UIT DE AFDEELINGEN
Afdeeling Amsterdam.
Donderdag 19 Jan. trad voor ons op in een openbare samenkomst ds. Klüsener, van Bodegraven, met het onderwerp : „Rechtvaardigmaking-Heiligmaking". Spreker begon met de opmerking, dat het „zelf doen" ons allen in 't bloed zit. Ziet onder de heidenen, wat al zelfkastijding om gelouterd en geheiligd te worden, hetgeen spreker met eenige voorbeelden aantoonde. Arme menschen, zoo zeggen wij dan, dat zij vreemd zijn aan het Evangelie der verlossing in Christus. Maar ook zij, die leven binnen de lichtglans van Gods heilsbemoeienis, ja, zelfs Gods volk is het pogen niet vreemd om nog zelf iets aan te brengen, als berouw, een of andere hebbelijkheid, enz. Zich gansch en al verlaten op Christus' volkomene gerechtigheid en heiligheid, hoe moeilijk valt dat een mensch, ook na ontvangen genade.
Hebr. 12 : 14 koos spreker als uitgangspunt voor de bespreking over de heiligmaking, welke in onlosmakelijk verband staat met de rechtvaardigmaking, zooals Zondag 23, vr. en antw. 60, het ons leert. Na kort over de rechtvaardigmaking als een daad Gods, een vrijspraak Gods op het volkomen werk van Christus gehandeld te hebben, kwam spreker tot de heiligmaking, wat niet is een zedelijk leven tegenover de rechtvaardigmaking, maar met citaten van dr. Kohlbrugge (die steeds door velen verkeerd wordt beoordeeld), toonde spreker aan, dat het geen aanvulling of een stap is op den weg der perfectionisten, maar dat de heiligmaking, evenals de rechtvaardigmaking, een geloofsstuk is. Op zeer duidelijke en leerrijke wijze werkte ds. Klüsener dit nader uiteen en toonde ons aan, dat de Schriftuurlijke heiligmaking maar geen voorwerpelijke beschouwing is, doch dat het leidt tot een afhankelijk, biddend leven. Ten spijt van wat Gods kind vindt in en bij zich zelve, wordt het nochtans des geloofs geboren, wat zich ook met de heiligmaking geheel in Christus leert verliezen en tevens de werken der godzaligheid beoefent en in eigen gevoel en oog hoe langer hoe grooter zondaar voor God wordt, opdat deze wederom bij vernieuwing schuiling zoekt in Hem, van Wien geschreven staat dat Hij ons geworden is tot wijsheid van God, rechtvaardigheid, heiligheid en een volkomene verlossing. Als dit door Gods volk meer werd beoefend, er waren niet zooveel duistere tijden, want door de smart over zijn zondigheid en tekortkoming vlucht men niet naar Christus, doch twijfel bevangt de ziel, of ze wel ooit op den weg is geweest. Doch de Heere Zelf leert dan de ziel bij verdere ontdekking de troost van het Woord : Ik zal u doen wandelen in den weg, en de bede rijst in de ziel: Leer mij naar Uw wil te hand'len, 'k Zal dan in Uw waarheid wand'len.
Na deze niet alleen leerrijke, doch ook vertroostende en bemoedigende rede, sloot ds. Klüsener met dankgebed.
Wij zeggen langs dezen weg ds. Klüsener nogmaals hartelijk dank, met de bede, dat de Heere Zijn onmisbaren zegen op deze onderwijzing moge doen rusten.
Tevens maken wij onzen leden er op attent, dat D.v. Donderdag 17 Febr. voor ons hoopt op te treden ds. Bartlema, van Zeist. Onderwerp wordt nader bekend gemaakt.
Hudsonstraat 32 hs.
Namens het Bestuur:
A. J. SCHOEN.
Afdeeling Rotterdam—Kralingen.
Op Woensdag j.l. waren de leden van den Geref. Bond bijeen in het Bondsgebouw aan de Botersloot. Door verhindering van den 1sten voorzitter, die een schooljubileum had bij te wonen, werd deze vergadering geopend door den 2den voorzitter, den heer D. Roodenburg.
Na Psalmgezang, voorlezing van een gedeelte uit de H. Schrift en gebed, werden de notulen voorgelezen door den 1sten secretaris en verdere huishoudelijke zaken afgehandeld.
Als spreker voor dezen avond trad op de heer B. Baars, onderwijzer aan de Mulo-school alhier, met het onderwerp „de Erfzonde", aan de hand van art. 15 van de Ned. Geloofsbelijdenis. Op duidelijke en leerzame wijze werd dit zeer moeilijke onderwerp door hem verklaard. In het kort zeide hij het volgende : Adam kon in den weg der gehoorzaamheid de zaligheid beërven, voor hem en zijn nakomelingen, doch hij wilde lot en leven in eigen hand houden. Door de verbreking van de geestesgemeenschap met God is de dood ons tot een straf geworden. In Rom. 5 en I Cor. 15 wordt de erfzonde duidelijk omschreven. Adam was niet alleen ons natuurlijk stamhoofd, maar ook ons verbondshoofd.
Door de uiteenzetting van de punten erfschuld en erfsmet, werd dit onderwerp door referent ons zeer duidelijk verklaard.
Spreker werd voor zijn bereidwilligheid dank gezegd, waarna nog aan een vijftal vragers het woord werd gegeven.
Na Psalmgezang en gebed werd deze zeer belangrijke vergadering gesloten. De opkomst was bevredigend te noemen.
Leden en belangstellenden worden er nu reeds op attent gemaakt, dat op Woensdag 15 Febr. a.s. voor de Rotterdamsche afdeeling hoopt op te treden de heer W. M. de Rijke, met het onderwerp „De diaken en het werk der Diaconie in dezen tijd".Plaats van vergadering zal nog nader bekend gemaakt worden.
De Secretaris.
Afdeeling Zegveld.
19 Jan. j.l. hebben wij de derde vergadering gehouden van de afd. van den Geref. Bond in dit seizoen. De eerste vergadering is gehouden 17 Nov. 1938. Toen gaf ds. Brinkman een inleiding over Amos. Wij hadden een flinke opkomst met leerzame bespreking. De tweede vergadering, 15 Dec, gaf de heer A. P. Brussaard een inleiding over de Doop. Ook deze vergadering was goed bezocht, en toen ook was er een aangename bespreking. In de derde vergadering, op 19 Jan. j.l. gaf de heer Jac. van Elk een inleiding over het doen van Belijdenis. De vergadering was weer goed bezocht. Op de volgende vergadering zal behandeld worden : Het Avondmaal.
Bij de bestuursverkiezing werd met algemeene stemmen de heer A. P. Brussaard herkozen als 2de voorzitter. Vijf leden hebben bedankt, omdat ze niet langer (om des beginsels wille) lid konden blijven. Ze hebben een Mannenvereeniging opgericht, die de naam heeft : Herv. Mannenvereeniging op Geref. Grondslag „Onderzoekt de Schriften". Maar jammer, dat het gaat tegen den plaatselijken predikant en den Gereform. Bond, enz. En óók erg jammer, dat er nog predikanten zijn, die zich er voor geven om hier op te treden en alzoo af helpen breken wat bij elkaar behoort. *)
Hebben wij 5 leden verloren, 4 nieuwe mochten wij inschrijven, zoodat het verlies niet zoo groot is. De afdeeling telt nu 46 leden. Geve de Heere, dat alles nog weer zóó komt, dat de verwijdering niet grooter wordt. Waar liefde woont, gebiedt de Heere den zegen.
Met heilbede.
G. GROENENDIJK,
Secr. Afd. Geref. Bond, Zegveld. *) Wie zijn het ook alweer, die telkens spreken van „éénheid", „federatie" enz. ?
M. v. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's