Wat moet de Gereformeerde Bond doen ?
Als ik weer uw aandacht vraag voor een heel ernstig feit in ons Bondsleven, dan zou ik evengoed het te behandelen onderwerp kunnen inleiden met de vraag : „Wat de Gereformeerde Bondsdominees niét moeten doen ? "
Vorige Week hadden we de gelegenheid om u met smart te wijzen op de droevige gevolgen van de politieke verdeeldheid. We laten nu echter de politiek rusten om u te wijzen op een andere verdeeldheid, die meer rust op verschil in dogmatisch inzicht. Ook al zegt men, dat men de drie Formulieren van Eenigheid wil onderschrijven, is men er nog niet. De ééne prediker legt de nadruk het meest op de souvereiniteit Gods. Hij zet in zijn preek de eeuwige verkiezing voorop. Er zijn in onze Hervormde Kerk een aantal predikanten (al zijn ze dan oök geen lid van den Gereformeerden Bond), die in hun prediking weinig verschillen van de fatalisten onder de Mohammedanen. Het lijkt er tenminste veel op. Het antinomiaansche beginsel kan in zulke gemeenten welig wortel schieten.
Het gevaar is niet denkbeeldig, dat zulke gemeenten later vrijzinnig worden. In Friesland en Groningen zijn de voorbeelden maar voor het grijpen, van gemeenten, die jarenlang door onmachtsdrijvers zijn bearbeid en later weer modern zijn geworden.
Daarnaast komen er andere predikers voor, die maar heel zelden spreken over den Raad Gods. Ze doen dit misschien veel te weinig. Ze leggen liever de nadruk op de menschelijke verantwoordelijkheid. Ze zijn bang voor de menschen van de valsche lijdelijkheid. Bij hen treedt de eisch en de roeping weer meer op den voorgrond.
Die verschillen zijn er nu eenmaal en die verschillen waren er vroeger ook al. Als ik uit mijn kast een boek neem van den eenvoudigen prediker uit Driebergen, Wulfert Floor, dan hoor ik daar betrekkelijk een ander geluid dan bij Van der Groe in zijn Toetssteen van de Ware en de Valsche Genade. Erskine is niet te vergelijken met Smijtegeld. Wat een groot verschil tusschen Wilhelmus a Brakel en Jean de Labadie.
Ik behoef maar de namen te noemen van deze mannen, die onder ons volk een goeden klank hebben en ge gevoelt u onmiddellijk in goed gezelschap.
En toch zijn ze mannen, die in verschillende eeuwen geleefd hebben en in hun dogmatische ontwikkeling verschillen, hoewel ze het allen hierover eens waren, dat men alleen als een arm zondaar om niet kan worden gezaligd door de verlossing, die in Christus Jezus is.
We moeten daarbij bedenken, dat hun getal, over enkele eeuwen verdeeld, maar klein is. Ook in den bloeitijd van onze Kerk waren niet alle predikers even diep ingeleid in de kennisse Gods.
Op de vraag, of allen ook in het diepst van hunne ziel genade hebben gekend, durft gij maar zoo geen antwoord te geven. Wij zijn ook niet geroepen om dit uit te maken. Alleen heeft de tucht in de Kerk in den bloeitijd er voor gewaakt, dat er geen ketterij zou worden geleerd.
Het schijnt, dat er echter ook in vroeger tijd al groote lust is gevoeld om in andere gemeenten te gaan preeken. Ik lees althans in artikel 17 en 18 van de acta der Emdensche Synode van 1571 het volgende :
17. Het en sal gheen Kerken-Dienaar gheoorloft zijn in een andere Ghemeente te Predicken sonder
Tiewillinghe des Dienaars der selver Gemeente en der Consistorie ofte uit afwesen des Dienaars, zonder consent der Consistorie.
i8. Die sich in den Kercken-Dienst indringhen in die plaetsen daar den Kercken-dienst nu inghestelt is, die selve zullen van de Consistoriën vermaent worden, datse afstaen, maer ist datse evenwel hartneckelijck voortvaren, soo sal men terstont drije ofte vyer, ofte oock meer, ist moghelijck, van den omlegghende Kerckendienaren dier Classe onder welcke dese Kercke is, beroepen en hem, die het is verclaeren een Scheurmaecker te zijn. Ende aengaende die toehoorders, ist dat se alle vermaninghen ende waerschouwingen haritneckelijk verachtende, den Sdheur-maecker (welcke hem nu verclaert is, sulk een te zijn) voortvaren aan te hooren, soo sal de Consistorie nae uytwysen der Ker- -cken tucht ofte Christelijcke straffe handelen.
En in de Kerkenordening van de Nationale Synode van Dordrecht van 1618—'19 lees ik in artikel XV :
Het sal niemandt geoorloft zijn, den Dienst zijnder Kercken onderlartende, ofte in gheenen sekeren dienst sijnide, hier ende daer te gaan predicken buyten consent ende authoriteyt des Synodi ofte Classis : dfaelijck ooclk niemandt in een ander Kercke eenighe Predicatie sal moghen doen ofte Sacramenten bedienen, sonder bewilliginghe des Kerken- Raedts.
Hierbij zullen we het laten. Meer voorbeelden zijn ook niet noodig. We weten nu, hoe onze vaderen er over dachten.
Zooals onze vaderen er over dachten, denken velen in onze dagen er niet meer over. En dat nog wel velen, die misschien meenen, in rechtzinnigheid niet onder te doen voor onze oude vaderen.
Het preeken in elkanders gemeenten begint hoe langer hoe meer gewoonte te worden. Op den kansel een predikant, die lid van den Gereformeerden Bond is en in een Evangelisatiezaal ook een predikant, 'die lid van den Gereformeerden Bond is, en dat in één zelfde dorp of stad !
We zouden namen kunnen noemen, maar dat doen we niet. Er zijn gemeenten, waar men tegenover een misschien te „voorwerpelijke" prediking een „bevindelijke" prediking wil stellen, en ook ken ik gemeenten, waar men pogingen in het wenk zou willen stellen om een meer „gezonde" prediking te krijgen tegenover de „ziekelijke prediking", die men eiken Zondag te hooren krijgt.
Ik noem nu maar de gangbare termen, zonder deze voor mijn rekening te willen nemen. In elk geval begrijpt ieder, wat ik bedoel.
Nu is maar de vraag of we op dezen individualistischen weg zullen voortgaan ? Zullen we deze taktiek uitbreiden ? Of zullen we het staken ?
Och, wie zal het verbieden ? De Synode, die we thans hebben, trekt er zich niets van aan. Zij is net als Gallio. Wie ter wereld zal het dan verbieden om het te laten ? We wonen immers in een vrijgevochten land !
Hier zou een gemeenschappelijke taak liggen. Nu onze Kerk zoo diep gevallen is, dat ze op de verwording van het kerkelijke leven geen acht geeft, moest de tucht uitgaan van onze Gereformeerde groep zélf.
Afgevaardigden van onze gemeenten, ouderlingen en bedienaren des Woords, zouden de gevallen afzonderlijk moeten beoordeelen. Ze zouden moeten trachten uit te maken of de bedoelde predikant, tegen wien men wil optreden, inderdaad dingen leert, die in strijd zijn met Gods Woord en de Belijdenis van onze vaderen.
Indien zullks niet het geval is, zou men aan het evangeliseeren verder niet mogen denken.
We denken, dat velen het er niet mee eens zouden zijn. We gelooven, dat velen, die nu jammeren over het gemis van de oude Kerkorde, zouden jammeren en klagen, als het nog eens zoover kwam, dat die oude Kerkenorde weer werd ingevoerd. We zijn de vrijheid zoo gewoon. De menschen uit de gescheiden kerken weten niet, hoe groot onze vrijheid is. Men spreekt van die zijde vaak van het synodale juk. Men zou ook kunnen spreken van onze bandelooze vrijheid. Het is als in den tijd der Richteren, toen ieder deed wat goed in zijn oogen is.
Mag ik hier de vraag stellen, of men er mee zou sympathiseeren, als alle predikanten en ouderlingen van den Gereformeerden Bond eens samen kwamen om deze zaak eens onder de oogen te zien ?
En dan alle predikanten van onzen Bond, van de meest linksche tot de meest redhtsche, als we die term helaas gebruiken moeten ?
Of moet 't blijven als in den tijd der Richteren ?
Moeten we tegen elkaar blijven opbieden : „ik ben Gereformeerder dan gij ? " Of misschien: je suis plus Calvinist que Calvin (ik ben Calvinistischer dan Calvijn) ?
Ik kom tot dezelfde conclusie, waartoe ik vorige week gekomen ben : Als we ons niet bezinnen, dan helpen we de komst van de dictatuur voorbereiden, die met één slag aan al. dat kerkelijk gedoe een einde zal maken.
En de wereld hoont en spot reeds nu, als ze ziet, dat Gereformeerde groepen elkander trachten te verteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's