De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

6 minuten leestijd

Luthers verklaring van Paulus’ brief aan de Galaten.
Schrijver ; lezers ; groet ; hoofdstak 1 : 1—5.
(VI).
Vervolg vers ; i.
Een regel, die men wel in acht behoort te nemen : in de Goddelijke majesteit mag men niet te diep indringen.
Maar waarom voegt de apostel er aan toe : „en van onzen Heere Jezus Christus ? " Was het niet voldoende, om te zeggen : „van God onzen Vader ? " Waarom moet nu Jezus Christus bij den Vader ?
Dikwijls hebt gijlieden van ons gehoord, dat deze regel in de Heilige Schrift zeer nauw-keurig betracht moet worden, om ons van speculaties omtrent de Goddelijke majesteit te onthouden. Ons lichaam toch kan deze majesteit niet verdragen, en onze geest nog veel minder. „Geen mensch", zegt de Schrift, ,,zal Mij zien en leven" (Exodus 33 vers 20).
Het pausdom, de Turken en de Joden, en alle werkers van eigen gerechtigheid houden zich niet aan dezen regel ; daarom negeeren zij Christus, Die de Middelaar is, en spreken alleen van God ; buiten Christus om, doen zij alles alleen maar voor God : bidden, leven en handelen.
Een monnik denkt aldus : de werken, die ik doe, behagen God ; Hij zal mijn geloften aanvaarden, en mij op grond van die zalig maken.
Een Turk zegt : wanneer ik onderhouden heb alles, wat in dezen Koran geboden is, dan zal God mij aannemen en het eeuwige leven schenken.
Een Jood spreekt zoo : als ik doe, wat de Wet gebiedt, dan zal God mij genadig zijn, en mij zalig maken.
Zoo wandelen heden ten dage de dwaalzieke geesten, die zich beroemen op den Geest, op innerlijke verlichting en op gezichten, en ik weet niet op wat al meer, in wonderlijke dingen, die te hoog voor hen zijn. Kortom : dit nieuw soort van monniken fantaseert over een nieuw kruis en nieuwe werken, en het •meent, dat God hierom een welgevallen in hen heeft.
In één woord : allen, die het stuk der rechtvaardigmaking niet kennen, nemen Christus, die de Verzoener is, uit het centrum, en zij willen God in Zijn majesteit door menschelijk redelicht omvatten, en Hem door eigen werken bevredigen.
Doch de christelijke en ware theologie stelt ons God niet voor in Zijn majesteit, gelijk Mozes en andere leeringen ; ook gebiedt zij ons niet, het Goddelijk Wezen te doorzoeken, maar ons wordt geleerd. Zijn wil, die in Christus geopenbaard is, te eerbiedigen. God heeft gewild, dat Christus de menschelijke natuur zou aannemen, geboren worden en sterven zou om onze zonden, en dat dit gepredikt zou worden onder alle volkeren. Want daar God wist, dat de wereld Hem niet heeft gekend door de wijsheid, zoo heeft het Hem behaagd, door de dwaasheid der prediking zalig te maken, die gelooven (I Kor. 1 vers 21).
Er is dus, wanneer wij in onzen strijd legen de Wet, de zonde en den dood met God van doen hebben, niets gevaarlijker, dan dat wij met onze speculaties tot in den hemel opklimmen, en God willen aanschouwen in Zijn onbegrijpelijke macht, wijsheid en majesteit, om uit te vorschen, hoc Hij de wereld geschapen heeft en regeert.
Wanneer gij dus God op een dergelijke wijze wilt trachten te doorgronden, en Hem, buiten Christus als Verzoener om, tot genade wilt bewegen, en uzelf door eigen werken, vasten, monnikskappen en tonsuur in hot middelpunt plaatst, dan kan het niet anders, of gij valt evenals Lucifer, en raakt onder schrikkelijke wanhoop God en alles kwijt. Want gelijk God naar Zijn Wezen onmetelijk, onbegrijpelijk en oneindig is, — zoo is Hij ook door de menschelijke natuur niet te omvatten.
Wilt gene geweten en zaligheid dus niet in gevaar brengen, laat dan die zucht tot speculatie varen, en stel uw betrouwen op God, gelijk Paulus u leert : „Doch wij prediken Christus, den gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid, maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods" (1 Kor. 1 vers 23 en 24).
Indien ge u dus bezighoudt met de leer der rechtvaardigmaking, en bij uzelf overlegt, hoc men God kan vinden. Die zondaren rechtvaardigt of aanneemt, waar en hoe men Hem zoeken moet, — wil dan alleen weten van God, Die Zich openbaart in den' Mensch Jezus Christus. Hang Hem van ganscher harte aan, en laat af van spitsvondige gedachten over Zijn majesteit. Wie die tot voorwerp van onderzoek wil maken, wordt door haar heerlijkheid verbijsterd. Ik weet uit ondervinding, hetgeen ik zeg. Maar dwaalgeesten, die, buiten Christus om, over God handelen, hechten aan mijn woorden geen geloof. Christus Zelf zegt : „Ik ben de Weg, de Waarheid en hel Leven ; niemand komt tot den Vader, dan door Mij" (Joh. 14 vers 6). Daarom zult ge buiten dezen Weg Christus geen anderen weg tot den Vader vinden : wèl dwaling, géén waarheid, maar huichelarij en leugen ! Hel eeuwige leven zult ge niet erlangen, maar den dood !
De reden, waarom Paulus Jezus Christus verbindt met God den Vader, ligt hierin, dat hij ons in de christelijke religie wil onderrichten, welke niet begint met het hoogste, zooals andere godsdiensten, maar met het eenvoudigste. Hij beveelt ons, om op te klim­ men langs den ladder Jacobs, aan welks einde God Zelf staat, en waarvan zich het benedengedeelte op de aarde bevindt : naast het hoofd van Jacob (Gen. 28 vers 12).
Als gij dus, met betrekking tot uw zaligheid, iets overwegen of doen wilt, — zet dan alle spitsvondigheden over Zijn majesteit ter zijde ; weer allerlei gedachten aan eigen werken, menschelijke inzettingen en philosophie; laat zelfs ook Gods Wet buiten beschouwing ; doch ga tot de kribbe, den schoot der moeder, en omhels dit Kind, het Zoontje der maagd ; zie, hoe het geboren werd, hoc het ligt aan de borst van Zijn moeder, en hoe het opgroeit en onder de menschen verkeert, predikt, sterft, wederom opstaat, en, opgenomen boven alle hemelen, over alles macht heeft.
Op deze wijze kunt gij, evenals de wolken door de zon verdreven worden, alle vrees en dwaling uitbannen.
Door het feit, dat Paulus ons niet alleen ,,genade en vrede" wenscht van den Vader, maar ook van Jezus Christus, leert hij ons in de eerste plaats, dat wij ons van spitsvondige gedachten over het Goddelijk Wezen onthouden zullen, want er is niemand, die God kent. Wij moeten naar Christus luisteren. Die in den schoot des. Vaders is, en ons Zijn wil heeft geopenbaard. Die door den Vader ook tot leeraar aangesteld is, opdat wij allen Hem zouden hooren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's