FINANCIËN
Wanneer men betrekkelijk weinige jaren geleden vanuit de Vereenigde Staten de meest opvallende dingen hoorde verluiden, zoo was altijd de gedachte „nu ja daar is alles even overdreven". Men aanvaardde het onder het recht van boedelbeschrijving. „Trek er maar gerust de helft af." „Dan zijt ge in elk geval iets dichter bij de waarheid". „Dat is echt Amerikaansch". „Men overdrijft hier altijd".
Zoo luidden in het algemeen de oordeelvellingen ten onzent. Dit gold vrijwel over heel de linie. Als daar gesproken werd over roof en doodslag, over gemaskerde misdadigers, die de eene of andere bank plunderden op klaarlichten dag, treinen waarin men groote sommen vervoerde stil hield, de bewakers bond en bij het minste verzet doodde — dan trok men er zich hier in het Westen van Europa nog niet zoo veel van aan. Dat gebeurt alleen daar.
Men noteerde het bij zich zelf zeggende : „daartoe komt het hier nooit. Dat kan hier eenvoudig niet gebeuren".
Wordt het nu nog zoo luide verkondigd ? Durft men dit nu nog zoo direct staande houden ?
Wij gelooven het niet. Helaas het verschil in dezen wordt tot het minimale herleid.
Uitibrekende zonde ziet ge en merkt ge thans overal. En verwonderen kan ons dit niet. 't Gaat hier als niet de zaden in de plantenwereld. Worden deze niet als op den ademtocht van de winden naar alle zijden uitgestrooid ?
Dit is één verschijnsel.
In Amerika deed men alles in het groot. Men bouwde huizen, die den naam kregen van „wolkenkrabbers". De toppen reikten waarlijk tot aan de wolken. Met sommen werd gesmeten, die nauwelijks voor dien bekend waren. Daar was immers geld genoeg. Was voorheen een millioen een respectabele som, sedert de laatste jaren hoort men haast even vaak spreken van milliarden, d.i. 1000 millioen.
Wanneer dit nu gold om hiervoor de samenleving in breedere, d.i. nieuwere banen te kunnen leiden, zoo zou hierop elk woord van critiek misplaatst zijn. Doch dat dit alles bedenkelijke gevolgen kan hebben gevoelt ieder, die de oogen niet sluit voor de gevaren van onzen tijd. Immers wat ge ziet is dit, dat deze zelfde wereld, en nu is haar aanblik over alle landen eender, wat over de zee niemand bevreemdde, is thans inheemsch geworden overal. Met millioenen, wat zeg ik, met milliarden wordt gerold.
Het kan niet anders, het is het allernoodzakelijkste, zoo hoort ge van nabij en van verre verluiden. En te land en ter zee, voeg er nog één naam aan toe, ook daar, en niet het minste, in de lucht, hebben wij onze bewapening van noode. Wie die getallen leest, gaat het duizelen.
Arme, geteisterde wereld, daar wordt op uwe schouders opgeladen meer dan gij dragen kunt.
Niet, dat wij de meening koesteren, dat zulks met een vroom gebaar door onze hand zou kunnen worden geweerd. Daartoe wordt een andere Hand vereischt. Waartoe dit alles moet leiden, zoo vraagt ge ? Dat ieder die bidden heeft geleerd, de knieën eens mocht buigen.
Ik zou er nog iets aan willen verbinden. Wanneer de wereld onzer dagen zich geplaatst ziet voor de noodzakelijkheid om alle aandacht te wijden aan bescxherming der naties, zoo trekken wij hieruit deze conclusie : wanneer de wereld het doet op haar terrein, zoo dienen wij voor de geestelijke bescherming ons te wapenen, met de wapenrusting ons gëtèekend in het Woord Gods. Wordt dit wet genoegzaam aan onze wereld voorgehouden ?
Worden onze krachten hieraan gewijd ? Wanneer geweldige offers worden opgeeischt door onzen tijd, zoo zullen wij meer nog dan anders, al het onze hebben te stellen in dienst van Gods Koninkrijk. Niet murmureerende, niet vragende : „waar kan het mee toe", maar biddende onze gaven neergelegd in 's Heeren hand.
Zoo willen wij onze inleiding voor heden besluiten : Gods rijke en rijkmakende Geest, ga ons voor in al onze wegen.
't Is nu betrekkelijk de stille tijd. Straks hopen wij, dat 't iet of wat drukker zal worden. Enkele voorteekenen merken we reeds. Laten we thans een aanvang maken.
1. Ds. V. d. Hee te Genemuiden zond ons van een gift uit de collectezak, met opschrift, uit dankbaarheid, een rijksdaalder voor 't Studiefonds ƒ 2.50
Hij wil, zoo hij misschien den gever kent, onzen warmen dank wel overbrengen.
2. Door ds. de Bruin te Rotterdam gewerd ons van N. N. een gift van „ 1.—
3. Evenzoo gewerd ons door collega van Dijk te den Ham, van N. N. voor het Studiefonds 1 gulden « „ 1.—
4. Hier voegde zich nog een derde zending bij, n.l. ds. van Willigen te Rijssen deed ons geworden 10 gulden voor hetzelfde doel „ 10.—
Mogen wij allen gelijkelijk onze erkentelijkheid betuigen voor deze zendingen.
5. 't Wou nog niet ophouden, want met de volgende post kwamen nog enkele posten, n.l. uit Hattem kwam als aldaar gecollecteerd ƒ 1.50 voor den Geref. Bond „ 1.50
6. Collega v. d. Boogert te Slikkerveer zond me een gift van de Jongel. Vereen. „David" van een rijksdaalder „2.50
Ook deze giften hebben ons dankbaar gestemd.
7. Van den Edelachtb. heer H. te G. kreeg ik toegezonden de contributie van 1 gulden „ 1.—
8. Van de penningmeesteres mej. Oskamp, te Amstelveen, kreeg ik aan contributie-gelden van de leden 33 gulden en de inhoud van de busjes ƒ 8.79, n.l. van H. G. ƒ 3.621/2. H. de M. ƒ 2.13 en T. O. ƒ 3.031/2, samen bedragend „41.79
9. Van den penningmeester van de Afd. Den Haag kreeg ik als nagekomen contributie-gelden 3 gulden „ 3.—
Voor deze toezendingen zeg ik hartelijk dank, inzonderheid ben ik zeer gevoelig voor wat de vrienden uit Amstelveen me deden geworden. De moeilijkheden daar zijn me niet onbekend, daarom waardeer ik den goeden wil hier getoond des te meer.
10. Thans volgen enkele collecten. De eerste die ik vermelden mag, kwam uit Lexmond, waar de jonge ds. uit Groot- Ammers, ds. Barendrecht, een spreekbeurt vervulde voor den Bond. Deze bracht op de som van „ 14.66
11. Vanuit Genemuiden kreeg ik me evenzoo toegezonden een collecte, aldaar gehouden bij een spreekbeurt, waarbij voorging ds. Timmer van Ermelo. Deze was niet minder dan 67.69. Ds. V. d. Hee heeft daar nog een enkele post aan toegevoegd, zoodat ik te noteeren kreeg de som van „ 85.—
Dat ik met deze beide collecten blij ben behoeft niet expresselijk vermeld. Gods zegen ruste er rijkelijk op.
12. Vanuit de Brakelsche pastorie kreeg ik op de giro een post van „ 25.—
Met de notitie : „uit dankbaarheid". Zullen wij niet hetzelfde mogen betuigen ? Ik dank ook hem voor deze blijken van erkentelijkheid. Moge de Heere in het heerlijk werk hem zijn tot steun en sterkte, en zijn arbeid aldaar licht maken.
13. Nog een collecte valt te vermelden. Gehouden bij een spreekbeurt te Leiden, waarbij voorging ds. Lekkerkerker van Oldebroek. Deze bedroeg „ 5.50
Van het begeleidend schrijven heb ik nota genomen. Intusschen onzen dank.
14. Thans komen enkele giften met een dubbele bestemming. Ik splits deze wat het bedrag betreft voor onze fondsen.
De heer N. Z. te H. zond me zijn contributie, zijnde „ 2.50
Hij voegde daarbij voor het werk der Zending op Midden-Celebes 10 gulden.
15. Van onze vrienden uit eigen gemeente kreeg ik van de fam. Q. voor het Studiefonds ƒ 1.50 en ƒ 1.50 voor den Med. Dienst „ 1.50
16. Van mej. de wed. N. N. kreeg ik oudergewoonte, de eerste gift voor de Paaschcollecte, zijnde „ 2.50
17. Van den heer E. alhier kreeg ik voor de Paaschcollecte, de Zending en den Med. Dienst ieder 1 gulden „ 1.—
Hoezeer deze giften mij verblijd hebben behoef ik niet te zeggen. Deze arbeid ligt mij na aan het hart, en ik betuig mijn warmen dank in dezen.
18. De laatste post was voor mij een ware verrassing, alhoewel er dadelijk aan moet worden toegevoegd, dat deze mij niet minder heeft getroffen, 't Was n.l. de laatste gift welke voor onzen arbeid door de geefster ons is geworden.
Wij ontvingen van wijlen mej. M. C. Heijer, te Rijswijk overleden, een legaat van 250 gulden „ 250.—
Dat zij bij testament als uitdrukking van haar laatste wil onze fondsen heeft bedacht, stemt ons weemoedig.
Wij zeggen er den Heere dank voor. Gebiede de Heere Zelf over alles Zijn zegen.
Wij mochten alzoo verantwoorden de som van
f 451.95
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's