Joodsch leed.
O, gelooft het, geen gouden instrument is in sloot mij te bewegen tot zingen,
O, gelooft het, geen wenk van boven brengt de snaren van mijn lier aan het klingen.
Maar de slaaf, die zucht, de slaaf, die die wekt in mij de liederen. steunt,
En vlammend ontwaakt in mij een gezang voor mijn arme broederen.
Daarvoor verga ik vóór mijn tijd, daarvoor besteed ik mijn leven.
Wat kunnen wij toch ooit voor dank de arme stakkerds geven ? Zij geven mij tranen voor tranen weer, zij kunnen mij niet anders beloonen.
Ik ben een tranen-millionair en beween de vele millioenen.
(Uit de „Ghetto-liederen van Morris Rosenfeld. 1892—1917).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's