Joodsch Gods vertrouwen.
Bekommerd en vol twijfel blijf ik staan : hier gaat de ééne weg en daar de and're. Van Boven hoor ik, hoe een stem weerklinkt :
„Ga voort !" — 't Is Uw bevel, mijn Heer, maar waarheen, waarheen moet ik gaan ?
Ik weet niet, welke weg mij daarheen leidt, waar eindelijk de zon vol licht zal schijnen, waar de getrouwen allen één zijn, vol van liefde. Ik weet niet, welke weg mij daarheen leidt.
Mijn hart klopt fel, ik ben vol bangen twijfel, nauw draag ik nog de moeiten en bezwaren, nauw kan mijn voet, van 't gaan vermoeid, zich van den grond verheffen, En — beide wegen spellen zwaren gang !
Doch : „Voortgaan !" klinkt het. Toen heb ik mij vermand. „Ga ik naar 't doel? Zal ik mij in den weg vergissen? Moogt Gij dan. Vader, mij de paan ontwarren, ik geef mij, o mijn God, in Uwe hand.
Gij voerdet eens mij door den stroom der zee en baandet mij door woestenijen wegen. Gij zult ook nu mij niet op den weg doen sterven, de pelgrim wordt door U behoed.
En zoo, mijn God, geloovig mij U overgevend, neem ik getroost den ouden pelgrimsstaf ter hand. En mogen steen en doorn de wegen mij bedekken. Mijn Heer en God, ik ben in Uwe hand. (Uit de „Ghetto-liederen" van Morris Rosenfeld. 1892—1917).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's