Hoe werkt het Studiefonds van onzen Gereformeerden Bond ?
Er zijn in den loop der laatste jaren al heel wat bezwaren ingebracht tegen de werking van ons Studiefonds. Al die bezwaren komen ten slotte meestal hierop neer, dat men van meening is, dat degenen, die het waardig zijn, door ons niet worden gesteund, maar dat juist diegenen, die allerminst betrouwbaar zijn in de leer, het meest voor steun in aanmerking komen.
Nu is kritiek, zelfs scherpe kritiek, niet zoo erg. Het kan voor de commissie, die deze zaken te behartigen heeft, vaak opbouwend werken.
Als het maar altijd een kritiek uit liefde was geweest. Het is helaas met den besten wil ter wereld niet altijd mogelijk, om te gelooven dat heilige liefde steeds de drijfveer van zulke scherpe kritiek is geweest.
Het is zelfs gebeurd, dat de Studiecommissie van den Gereformeerden Bond scherpe dingen, kreeg te hooren, omdat er weer een candidaat was afgeleverd, die men met den naam van het Bondsonkruid van de Veluwe meende te moeten qualificeeren. Genoemde candidaat was echter geen lid van den Gereformeerden Bond en had nooit één cent steun van ons ontvangen, om de doodeenvoudige reden, dat zijn ouders zijn studie voor honderd procent zelf hadden kunnen bekostigen.
Neen over dergelijke scherpe onwaardige kritiek willen we het liever maar niet langer hebben. Zulke kritiek is jammer. We gelooven ook niet dat daarop zegen kan rusten.
Nu zal één van de lezers misschien mij wel vragen : Dominé Timmer, ge hebt toch zeker wel veel brieven ontvangen, waarin men zijn afkeuring over uw beleid als voorzitter van Die commissie heeft te kennen gegeven en waarin men u tevens den weg heeft aangewezen, die beter is om door u te worden gevolgd ?
Nu moet ik u echter teleurstellen. Want behalve één brief, waarin mij gevraagd werd om mijn houding tegenover een van onze studenten eens uiteen te zetten, heb ik nooit eenig schrijven ontvangen, waarin men mij van raad zou hebben willen dienen.
Zelfs ontving ik geen blijken van afkeuring. Dit spijt mij zeer. Ik ben er mij zelf ten zeerste van bewust, dat er veel gebreken ons werk hebben aangekleefd en dat er dus een en andermaal veel reden zou zijn geweest om kritiek uit te oefenen.
Mag ik alle ambtsdragers, predikanten en ouderlingen vriendelijk verzoeken ons van dienst te willen zijn met uw raad en uw daad. Uwe adviezen zullen we ten zeerste op prijs stellen.
Men spreke niet in de allereerste plaats óver ons maar mèt ons.
Het is gebeurd, dat men een onwelwillende houding tegenover ons innam. Toen we zelf de zaak gingen opsporen, bleek de ontstemming te zijn gelegen in het feit, dat we een student, die door een predikant was aanbevolen, niet hadden gesteund. Wat was nu echter het geval. Nimmer heb ik het bedoelde aanbevelende schrijven van den ongenoemden predikant onder de oogen gehad.
Omgekeerd is het ook al eens gebeurd, dat ik bij mijn onderzoek op verwondering van een predikant stuitte, omdat student X gesteund was. En wat bleek toen later, dat de steun mede verleend was op een schriftelijke aanbeveling van hem, die er jaren later kritiek op had, doch blijkbaar was vergeten, dal hij zelf een aanbeveling geschreven
Doch nu ter zake zelf !
De zaak waar het om gaat is allesbehalve gemakkelijk. We hebben studenten aangenomen, van wie we de beste verwachtingen hadden. En ziet, ze hebben ons toch teleurgesteld.
Dit behoeft echter niet te verwonderen. Tegenwoordig worden enkel studenten gesteund. Gymnasiasten worden thans niet aangenomen. Dat deden we vroeger wel. Dan kwam er een ventje van veertien of vijftien jaar, bij wien we een onderzoek moesten trachten in te stellen of zijn lust om predikant te worden wel zuiver gemotiveerd was.
Wat zullen we er van zeggen als een jongen van veertien of vijftien jaar ons vertelt, dat hij predikant wil worden. Zou dat een werk Gods zijn in het hart van dien knaap. Of beteekent het allemaal niets ?
Ik behoef hier toch zeker niet veel van te zeggen. Voor allerlei verrassingen komt men in zulke gevallen in latere jaren te staan.
Maar al zijn ze achttien of twintig jaar, dan zijn we er nog niet. We hebben jonge mannen aan de universiteit zien verschijnen, van wie we de beste verwachtingen hadden. Maar de zuigkracht van de moderne of ethische richting was zoo groot, dat ze opeens omzwaaiden. Weg was de student en weg was het geld.
En de voorbeelden waren weer met één vermeerderd, om toch te bewijzen, dat de commissie zijn werk allesbehalve goed had verricht.
„Die teleurstelling was alleen de fout van de commissie", zoo moest het heeten.
Eilieve, wie is in staat om het binnenste eens mans te doorgronden en het diepe hart ? We weten het ook wel, dat er zijn gevonden, die het ambt van predikant om des gewins wille aanlokkelijk hebben geacht zonder in het hart hiervoor eenige roeping te gevoelen. Zwijg gij stil, ik weet het ook wel.
Het is zelfs mogelijk, dat zich zelfs nog veranderingen ten kwade of ten goede openbaren als ze reeds eenige jaren in de pastorie zitten.
We hebben mannen gekend, die het vertrouwen hadden van allen en toch zijn afgeweken.
Maar wie zou er nu een kerkeraad van willen beschuldigen, dat het zijn schuld is, dat haar leeraar is afgeweken.
Daarom indien er één werk is, dat moest worden gedragen op de vleugelen des gebeds, dan mocht het wel dit werk wezen.
Dan mag men de leden van de Studiecommissie, prof. Severijn, mr. Verkerk, ds. Goslinge en ondergetekende wel in den gebede gedenken, opdat Gods Geest hen leeren moge om het snoode van het rechte te onderscheiden. Dan mag men den grooten Koning der Kerk wel smeeken, dat het Hem moge behagen zelf ons de mannen aan te wijzen in den weg der middelen, die Zijne Kerk met eer zullen dienen !
Laat ons in eensgezindheid dit werk voortzetten en naast de teleurstellingen ook mogen zien op den grooten zegen, dien de Heere op dit werk geschonken heeft, doordat menige gemeente een leeraar mag bezitten, die geheel of gedeeltelijk heeft mogen studeeren op kosten van den Gereformeerden Bond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's