STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE MINISTERIEELE CIRCULAIRE
In de rubriek Kerkelijke Rondschouw van ons nummer van 12 Jan., wordt in het artikel voor onze Dienstboden terecht de maatregel, welke de Minister van Sociale Zaken onlangs getroffen heeft terzake van den niet-aftrek van den steun, voor hen, die in gezinsverband arbeiden, een groote verbetering genoemd.
De circulaire, die de Minister daartoe op 31 December aan de gemeentebesturen toezond, luidde als volgt :
„Ten einde het verrichten van gezinsarbeid van huishoudelijken aard door Nederlandsche meisjes, zooveel mogelijk te bevorderen, heb ik besloten mijn goedkeuring er aan te hechten, dat alle verdiensten door gezinsleden van ondersteunden en te werk gestelden, verkregen met het verrichten van gezinsarbeid van huishoudelijken aard, bij het vaststellen van het steunbedrag c.q. van de plaatsing bij de werkverschaffing geheel buiten beschouwing worden gelaten. Wegens bovenbedoelde verdiensten behoeft dus op geenerlei wijze aftrek plaats te hebben".
De bedoeling van deze circulaire is duidelijk.
Naast het directe voordeel, dat de gezinnen van. ondersteunden en tewerkgestelden van de maatregelen van den Minister zullen genieten en waarop ook reeds de redacteur van Kerkelijke Rond schouw wees, n.l. dat het loon van de dochter van den ondersteunde of den tewerkgesteld, die als dienstbode werkzaam is, voor haar zelve komt en niet in de rekening van het gezin behoort te worden gebracht, staat den indirecten dwang, welke de Minister op de ondersteunden en tewerkgestelden wil uitoefenen, om hun dochters er toe te krijgen om, zich meer dan tot nog toe, te geven aan gezinsarbeid van huishoudelijken aard. Want de Minister stelt wel vrij het loon( van de dienstbode, die gezinsarbeid verricht, maar niet het loon van de dochter van den ondersteunde of den tewerkgestelde, die in de fabriek, in de zaak, op het kantoor of op het atelier werkzaam is. Dit laatste loon wordt bij het vaststellen van het steunbedrag c.q. van de plaatsing bij de werkverschaffing niet buiten beschouwing gelaten, maar blijft wel degelijk op hel toe te kennen steunbedrag van invloed.
Het lijkt ons goed, om ook even op den indirecten kant van het vraagstuk, die van meer sociale beteekenis is, de aandacht te vestigen.
De Minister stelt zich in zijn circulaire op het standpunt, dat het verrichten van gezinsarbeid van huishoudelijken aard door Nederlandsche meisjes zooveel mogelijk dient te worden bevorderd.
Met dit bevorderen wordt dan tweeërlei doel bereikt.
In de eerste plaats brengt men het meisje van het terrein van den arbeid : de fabriek, de werkplaats, het kantoor, dat voor haar gesloten moest zijn, naar een voor de vrouw meer passende werkkring, waarbij dan nog het voordeel wordt verkregen, dat de plaatsen, die op fabriek, kantoor en in de werkplaats open komen, door jeugdige mannelijke werkkrachten kunnen worden bezet.
En in de tweede plaats helpt men de gezinnen, die de hulp van een dienstbode moeten missen, omdat er geen dienstboden beschikbaar zijn, aan een vrouwelijke werkkracht voor gezinsarbeid, wat vooral op dit oogenblik van belang is, nu binnenkort 25000 a 30000 vreemde dienstboden, die in ons land werken, het land zullen moeten gaan verlaten.
Dat de Regeering ook baar aandacht aan het dienstboden-vraagstuk geeft, blijkt uit de opleidingen, die in het leven worden geroepen, om meisjes bekwaam te maken voor een huishoudelijke betrekking.
Zoo zal in het, eind van deze maand te Groningen een Protestantsch Christelijk internaat voor spoedopleiding tot dienstbode geopend worden. Dit internaat gaat uit van de Centrale voor Werkloozenzorg, gesticht op initiatief van den Raad van Nederlandsche Kerken voor practisch Christendom. Deze Centrale vestigde reeds in 1936 een internaat in Haarlem, waar vanuit het geheele land, telkens voor den tijd van drie maanden, meisjes worden opgenomen, die in aanmerking komen voor een gratis spoedopleiding. De opening van het internaat te Groningen wijst er op, dat de aanvraag voor spoedopleiding tot dienstbode zeer groot is geworden. Haarlem kan het alleen niet meer af.
Belangrijk is het nog om te weten, dat de opleiding voor drie-kwart bekostigd wordt door het Departement van Sociale Zaken en voor één-kwart door de Centrale voor Werkloozenzorg, zoodat de opleiding geheel gratis is voor de meisjes.
De verplichting, die deze laatste op zich nemen, om na afloop van de spoedopleiding in een betrekking te gaan, maakt, dat de kosten, welke voor de opleiding gemaakt worden, wel verantwoord zijn.
Zoo bevindt zich op dit oogenblik het dienstboden-vraagstuk in een overgangstijdperk, waarin natuurlijk voor vele gezinnen, zoo spoedig de Duitsche en Oostenrijksche dienstboden ons land zullen verlaten hebben, zich moeilijkheden zullen voordoen, die echter op den duur wel weer zullen verdwijnen.
De normale toestand treedt dan weer in, dat de meisjes niet als arbeidsters in loondienst gaan, doch als dienstboden gezinsarbeid van huishoudelijken aard verrichten, wat, zooals de redacteur van Kerkelijke Rondschouw schreef, voor de meisjes zelve van groot belang is, mee tot een goede voorbereiding, naar den zin van Gods Woord, voor het huwelijk.
Voor de oplossing van het dienstbodenvraagstuk kan de circulaire van den Minister van Sociale Zaken een goede prikkel worden.
EEN NUTTIGE MAATREGEL
De Nederlander, die zich ook met de circulaire van den Minister van Sociale Zaken aan de gemeentebesturen bezig houdt en van den maatregel, die getroffen werd, met groote instemming melding maakt, schrijft onder het opschrift „Een nuttige maatregel" het volgende :
Het is duidelijk, dat deze maatregel getroffen is 'met het oog op het naderende vertrek van eenige duizenden Duitsche dienstboden, die naar hun vaderland teruggeroepen zijn.
Er dreigde immers als gevolg hiervan een groote dienstbodennood te ontstaan, waar het nu eenmaal een feit is, dat de Nederlandsche meisjes veelal aan den arbeid in de fabriek boven dien als dienstbode de voorkeur gaven. De kortere en precies omschreven werktijden speelden en spelen hierbij een groote rol.
Wel zijn er de laatste jaren verschillende organisaties in het leven geroepen om tot opleiding van meer en beter geschoold dienstpersoneel te komen, maar deze hebben nog niet een zoodanige vlucht genomen, dat thans reeds sprake kan zijn van opvulling van de zoo plotseling ontstane leegte.
Door de ministerieele circulaire is thans voor de werklooze gezinnen de financieele uitkomst van het dienstbode-beroep aanzienlijk gunstiger geworden dan die van den fabrieksarbeid.
Dit feit zal zonder twijfel een stimuleerende werking hebben op het aanbod van Nederlandsche dienstboden. Hetgeen, zooals uit 't voorgaande volgt, broodnoodig is.
Juichen wij dus de beslissing van minister Romme in de eerste plaats toe als een doeltreffende voorziening in een incidenteel geval, daarnaast is zij verheugend, omdat zij de kans schept, dat een aantal meisjes uit de fabriek teruggebracht wordt naar het gezinsmilieu.
Het is thans niet het oogenblik om dit vraagstuk hier te gaan behandelen, maar terloops mogen wij toch even constateeren. dat deze gunstige bijkomstigheid van groote beteekenis kan worden.
Slaagt de opzet van den thans genomen maatregel, dan zal echter in elk gevall de ongezonde toestand, dat vreemde arbeidskrachten hier plaatsen bezetten, terwijl daarvoor ook Nederlandsche krachten beschikbaar konden zijn, uit de wereld zijn geholpen. Dat zou ons, bij alle waardeering, die men in het algemeen voor den arbeid der Duitsche dienstboden kon hebben, oprecht verheugen.
Zal die opzet slagen ? Dat ligt aan de Nederlandsche jonge vrouwen, die voor het dienstbode-beroep in aanmerking komen, zelve. Het ligt óók aan de werkgeefsters, die zullen moeten begrijpen, dat aartsvaderlijke sociale begrippen ook in de huishoudelijke beroepen verlaten moeten worden.
Mogen beide groepen elkaar vinden en elkaar leeren waardeeren.
Men ziet, dat de beschouwingen van De Nederlander met de onze vrijwel parallel loopen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's