MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Maar voor het zieleleven en voor de eeuwigheid waarin hij toch ook geloofde, had hij der gemeente tot hiertoe weinig gegeven. Als een vreeselijke aanklacht voelde hij dit tegen hem getuigen en dit liet hem geen rust. Wanneer die onruststokers, zooals hij dit kringetje ontevredenen genoemd had, nu eens gelijk hadden ! In elk geval hielden zijn preeken niet weinig in wat ook niet op een andere plaats dan in een kerk en op den kansel gezegd kon worden, 't Was zoo leeg en zoo hol en ten opzichte van de dingen waar het om ging, zoo vaag. Kwam dat, omdat de Bijbel niet meer gaf of omdat hij er niet meer uithaalde ?
In die dagen werd hij herhaaldelijk geroepen hierbij stil te staan. Daar waren nogal zieken in de gemeente, onder wie een paar zeer ernstige, die naar den mensch gesproken, niet meer beter werden en die hij bezocht. Wat moest hij hun zeggen ? Wat moest hij hun geven ? Kon hij daar volstaan met een praatje over weer en wind en het opwekken van ijdele hoop, om dan met een wensch op beterschap heen te gaan ? Had hij dan zijn plicht gedaan ? Of moest, zooals aan het ziekbed van Murk, weer over den godsdienst gesproken, omdat deze dit wilde, en bovenal gewezen worden op de eenige mogelijkheid, om zonder verschrikking den grooten stap uit den tijd in de eeuwigheid te doen, wanneer een mensch namelijk verzoend was met God ?
't Viel niet mee, dominé te zijn en vooral niet, wanneer men dan zulke ernstige dingen te behandelen had en aan de ziekbedden kwam te staan. Zijn vrouw had eigenlijk wel gelijk, dat men beter iets anders kan zijn. Maar deed dat aan de zaak waar het om ging wel iets af ? Bleef hij daarom niet even goed voor zichzelf en de zijnen aansprakelijk, al trad hij in een ander vak van studie ? Hij was toch óók een mensch, die vroeg of laat gelijk al de anderen geroepen werd van hier te gaan en die dan weten moest, waarheen hij ging ! Daar kwam onrust in zijn hart, en deze bracht van zelf tot ernstig onderzoek.
Een enkele maal begaf hij zich toen op aanraden zijner vrouw naar zijn zwager, om met dezen hierover te spreken. Hij, als man van meerdere ervaring, zou ook wel weten hoe in dergelijke gevallen moest worden gehandeld en deze dacht ook het te weten. Natuurlijk bleef er altijd veel te vragen over, maar niemand, die precies kon zeggen hoe het was, en daarom 'deed men verstandig zich zooveel mogelijk te houden aan datgene, wat bewezen kon worden. Al het andere berustte toch op gissingen of fantasie en leidde tot ziekelijkheid en overdrijving en separatisme. Hij was zeker wat overspannen en deed verstandig met een poosje rust te nemen. De winter was altijd nog al druk met de catechisaties en vooral met dat eindelooze leger van vervelende vergaderingen. Friesland vroeg op dat gebied ontzaggelijk veel met zijn ontelbare vereenigingen en corporaties en ontspanningsavonden en sportclubs en uitvoeringen en wedstrijden in het reciteeren en tal van aardigheidjes meer, waarmede de menschen zich dan zochten te vermaken, en waarbij de dominé liefst vooraan moest staan, was het niet door een werkzaam aandeel te nemen dan toch met een soort openingswoordje te spreken en daardoor een stempel op de zaak te drukken. Terwijl veel van deze bijeenkomsten liefst tot laat in den nacht moesten duren. Alleen wanneer het aan 't bal toe was, kon men de geestelijkheid, zooals het genoemd werd, wel missen, omdat men dan in alles zich wat vrijer gevoelde. Al die dingen nu, men moest er tegen bunnen, en dat was een ieder niet gegeven. Daarom zou het goed zijn een poosje rust te nemen en dan verfrischt terug te komen.
En er werd rust genomen, doch zonder dat die innerlijke kalmte daardoor verkregen werd. Daar waren snaren in trilling gebracht, niet door de aanraking van een menschelijken vinger, welke zoo maar niet meer gestild konden worden, zonder iets na te laten. Zelfs baarde de ledigheid nog meer tijd, om, in diepe gedachten verzonken, al maar zich bezig te houden met dezelfde problemen, die onophoudelijk om oplossing vroegen.
Met zorg zag mevrouw op haar man neer. Of hij niet eens een dokter zou willen raadplegen ? Die donkere pastorie, bijna verscholen onder het zware geboomte, dat zij aan de koppige kerkvoogden vruchteloos gevraagd had te rooien, moest een mensch ook wel melancholisch maken.
Doch ds. Lauwers gevoelde aan geheel iets anders behoefte. De eerste, de beste gelegenheid greep hij aan, om een oud academievriend, met wien hij veel omgang gehad had, doch die van geheel andere richting was, op te zoeken, ten einde met dezen te spreken over hetgeen hem dag en nacht bezig hield. En dat niet zonder vrucht. Veel wat hem duister of tegenstrijdig scheen, werd opgelost ; veel wat in groote verwarring in zijn begrip dooreen lag, werd recht gezet; veel wat tot hiertoe als een onbetwistbare grondstelling was aangenomen, kreeg een wankelenden bodem ; en daarentegen werd het oog geopend voor de onzichtbare werking des Geestes Gods, welke alleen een mensch de verborgenheden des Koninkrijks kan ontsluiten.
Nooit heeft ds. Lauwers dit bezoek vergeten en hij heeft den dag gezegend, waarop het in zijn hart kwam, dit af te leggen. Omdat het voor hem de aanvang van een nieuw leven werd.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's