer de N., uit Schagen, zond mij eveneens zijn contributie, ook, 1.— Mag ik deze onderscheidene posten tezamen vatten en de zenders dankzeggen.
14. Van den heer v. H. te Leiden werd op de giro overgeschreven de som van 5 gld. Ook hiervoor betuig ik mijn dank „ 5.—.
15. Door collega Schroten, te Charlois kreeg ik van N. N. uit Tuindorp- Heiplaat een gift van „ 5.—
't Is niet voor het eerst, dat vandaar ons gedurig giften geworden, 'k Ben blij, dat dezelfde methode van ouds wordt vervolgd. Wij houden ons ten zeerste aanbevolen.
16. Vanuit de hoofdstad des Rijks kreeg ik dezer dagen weer een prachtzending. In de dagen van wijlen den heer Fliehe werd voor deze een aparte plaats ingeruimd. Dan werd met zwarte cijfers aangeduid, dat de som boven de 100 gld. uitreikte.
Ditzelfde zou ik ook nu willen doen. Be Penningmeester van de Afd. aldaar zond mij de som van ƒ 103.20, n.l. als inhoud van busjes + de contributiegelden. De busjes wil ik nog even ter verantwoording van den Penningmeester u voorleggen, 't Zijn er 21.
No. 1 ƒ 1.22; no. 2 ƒ 2.15; no. 3 ƒ 2.50; no. 4 ƒ 3.—; no. 6 ƒ 1.—; no. 7 ƒ 10.20; no. 8 ƒ 4.10, no. 9 ƒ 1.20, no. 10 ƒ 1.52, no. 11 ƒ 0.70, no. 13 ƒ 5—, no. 14 ƒ 15.—, no. 15 ƒ 4.70, no. 16 ƒ 1.46, no. 17 ƒ 1.20, no. 18 ƒ 2.08, no. 21 ƒ 2.—, no. 22 ƒ 1.77, no. 24 ƒ 1.50, no. 25 ƒ 2.—, no. 26 ƒ 5.15.
Wij hebben het eerder opgeteld, dan ingezameld. De arbeid, hieraan ten koste gelegd, is niet klein. Wij zijn gevers en inzamelaars zeer veel dank verschuldigd „ 103.20
Ruste Gods zegen rijkelijk hierop. 17. Het sluitstuk komt uit eigen gemeente. Een onzer vriendelijke inzamelaarsters was zoo goed mij de inhoud van haar busje af te dragen. Deze bedroeg de som van „ 6.50
De toegenegenheid des harten en de liefde van Christus straalt hierin door. Vandaar mijn oprechten dank voor dit alles. Houde de God van genade Zijn zegenende hand over ons uitgebreid en were Hij van ons alle kwaad, ook in de komende tijden.
Wij ontvingen in deze dagen de som van
260.52
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's