De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

5 minuten leestijd

Schrijver ; lezers ; groet; hfdst. 1 vers 1—5. Genade zij u en vrede van God den Vader, en onzen Heere Jezus Christus, vers 3.

Luthers verklaring van Paulus’ brief aan de Galaten.
Ik heb hoop, dat gijlieden wel weet, wat genade en vrede is, omdat deze woorden bij Paulus veelvuldig voorkomen. En in dit verband zijn ze ook niet onduidelijk.
Daar wij dezen brief echter niet zoozeer behandelen, omdat zulks strikt noodzakelijk is, of omdat hij zoo moeilijk zou zijn, dan wel met de bedoeling, onze harten te sterken tegen de aanvallen van opkomende ketterijen — zal het ons niet verdrieten, om hier te herhalen, wat wij ook elders geleerd, gepredikt, geschilderd, bezongen en geschreven hebben. Want als het leerstuk der rechtvaardigmaking zijn kracht verliest, dan houden we niets over.
De apostolische groet is voor de wereld nieuw en door haar nimmer vernomen, vóórdat het Evangelie verkondigd was. De beide woorden „genade" en „vrede" vormen den inhoud van het gansche christendom. „Genade" vergeeft de zonde ; „vrede" geeft rust aan het gemoed. De twee duivels, die ons kwellen, zijn de zonde en ons (onzuiver) geweten. Maar Christus heeft beide monsters overwonnen en Hij heeft ze onder Zijn voeten vertreden : zoowel in deze als in de toekomende eeuw. De wereld weet' hiervan niet. Daarom kan zij geen beslist antwoord geven, op de vraag, hoe de zonde, ons verdorven geweten en de dood, overwonnen kunnen worden. Alleen de christenen hebben op dit punt de juiste beschouwingswijze, en door deze worden zij geoefend en gewapend, om over de zonde, over vertwijfeling en over den eeuwigen dood te kunnen triompheeren. En deze leer is hun van God gegeven, en geen uitvindsel van eigen vrijen wil, van menschelijk vernuft of menschelijke wijsheid.
Gelijk ik dus gezegd heb, behelzen de twee woorden „genade" en „vrede" het gansche christendom. De vergeving der zonde is genade ; een rustig, opgeruimd geweien, beteekent vrede. Nimmer kan men echter vrede in het geweten hebben, wanneer niet de zonde vergeven is. Deze wordt namelijk niet vergeven door de vervulling der Wet, want niemand kan aan haar voldoen, doch de Wet 'legt veeleer de zonde bloot ; zij klaagt ons aan, verschrikt ons geweten, openbaart Gods toorn, en brengt tot vertwijfeling. Nog veel minder wordt de zonde weggenomen door eigen werken en inspanning, waarnaar de menschen niettemin streven. Integendeel, wordt zij er door vermeerderd. Want hoe meer de werkheiligen er naar streven, om, met inspanning van alle krachten, de zonde weg te nemen, des te erger maken zij het. Zonde kan alleen maar door genade uitgedelgd worden, en op geen landere wijze. Om deze reden stelt Paulus in al zijn brieven telkens in zijn groet de genade en de vrede tegenover de zonde en het verdorven geweten. Daarop mag men wel degelijk acht slaan. De woorden zijn simpel, maar het is zeer moeilijk, om er hij aanvechtingen in het hart stellig van overtuigd te zijn, dat wij alleen door genade vergeving van zonde en vrede met God hebben, en dat alle andere middelen, die er in den hemel en op aarde - mogen zijn, hierbij niet in aanmerking komen.
De wereld verstaat deze leer niet. Daarom kan en wil zij ze niet alleen niet verdragen, maar zij veroordeelt ze ook als kettersch en goddeloos. Zij beroemt zich op den vrijen wil, het redelicht, de zuiverheid van haar natuurlijke vermogens en de goede werken, waardoor zij de genade en vrede, d.w.z. vergeving der zonde en een opgeruimd geweten, denkt te kunnen verdienen en verkrijgen. Het is echter onmogelijk, dat de mensch, wat zijn geweten betreft, zich bevredigd en opgeruimd kan gevoelen, wanneer hij geen vrede heeft door deze genade, te weten door de vergeving der zonde, die in Christus beloofd is.
Duidelijk maakt de apostel echter onderscheid tusschen genade en genade, en vrede en vrede, omdat hij den Galaten geen „genade en vrede" toewenscht van den keizer, koningen en vorsten. Dezen toch vervolgen meestal hen, die het leven der Godzaligheid liefhebben, en zij stellen zich op tegen den Heere en Zijn 'Gezalfde (Psalm 2 vers 2). Ook wenscht Paulus hun niet den vrede der wereld toe, want in de wereld, zoo zegt Christus, zult gij verdrukking hebben. (Joh. 16 vers 33). Doch hij spreekt van den vrede van God den Vader, d.w.z. hij wenscht hun den Goddelijken vrede toe. Gelijk ook Christus gezegd heeft : Vrede laat Ik u. Mijnen vrede geef Ik u ; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. (Joh. 14 vers 27).
De vrede der wereld kan niets anders schenken, dan vrede voor lichaam en goederen, opdat wij, wat het vleesch betreft, vroolijk en rustig leven kunnen. Ook de genade der wereld laat ons van onze goederen genieten ; zij stoot ons niet uit onze bezittingen. Maar in tegenspoeden en in de ure des doods kunnen ons de genade en vrede der wereld niet helpen ; ook kunnen zij' ons niet uit droeve omstandigheden, wanhoop en dood, verlossen. Maar wanneer de genade en vrede van God in ons hart gevonden worden, dan is de mensch sterk, zoodat hij door geen moeilijkheden omver geworpen wordt, en door geen voorspoed tot overmoedigheid komt, maar altoos den koninklijken weg bewandelt. Want de noodige kracht en sterkte ontleent hij aan de overwinning van Christus over den dood ; en in het stellige vertrouwen daarop, begint hij in zijn geweten over zonde en dood te triumpheeren, want door Jezus Christus is hij van de vergeving der zonde verzekerd. Deze ontvangen hebbende, wordt zijn geweten rustig, en opgericht door het Woord der genade.
Zoo kan dus de mensch, die getroost en tot .nieuw leven gewekt is door de genade Gods, d.w.z. door de vergeving der zonde en dezen vrede, alle moeilijkheden, ja zelfs den dood het hoofd bieden en overwinnen. Deze vrede Gods is aan de wereld niet gegeven, wijl deze hem niet begeert, noch verstaat ; maar hij is geschonken aan de geloovigen, en hij wordt op geen andere wijze verkregen, dan alleen door de genade Gods. D. d. Z.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's