De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

De strijd in Catalonië is zoo goed als geëindigd. De troepen van Franco zijn aan de Fransche grens aangekomen. Reeds dagenlang stroomden Spaansche vluchtelingen naar het bevriende Frankrijk, waar ze, voorzoover mogelijk, aan voeding en onderdak geholpen werden. Hun lot is echter alles behalve benijdenswaardig. Er bevinden zich onder deze vluchtelingen echter ook elementen die van de omstandigheden misbruik probeeren te maken, zich aan misdadigheid schuldig maken, en overal trachten te halen wat er te halen valt. Er wordt zelfs gezegd, dat deze anarchisten regelmatig in het nog niet door Franco bezette deel van Catalonië, achter het republikeinsche front hebben geopereerd. En de naar Frankrijk gevluchte Spanjaarden zouden dan niet zoozeer, uit vrees voor Franco huis en hof verlaten hebben, dan wel uit angst voor de plunderende „vrienden". Nu Franco langzamerhand orde op zaken gaat stellen, trekken vele duizenden vluchtelingen dan ook weer naar hun vaderland terug. We lazen zelfs dat niet minder dan dertigduizend soldaten weer naar Spanje trokken, met de bedoeling thans aan de zijde van Franco te gaan strijden ! Bij dergelijke berichten doen we echter goed te bedenken, dat er over den Spaanschen krijg „wel eens" tendentieuze berichten zijn gepubliceerd, zoodat ook deze wellicht afkomstig zijn van rechtsche persbureaux.
Aan den anderen kant zou het van de soldaten wel verklaarbaar zijn, indien ze nu trachtten bij Franco aan de kost te komen. We nemen gaarne aan dat zeer velen, aan beide fronten, uit volle overtuiging meegevochten hebben in het belang van wat ieder voor zich als „de goede zaak" zag. Maar wat moeten ze, nu hun goede zaak een verloren zaak blijkt te zijn ? Ze kunnen moeilijk, zonder middelen van bestaan in Frankrijk rond blijven dolen ; gesteld al dat hen daartoe de gelegenheid werd gelaten. Ze moeten terugkeeren tot het Spaansche vaderland. En doen ze dat, dan kunnen ze niet anders dan constateeren dat daar Franco voortaan de baas is.
De Spaansche soldaten, die zich blijkbaar bij de omstandigheden neerleggen, doen niet veel anders dan het voorbeeld volgen van de groote heeren in het buitenland. De linksche opperbevelhebber Miaja moge al van geen toegeven willen weten, en het resteerend deel van Spanje met hand en tand tegen de Franco-troepen verdedigen, het buitenland bereidt zich op een volledige overwinning van Franco voor. Ook in Londen en Parijs. Steeds hebben Engeland en Frankrijk een officieele erkenning van Franco-Spanje geweigerd, doch nu de linksche ministers ternauwernood een vast domicilie kunnen opgeven, en de officieele archieven in Frankrijk zijn ondergebracht, kan in feite wel zeer moeilijk worden volgehouden dat alleen Negrin de Spaansche regeering vertegenwoordigt. Maandag j.l. is in het Lagerhuis nog over de kwestie van het al of niet erkennen van Franco gesproken, doch een positief antwoord kon Chamberlain niet geven. Hij verklaarde, dat de Britsche regeering in zeer nauw contact staat met de Fransche regeering en dat nog geen beslissing is genomen. Blijkbaar wilde de Britsche premier zich ook niet aan een bepaalde verklaring jegens het Lagerhuis verbinden.
Maar al moge de officieele erkenning dan nog op zich laten wachten, dat wil niet zeggen, dat Londen blind is voor de gewijzigde omstandigheden. Integendeel ! Nu de Spaansche kwestie in een beslissend stadium verkeert, wordt het tijd voor Londen om zijn belangstelling te verdubbelen. Italië heeft zich immers niet met het Spaansche avontuur ingelaten zonder te hopen daar uiteindelijk winst uit te halen. Maar daarbij wil dan Engeland ook een woordje mee-spreken. Indien Londen stilzwijgend ^ou toelaten dat de Spaansche buit door de overwinnaars werd verdeeld, kwamen de Engelsche belangen zeker ernstig in het gedrang. Het is dus nu voor Chamberlain zaak om goede vriendjes te blijven met Franco. En Engeland komt niet met leege handen. Italië moge al krachtig meegeholpen hebben om het linksche Spanje af te breken, wanneer het er op aankomt het geruïneerde land weer op te bouwen, is er wat anders noodig dan soldaten en kanonnen. Dan kan men niet buiten contanten. En contanten heeft het Britsche rijk meer dan het Italiaansche Imperium. Dat weer Franco. En dat weet ook Mussolini. Vandaar dat Franco niet ongenegen lijkt om eens met Londen te praten, en vandaar ook dat de Italiaansche bladen spinnijdig zijn over de „listige methoden" van Engeland en Frankrijk, om zich nu voor Franco te interesseeren.

Van officieel overleg tusschen Londen en Burgos is overigens, naar Chamberlain Maandag verklaarde, nog geen sprake geweest. De wijze waar op de Britsche regeering echter haar medewerking heeft verleend om het eiland Minorca op vreedzame , manier in Franco's handen te krijgen, wijst er toch wel op, dat Londen de Burgos-regeering niet negeert ! En zoodoende heeft Engeland weten te bereiken, dat er bij de inname van dit, strategisch zoo belangrijke, eilandje geen Italiaansche strijdkrachten hulp verleenden. De bezetting is door eigen manschappen van Franco ten uitvoer gelegd. Een Britsch oorlogsschip, de „Devonshire" is slechts in de nabijheid geweest om 450 vluchtelingen op te nemen en naar Marseille te brengen. Italiaansche vliegeniers hadden de onhandigheid (of de opdracht ? ) om tijdens de onderhandelingen, welke Franco-mannen op Minorca voerden, het eiland te gaan bombardeeren. Zeer tot ongenoegen van Franco, naar men zegt.

Intusschen valt uit dit alles wel af te leiden, dat de krijgsverrichtingen in Spanje wel in een beslissend stadium zijn gekomen, doch de Spaansche kwestie daarmede nog niet is opgelost. Gedurende de geheele niet-inmengingsperiode, is immers niet zoozeer van belang geweest de vraag of er Italiaansche „.vrijwilligers" waren, dan wel of ze er ook zouden blijven. En die vraag spitst zich nu toe.

Mussolini is nog steeds blijven zwijgen. Nu wordt weer gemeld dat a.s. Zondag dan toch eindelijk zijn lang verwachte groote redevoering zal loskomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's