MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
„Dat komt wel, maar nog beter lijkt het mij, dat je met reizen ophoudt. De klanten heb je eenmaal en gelegenheid maakt genegenheid. Een flinke, royale porcelein- en galanteriewinkel, of hoe je die spullen ook noemen moogt, zal hier best kunnen bestaan, en, mij dunkt, het is juist iets voor jullie", zei de boer, terwijl hij Murk bij dit laatste woord glunder aankeek.
Deze begreep hem wel. Dit alles moest Pleuntje echter ook goed wezen. En hoe zou het dan met vrouw Kalma gaan, die als een moeder voor hem gezorgd had en niet het minst in zijn ziekte zoo had getoond, wat zij voor hem gevoelde ? Geheel tegen zijn gewoonte, kwam daar iets van verlegenheid over Murk. Nu hij voor de zaak stond, leek deze hem heel anders, dan toen hij daar zoo losweg over dacht als iets, dat hem wel begeerlijk scheen. Veel tijd van beraad bleef er evenwel niet, daar de finale verkooping over een paar dagen zou plaats hebben. Daar Murk evenwel in dit alles de hand des Heeren meende te mogen opmerken, was zijn besluit spoedig genomen. Boer Siderius moest maar doen, zooals hij het goed vond, en dan zou Murk daar dankbaar genoegen mee nemen.
En eer de week ten einde liep, wist hij wat hem te wachten stond. In het dorp werden allerlei gissingen gemaakt. Toen de laatste oproeping van het bewuste pand plaats had, legde de oproeper zélf één gulden op de geboden som ; en daarmede was de zaak afgedaan.
„Voor wie ? " werd uit het publiek gevraagd. Maar de notaris scheen met het geval bekend te zijn ; althans hij hoorde niets vreemd op, toen geantwoord werd : „voor nader te noemen lastgever". Vanzelf begon men toen te raden. De een dacht van dezen en de andere van dien, maar niet één, die den boer van „Lucht en Veld" op het oog had. Toen de omstandigheden het niet langer belemmerden bekend te maken, dat, als de Meimaand in het land kwam. Murk en Pleuntje gingen trouwen, om dan in het groote pand aan de hoofdstraat een winkelzaak in glas, porcelein en aardewerk en aanverwante artikelen te openen.
Opnieuw werden de hoofden bij elkander gestoken. In menig gezin kreeg men dien middag half gaar of aangebrand eten, omdat de huismoeders het op straat zoo druk hadden met dit geval onder elkander te bespreken en men er niet over uit kon, dat Murk en Pleuntje zóó deftig kwamen te wonen en zulk een groote zaak aandurfden.
Wat evenwel opmerkelijk was : niet één, die het hun misgunde. Zoowel Pleuntje als Murk vond genade in de oogen van het publiek, terwijl men zich ook gestreeld voelde, dat binnenkort zoo'n prachtzaak nieuwen fleur in de plaats zou brengen. De tijden waren toch zoo, dat het oog het zijne ook wilde hebben. Nu was men nog altijd genoodzaakt veel uit de stad te laten komen, maar Murk zou wel zoo verstandig zijn, om het bedrijf zoo uit te breiden, dat elk bij hém terecht kon. 't Een had het andere ten gevolge. Hoe meer handel en verkeer in een plaats, hoe meer levendigheid en welvaart, en door deze ondernemingsdaad zouden in de toekomst wellicht meerdere monden brood krijgen. Van verschillende zijden had Murk de gelukwenschen aan te nemen dergenen, die hier licht in zagen ; en het zou Murk niet aan allerlei raadgevingen ontbreken.
Zoodra hij kon en de weersgesteldheid dit toeliet, werd de hit voor den wagen gespannen, ditmaal zonder koopwaar, om de klanten buitenuit te bezoeken en te vertellen, welke plannen er bestonden en hoe hij ook verder op hun gunst hoopte. Daar was hij zoo maar niet mee klaar. Overal moest hij binnenkomen en overal hetzelfde verhaal doen, en het hield heel wat in, voordat men, op enkele uitzonderingen na, er genoegen meenam, dat later een ander in zijn plaats zou komen, om de boodschappen aan te nemen en de klanten te bedienen. Natuurlijk zouden allen, zoodra de gelegenheid zich slechts aanbood, komen, om Murk met zijn vrouw in hun nieuwe zaak te begroeten en dan eens te zien, wat er alzoo in den winkel te krijgen was.
Er had evenwel nog een andere gebeurtenis plaats, welke trouwens nauw met heel deze geschiedenis verbonden was, die tot in wijden omtrek bekend en een onderwerp van allerlei gesprekken werd. Ds. Lauwers veranderde van inzicht en richting.
Dat was zoo maar niet opeens gegaan en allerminst zonder hevige onrust en strijd. Evenals het licht van den nieuwen dag voortkomt uit de duisternis van den nacht en dan slechts langzamerhand tot volle heerlijkheid in het stralend zonlicht zich ontplooit, zóó drong het licht der genade ook langzaam door in zijn ziel, doch werd meteen het Schriftwoord bewaarheid, dat den oprechten het licht opgaat, 't Was hem om de Waarheid te doen, daarom vond hij die.
Toen hij dien morgen, waarin hij dat gesprek met Bouma en ouden Keimpe op het kerkhof gevoerd had, thuis kwam, bemerkte mevrouw al aanstonds, dat er iets gebeurd was. Daarop vertelde hij haar alles, wat den laatsten tijd in hem omging betreffende de uitoefening van zijn ambt en zijn beschouwing over vele dingen, die het diepere leven aangingen. Onwillekeurig greep hij naar den bundel preeken en toespraken, die daar in volgorde in zijn boekenkast stonden. Daar waren er bij, die werkelijk konden getuigen van diepe studie, terwijl de stijl gewoonlijk onberispelijk was en de weetgierigen, die gaarne iets meer wilden weten van de natuur, of van de grootheid van het heelal, of van den sterrenhemel, of van het voorwereldlijk tijdperk, of van hetgeen op het groote wereldtooneel in beschaafde en onbeschaafde landen plaats greep, of van hetgeen in het hart der aarde gevonden werd, bij hem terecht konden, omdat hij als man van studie veel las en dus ook veel wist en veel geven kon.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's