WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
UIT ’T LEVEN VAN DE GEREFORMEERDE KERKEN TEN ONZENT.
Wij doen een greep uit het „Jaaroverzicht" in „De Wachter", weekblad tot steun van de Theologische School te Kampen. Daar lezen we : In April is de Synode samengekomen hoofdzakelijk ter benoeming van een Zendingshoogleeraar. Benoemd werd dr. J. H. Bavinck, docent aan de Opleidingsschool te Djocja. In zijn plaats werd aan die school benoemd ds. J. A. C. Rullmann, misionair predikant te Poerwokerto.
Verder heeft de Synode met gesloten deuren vergaderd. Waartegen in de kerkelijke pers nogal verzet gerezen is. Allerlei geruchten deden de ronde. Een door het moderamen gegeven persbericht, bracht hierin geen verbetering. De Synode hulde zich in een waas van geheimzinnigheid. De vraag is geopperd, of het wel aangaat de zaken der kerk op deze wijze te behandelen.
Ook tegen het provisioneel sluiten der Synode rees verzet. De classis Leeuwarden nam een voorstel aan, waarin uitgesproken wordt, dat „het provisioneel sluiten eener Generale Synode en het daardoor laten voortduren daarvan, met den geest en de bedoeling der kerkenorde in strijd is".
Verder werd gezegd, dat het overweging verdient méér dan eens in de drie jaar Synode te houden. Over dit onderwerp was in onze pers nogal verschil van meening. Vermoedelijk zal 't wel blijven, zooals het tot nu toe is. Ter voortgezette Synode kwam ook de mededeeling van prof. Greijdanus, dat hij niet langer deel kon blijven uitmaken van „de commissie van 8", de commissie, die rapporteeren moet over de vraagstukken, die onder ons in discussie zijn. Prof. Greijdanus achtte zich tot uittreding verplicht door het optreden van prof. Hepp in zijn bekende brochures. Dit uittreden van prof. Greijdanus was voor de commissie van 8 een groot verlies.
Voor de komende Synode, die D.v. te Sneek zal bijeenkomen, zijn nog geen rapporten gepubliceerd. Er zal echter heel wat op de Synodale tafel komen. Met groote belangstelling zien we uit naar het rapport van de commissie van 8. Tot mijn spijt behoeft dit niet vooraf aan de kerken gezonden te worden. In het afgeloopen jaar maakte in onze kerken veel gerucht de kwestie-Drachten. Daar zijn droeve dingen gebeurd, waarop ik niet opnieuw inga.
Naar aanleiding hiervan is een debat ontstaan over het tuchtrecht der meerdere vergaderingen. Dit onderwerp was reeds aan de orde gesteld door de dissertatie van dr. M, Bouwman, van Nieuwendam, over : „Voetius en het gezag der Synoden", maar door de zaak-Drachten is het meer actueel geworden.
Over het tuchtrecht der meerdere vergaderingen wordt tegenwoordig onder ons een opvatting verdedigd, die door prof. Greijdanus niet ten onrechte „het nieuwe kerkrecht" is genoemd. Wel hebben prof. Kuyper en ds. Jansen getracht aan te toonen, dat het eigenlijk het oude goed-Gereformeerde kerkrecht is. Maar het is een feit, dat ook zij beiden ons tot voor enkele jaren precies het tegenovergestelde geleerd hebben van wat zij ons nu leeren. Ook is het een feit, dat in onze kerken tot voor enkele jaren de practijk een andere geweest is. Zoodat volkomen terecht gezegd kan worden, dat het voor onze Gereformeerde Kerken een „nieuw" kerkrecht is.
In eenige stellingen heeft prof. Kuyper de zaak behandeld op de Friesche predikantenconferentie. Te zijner tijd heeft ook ons blad hiertegen geschreven. Door meer dan één werd aan prof. Kuyper bewijs uit de H. Schrift gevraagd. Tot nu toe is dat bewijs nog niet geleverd ; mogelijk, dat het komt in de artikelenreeks „De drieërlei macht", waarmede prof. Kuyper thans in „De Heraut" bezig is.
Ds. Jansen gaf een brochure uit onder den titel : „Oud of nieuw kerkrecht", die niet overtuigend is, zooals ik in eenige artikelen trachtte aan te toonen. Het debat over deze zaak is wel een beetje geluwd, maar nog niet afgeloopen.
Natuurlijk komt ook deze zaak op de Generale Synode. Het kan daar een zeer interessant debat worden. Onze Synode zal zich zeker niet van deze kwestie afmaken. De zaak is van te groot gewicht voor het leven onzer kerken. Het moet komen tot een duidelijke uitspraak, hoever het tuchtrecht der meerdere vergaderingen gaat. Of deze Synode reeds rijp zal zijn voor zulk een duidelijke uitspraak, is moeilijk te zeggen. Het is niet onmogelijk, dat een studiecommissie benoemd wordt om op een volgende Synode te rapporteeren".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's