De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

9 minuten leestijd

DE JAARVERGADERING
De Jaarvergadering van den Gereformeerden Bond zal D.v. gehouden worden
DONDERDAG 20 APRIL a.s.,
in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Utrecht.
Ds. J. J. Timmer, te Ermelo, de secretaris van onzen Bond, zal het referaat houden.

SAMENKOMST MET PREDIKANTEN
't Is al weer geruimen tijd geleden, dat er op uitnoodiging van den Gereform. Bond een samenkomst van predikanten te Utrecht is gehouden tot onderlinge bespreking. In de vergadering van het Hoofdbestuur, Vrijdag 20 Jan. j.l. gehouden, is besloten nu weer een uitnoodiging tot zoo'n dominees-vergadering te verzenden.
Hebben we de vorige maal vergaderd op Vrijdag 7 Mei 1937 in Hotel „Pays-Bas", het ligt nu in de bedoeling samen te komen op dezelfde plaats op
WOENSDAG 21 Mei, de week vóór Pinksteren.
Prof. dr. J.Severijn zal dan in de morgenvergadering spreken over het vóór en het tegen van het Barthianisme, een onderwerp, dat nog nader zal worden geformuleerd en te voren zal worden toegelicht, opdat we een vruchtbare bespreking mogen verwachten.
Te zijner tijd zullen de predikanten, die lid van den Bond zijn, van den secretaris een uitnoodigingskaart ontvangen.
Wij vertrouwen, dat velen over deze mededeeling verblijd zullen zijn.

HET BOEK VAN Ds. WOELDERINK
Direct bij het verschijnen van het boek van ds. J. G. Woelderink, van Ouderkerk aan de IJssel : Het Doopsformulier, hebben wij onze blijdschap uitgesproken en onze groote ingenomenheid te kennen gegeven. Zulke boeken, die wij helaas ! in „onze" kringen veel te weinig hebben, kunnen ons vooruit helpen. En we weten, dat velen er dan ook aanstonds werk van gemaakt hebben o^m dit kostelijk werk in bezit te krijgen. In geen pastorie mag dit boek ontbreken en in geen (boekenverzameling van een der Vereenigingen, die wij onder ons bezitten, mag het gemist worden. En we zullen het moeten lezen en herlezen, totdat we de inhoud in ons hebben opgenomen. Zoo'n boek geldt inderdaad voor twee. En het geld, dat hieraan uitgegeven wordt, kan men veilig afnemen van andere boeken-inkoopen. Laat er een ander boek maar gerust voor „waaien", als ge dit boek imaar uw eigendom moogt noemen ! Wat kan het verhelderend werken in „onze" kringen ! Als men nu maar niet z'n oor te luisteren legt naar de verkeerde kant. Want we leven in dagen van de allerwonderlijkste verwarring.
Daarom doet het ons zoo goed, dat het boek van ds. Woelderink, een van „onze" theologen, een zoo goede pers heeft. Hij verdient die waardeering. En gelukkig blijft imen ook uit andere Kerkgemeenschappen niet achter. Voor ons ligt een 'bespreking met aankondiging, die een aanprijzing is, van de hand van prof. J. J. van der Schuit, docent aan de Theologische School der Christelijke Gereformeerde Kerk te Apeldoorn. We laten zijn beschouwing hier volgen :
„Dit boek mag in geen bibliotheek van een Christelijke Gereformeerde predikant ontbreken" — aldus prof. Van der Schuit, in „De Wekker" van 20 Januari 1939.
„Wat ds. Woelderink hier vertolkt, is naar principieele zijde ook de leer des doops, die de Christelijke Gereformeerde Kerk steeds heeft voorgestaan. Al zouden wij hier en daar de dingen eens wat anders hebben belicht, dat doet niets af aan de materieele waarde en inhoud van dit werk, dat wij gaarne in veler handen wenschen. Het geeft in een zestal hoofdstukken een schoon inzicht in de reformatorische belijdenisschriften. Na eerst een breed historisch overzicht te hebben gegeven, komt ds. Woelderink tot de meer thetische uiteenzetting. Hier is hij in zijn kracht, en , kiest positieve positie tegenover de leer der Gereformeerde Kerken, wier uitspraken van 1905 hij aan een ernstige en leerrijke critiek onderwerpt. Vooral bespreekt hij Cramer, die in zijn dissertatie heeft trachten aan te toonen, dat Calvijn een voorstander was van de leer der veronderstelde wedergeboorte als grond voor den doop. Ook wijst hij er op, dat de Gereformeerde Kerken in doopersche wateren zijn verzeild met hun „in Christus geheiligd" en schrijft daarom in zijn „woord vooraf" : Ook, al erkent men, dat tal van kinderen Gods door den dooperschen geest worden meegesleept, ook al wil men de dwalenden dragen en verdragen, de dwaling zelf zal moeten worden afgewezen".
Ook de 'Gereformeerde Gemeenten met haar leer van een verbond, alleen met uitverkorenen opgericht, worden mede getoetst aan de waarheid van Schrift en belijdenis. Woelderink zegt er van, blz. 117: „tegen deze geestesstrooming te waarschuwen, acht ik mijn duren plicht, en ik zal, zoo God de Heere mij daarvoor de krachten geeft, daarvan niet aflaten, al word ik dan ook van deze en gene zijde verdacht gemaakt als een Remonstrant".
Ja, ook wij kennen die taktiek van dat verdachtmakend Remonstrantisme, dat niets dan groote woorden heeft, waarachter de armoede van ziel en denken moet verborgen worden. Wie wat leeren wil en wat lezen wil, dat zijn belijdenis verheldert, dat zijn inzicht in de leer des verbonds verrijkt, dat zijn positie in deze voorname leerstukken verstevigt, neme het boek van ds. Woelderink ter hand en ter harte. Wie de Gereformeerde waarheid liefheeft, zal dit boek met dankbaarheid lezen. Ook dit boek kan mede een bewijs zijn, dat de Christelijke Gereformeerde Kerk in haar strijd en bestaan geen „spijkers op laag water zoekt", maar dat het gaat om de gereformeerde Waarheid naar eisch van Schrift en 'belijdenis. Wij zijn ds. Woelderink dankbaar voor dit boek. Met dezulken voelen wij ons één, ook al zijn wij kerkelijk gescheiden".
Tot zoover prof. Van der Schuit. Ja — hier is een stuk Reformatorische theologie, waaraan velen helaas ! ontgroeid zijn. Wat een prachtig en historisch overzicht en wat een rustig, rijk. en duidelijk thetische uiteenzetting !
Laat men de beschouwing over de veronderstelde wedergeboorte en het stuk over „tweeërlei verbond" eens lezen ! „Wie de Gereformeerde Waarheid liefheeft, zal dit boek met dankbaarheid lezen".
Wij herinneren er aan, dat het boek is uitgegeven door de Uitgeverij Guido de Bres, te 's-Gravenhage. Postbus 138. Prijs gebonden ƒ3.75.

ONS AVONDMAALSFORMULIER
Terwijl we bovenstaand stukje schreven, brengt de post ons een klein boekje van de hand van ds. P. A. A. Klüsener, van Bodegraven : „Ons Avondmaalsformulier" ; uitgave van Neerbosch' Boekhandel te Neerbosch.
Wij haasten ons dit hier te vermelden. Want we zijn er o zoo blij mee, wanneer door bevoegde hand iets wordt aangeboden, rakende de Gereformeerde theologie en belangende ons Gereformeerd kerkelijk leven. Daaraan hebben we groot gebrek.
En wie zal een verhandeling over Ons Avondmaalsformulier een overbodige weelde noemen ?
Zonder op bijzonderheden in te gaan — daarvoor hebben we trouwens nog geen gelegenheid gehad, doordat we 't pas verschenen boekje nog niet eens heelemaal rustig hebben kunnen leizen — willen we dit geschrift van ds. Klüsener hartelijk hier aanbevelen. Koopt en leest !
De inhoud is (na een Inleiding, waarin een korte beschouwing van Olevianus is opgenomen en een Woord-vooraf: 1. Dé beteekenis van Formulieren voor het kerkelijke en geestelijke leven ; 2. Korte onderzoeking des geloofs ; 3. Het Avondmaalsformulier, met het leerstellig gedeelte (instelling — voorbereiding — doel van het Avondmaal); en met het ritueel gedeelte (praefatie of inleidend woord; Communie of de eigenlijke Avondmaalsviering en postcommunie of wat na de eigenlijke Avondmaalsviering nog geschiedt.
Als Bijlage wordt gegeven : Het Avondmaalsformulier van Calvijn.
Het kleine boekje telt juist 100 bladz. en is keurig uitgegeven door Neerbosch' Boekhandel. Prijs is 60 et. ing. en 80 et. gebonden.

De Zending in de Heilige Schrift of Eene leer van de Zending (6)
De verdeeling van arbeidsterrein tusschen de Apostelen te Jeruzalem en Paulus elders onder de Heidenen, is maar van tijdelijken aard geweest en was veel meer een verdeeding, door de omstandigheden nuttig en noodig gemaakt ; en was vooral in geografischen zin bedoeld. Zoolang het Joodsche volk in Jeruzalem nog een middelpunt bezat van zijn nationale en religieuse leven, hadden de 12 Apostelen voornamelijk aan de bekeering van Israël te arbeiden. (Matth. 10 : 6 ; 19 : 28 ; Luc. 22 : 30 ; Hand. 13 : 26). Maar met den val van Jeruzalem trad een groote verandering in ; het volk van Israël verloor alle zelfstandigheid en werd een balling op aarde. Het zwaartepunt werd nu uit de Joodsch- Christelijke gemeenten naar de wereld der Heidenen verlegd ; en de Apostelen, ingaande tot den arbeid van Paulus, bouwen op de door hem gelegde grondslagen voort. Petrus b.v., die toch eerst tot de Joden inging en aanvankelijk niet te bewegen was den heidenen het Evangelie te verkondigen — waartoe een wonderlijke openbaring uit den hemel hem moest bereid maken — vertoefde niet alleen een tijdlang in Antiochië, maar bezocht op zijn rondreizen verschillende plaatsen (1 Cor. 9 : 5) en landde tenslotte in Rome aan, vanwaar hij zijn Isten brief aan de voor een groot deel door Paulus gestichte Klein-Aziatische gemeenten schreef. Johannes verliet Jeruzalem waarschijnlijk eerst na de verwoesting en vestigde zich toen in dat zelfde Efeze, waar Paulus zoo langen tijd gearbeid had, om van daaruit aan heel de Kerk in Klein-Azië leiding te geven. De brieven van Paulus zijn het hoofdbestanddeel der apostolische litteratuur, en de algemeene Zendbrieven komen daarbij, om in de verscheidenheid van vorm de éénheid van het Evangelie te doen uitkomen. Dat Evangelie is, naar de overtuiging van al de Apostelen, voor héél de wereld bestemd. Jezus had dit Zelf duidelijk en beslist uitgesproken (Matth. 24 : 14 ; 28 : 19 ; Marc. 16 : 15) en daarmede aan Zijne jongeren een taak opgedragen, die vèr buiten de grenzen van Palestina zich uitstrekte !
Toch was het inzonderheid Paulus, die dit volstrekte universalisme van het Evangelie 't eerst ten volle doorzag en er al de gevolgen uit trok, welke er principieel in opgesloten lagen.
Toen hij op den weg naar Damascus tot bekeering kwam, bleef hij eerst geruimen tijd in deze stad arbeiden, vertoefde toen een 15-tal dagen in Jeruzalem, om met Petrus kennis te maken, en koos daarna, in het 3de jaar na zijn bekeering, tot terrein van zijn arbeid : de gewesten van Syrië en Cilicië, met zijn vaderstad Tarsus tot middelpunt (Hand. 9 : 30 ; Gal. 1 : 21). Hier stichtte hij in zijn eerste voorbereidende periode reeds verschillende gemeenten (Hand. 15 : 23), maar hier ontving hij óók gedurende enkele jaren die practische opleiding tot het Zendingswerk, welke hem later zoo uitnemend te stade zou komen. Hij kwam in zijn vaderstad dagelijks in aanraking met Joden èn Heidenen ; maakte kennis met al de richtingen en partijschappen, die zich onder hen gevormd hadden, en leerde de wapenen hanteeren, die hij noodig had om hen te bestrijden. Toen Barnabas hem opzocht en er bij hem op aandrong om mede naar Antiochië te gaan en daar zijn arbeid in het Evangelie voort te zetten, toen was Paulus, ; menschelijk gesproken, voor het Zendingswerk in de wereld der Heidenen gereed.
(Wordt voortgezet.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's