Zijn er genoeg candidaten van onzen Bond ?
Het antwoord op deze vraag is zeer verschillend. Er zullen er zijn, die zeggen, dat er meer dan genoeg zijn. Staat men eenmaal op dit standpunt, dan kan men toeter ophouden met collecteeren voor het Studiefonds. Dan moet men de opleiding eenvoudig stopzetten. Men laat zich op dit standpunt leiden door de gedachte, dat het wel goed is, dat er enkele tientallen gemeenten vacant blijven. Men denkt namelijk aan de mogelijkheid, dat er dan nog eens gelegenheid is om van standplaats te verwisselen.
Inderdaad kan dit zijn nut hebben. Als een jong predikant enkele jaren zijn eerste gemeente heeft gediend, kan het soms nuttig zijn als hij eens van standplaats verwisselt. Met hetgeen hij geleerd heeft in zijn eerste gemeente, kan hij in zijn tweede gemeente winst doen. Allicht zijn er in de eerste gemeente in jeugdig vuur fouten gemaakt, die maar moeilijk meer te herstellen zijn. Verwisseling van standplaats kan voor beiden, voor predikant èn gemeente, in sommige opzichten goed zijn.
Misschien, dat een van de lezers opmerkt, dat dit ook nog wel eens gelden kon voor een ouderen predikant.
We betwisten het niet.
Nu moeten we het, eerlijkheidshalve, ook eens van den anderen kant bezien. Zou het zoo zegenrijk zijn voor vele gemeenten, dat ze al jaren vacant zijn ? Mag ik eens een voorbeeld noemen: „Hoe lang heeft Arnemuiden nu al beroepen ? " „Zou het goed zijn voor de gemeente Papendrecht, dat ze zoo lang vacant bleef ? " Ik denk verder aan de groote moeilijkheden die Groot-Ammers heeft gehad. Zoo zouden we kunnen voortgaan. Pas vérscheen in De Waarheidsvriend een opgave van het aantal vacatures in onze Kerk, waaruit bleek, dat er toch nog enkele tientallen van de gemeenten, die tot ons gerekend kunnen worden, vacant zijn.
Nu is de vraag maar, wat we doen moeten ? Eigenlijk zijn we, al eenigermate bezig om te Werken in de richting van de beperking. Er zijn er vorig jaar maar enkelen door de Studiecommissie aangenomen. Toch is ondergeteekende van meening, en velen met hem, dat het niet mag worden stopgezet. De Modernen zetten het ook niet stop. De Ethischen evenmin. Er loopen eenige tientallen Ethische candidaten rond, die geen beroep hebben.
Toch wordt Doetinchem niet stopgezet. Wat er dan met deze candidaten gebeurt ? Dat worden allemaal hulppredikers in gemeenten waar één predikant het werk niet meer af kan. In de groote steden hebben de meeste Ethische predikanten in hun wijk een candidaat als hulpprediker. Onze predikanten in de groote steden behoeven hieraan niet te denken. Er zijn eenvoudig geen candidaten ter beschikking.
Onze candidaten vinden onmiddellijk of na enkele maanden een gemeente, die zij dienen kunnen.
Wat zou het nuttig zijn, als we voor de groote steden ook eens hulppredikers hadden.
Onze predikanten, die in de groote steden staan, hebben een omvangrijke taak. Ze worden in allerlei wijken van de stad bij onze menschen geroepen aan ziek- en sterfbedden. De afstanden, die moeten worden afgelegd van Oost naar West en van Zuid naar Noord, zijn niet te onderschatten.
Zou het ook verder zijn nut niet hebben voor de jonge candidaten, als ze eens een jaar werken moesten onder de leiding van een ouderen predikant ?
Maar, nog eens : daar valt nu eenvoudig niet aan te denken. We hebben geen candidaten over.
Er is echter een terrein, waar de schade, die voortvloeit uit het gebrek aan candidaten, nog aanzienijker is.
Weet gij, lezers, hoeveel Gereformeerde predikanten er in de Indische Kerk zijn ? Bij mijn weten, niet één ! In Indië niet één Bondspredikant. Bij mijn weten, geeft nooit een van onze Bondspredikanten te kennen, dat hij de Indische Kerk wil dienen. Aan de ééne kant is het weer te begrijpen. Een candidaat kan immers hier een gemeente krijgen, die hem tot den arbeid roept. Waarom zou hij naar Indië gaan ?
Het zijn natuurlijk weer de Ethischen, die zich daarvoor aanbieden. Natuurlijk worden die dan ook onmiddellijk aangenomen. Van dien kant denkt men natuurlijk, dat het goed gaat. Men is paraat. Men zorgt, dat op alle terreinen les levens hun mannen klaar staan. Dat is van den kant der Ethischen te prijzen.
Wat moet nu onze groep doen ? Moet dat nu de eenige groep zijn, die niet meer voortvaren durft, omdat men bang is dat er te veel zullen komen ? Schrijver dezes ziet het heel anders in. We komen al veel te veel achteraan. Op vele terreinen hebben anderen den buit al verdeeld, toen wij er nog niet aan dachten. De Kerk van Indië is in handen van Ethischen en Modernen, en wij hebben er niet één man. En daarom is het mijn leuze, niet om stop te zetten, maar veeleer om uit te breiden. Zoo is het trouwens op vele terreinen met ons gesteld.
Ik denk aan het Middelbaar Onderwijs. Vaak gebeurt het, dat er bij een sollicitatie tal van menschen gevonden worden, die bij de Gereformeerde Kerken behooren en slechts enkele Hervormden. Maar onder die Hervormden is een man van ons beginsel een witte raaf.
Waar zijn officieren, leeraars, meesters in de rechten, enz., die ons beginsel zijn toegedaan ? Als we de mannen moeten leveren, die onze posten zouden kunnen bezetten, dan moeten we in vele gevallen met schaamte belijden, dat we ze niet hebben.
Daarom is de vraag van schrijver dezes, die ook al eens in het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond is overwogen, of het wenschelijk zou zijn om ook de opleiding voor andere faculteiten te bevorderen. Andere groepen zijn daar al lang mee bezig.
Ziehier een vraag, die op een vergadering van den Gereformeerden Bond onder de oogen kan worden gezien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's