MEDITATIE
Johannes 10 : 15b.
Ik stel mijn leven voor de schapen
Wonderlijk woord, dat woord van Jezus: „Ik stel mijn leven voor de schapen". Wat wordt met weinig woorden hier veel gezegd.
In zijn meest zuiveren en reinen klank komt het evangelie ons hier tegen. En welgelukzalig, die dit geklank kent.
Hier wordt de reddingsboei toegeworpen aan alle ziel, die zeggen leerde :
„Mijn ziele, mijn ziele, doorziet gij uw lot Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God ? "
Jezus spreekt hier als de goede Herder. Dat is als zachte muziek uit den hemel, waarnaar ge luisteren moet met heel uw hart.
Met welk een liefde koestert een Oostersch herder zijn schapen. Met het leven van die schapen onder den strakken zomerhemel is hij zoo nauw verbonden. Hij speurt naar malsche weiden en naar zeer stille wateren, en hij waakt over de rustende kudde.
Jezus zegt: „Ik ben de goede Herder !" Een aardsch herder denkt nog aan eigen belang bij zijn zorg voor de schapen, maar alle zelfzucht is Hem vreemd. En nu is dit een kenmerkende trek van den goeden herder in het gewone leven, dat hij zijn leven stelt voor-' de schapen, waagt voor de schapen.
Onze kudden kunnen den dag zoo vredig doorbrengen op de heide, maar in Palestina loerde het woest gediert. En dan kwam het er op aan, zooals het ook voor David er op aan kwam, toen leeuw en beer zich wierpen op zijn schapen. Dan werd het onderscheid openbaar tusschen den huurling en den goeden herder.
Tusschen hem, die op den loop ging, en hem, die zijn leven stelde voor de schapen !
Maar het moge een kostelijk beeld zijn, dat beeld van den goeden herder, doch welke gelijkenis zult ge op den Heere toepassen ?
De herder, die zijn leven stelt, is er toch op uit, met het leven der schapen eigen leven te bewaren!
Maar als Jezus zegt: ïk stel mijn leven voor de schapen, dan geeft Hij dat niet „desnoods", maar „werkelijk" prijs.
Het gaat Hem om de waarachtige behoudenis van menschenkinderen.
Hierom, dat zij het ware, het eeuwige leven hebben. Daarvoor geeft Hij zichzelven volkomen bewust in den dood.
Dat is daaraan te danken, dat Hij de goede herder is in geheel eenigen zin!
Die van den aanvang afaan dit voor oogen heeft als het eigenlijke van Zijn levenstaak, dat Hij Zijn leven overgeven zal in den dood ten behoeve van de schapen!
Daarvan getuigt ons heel Zijn levensgang.
Zie vooral naar het einde.
Ook in Gethsemané is het: „Ik stel mijn leven voor de schapen." En op Golgotha wordt dat woord voltrokken.
Maar waarom moest Jezus Zijn leven stellen voor de schapen ? Om de schapen te behouden! Daarom gaat Hij den weg des doods. Die schapen zijn menschenkinderen, kinderen van den gevallen Adam, die het beeld huns vaders dragen ! Zondaren, die hun weg verderven.
Die elken dag weer openbaar worden als overtreders van Gods heilige geboden in hunne gedachten, woorden en werken! En vallen onder het vonnis : „vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al wat geschreven is in het boek der wet om dat te doen!"
Zal God God blijven, dan moet Hij hun leven afsnijden, en de schapen overgeven aan het oordeel des doods.
Om de schapen stelt de herder zijn leven.
Tot het behoud van de schapen heeft Gods welbehagen een weg gebaand.
De Zoon Gods wordt Zoon des menschen, en stelt Zijn leven voor de schapen.
Dat is een dure prijs, dien Jezus betaalt. Zijn eigen dierbaar bloed. Hij stelt Zijn leven. Gewillig, met blijdschap ! Welk een ontferming.
Hier weide, o schapen, Uw ziel met een verwond'rend oog!
Jezus stelde Zijn leven voor de schapen. Maar Hij is niet in den dood gebleven. Hij had ook macht het leven wederom aan te nemen. Dan wordt vervuld : „Ik ben gekomen, opdat ze het leven en overvloed hebben! Geen kwijnend bestaan. Maar milde volheid.
Zijn hand is mild en Zijn hart is ruim. Hij is gekomen voor de verloren schapen van het huis Israels ! Maar Hij heeft nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn! Deze moet Hij ook toebrengen. Ook voor die stelde Hij Zijn leven.
Misschien denkt ge : „is dat ook voor mij
Daar zijn er niet velen die dat denken. Wel zijn er velen, die de gehoorzaamheid van Christus tot in den dood des kruises aangrijpen om te kunnen voortgaan in eigen ongehoorzaamheid. En hun einde zal zijn het eeuwig verderf.
Maar, is het waarlijk zoo met u, dat ge geen leven hebt in u zelven, en over eigen bestaan 'het vonnis des doods vellen moet?
Hoort dan maar het woord van Jezus.
Ge moet niet zeggen : „Zij, die schapen zijn worden wel toegebracht. En hoor ik daarbij, dan komt alles terecht! En anders is het toch niets gedaan !"
Want dat is een strik des duivels, ofschoon bereid met het garen van de waarheid van Gods Woord.
De geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen. Dit is ons geopenbaard, dat de Heere aan armen uit gena Zijn hulpe ter verlossing toonen zal.
Blijf niet van verre, wachtend tot ge eerst zekerheid hebt, dat gij een schaap zijt.
Dat lijkt wel ernstig, maar het is wederom de duivel, die zoo raadt om uw ziel te vermoorden.
Geef acht op de stem van den goeden Herder. Hij misleidt u niet! Maar schenkt u alles, wat tot uw welstand noodig is!
Daarvan weten de schapen van den goeden Herder. Hij kent de Zijnen en wordt van de Zijnen gekend. Dat is een kwestie van levenservaring, van bevinding.
Die geleerd wordt, niet in de scholen der profeten, maar in de gemeenschap met den H. Geest, Die onze ziel tot schuldbesef, tot gevoel van verlatenheid, maar ook tot overgave aan den Heere ontroert.
Jezus kent de schapen, omdat ze de Zijnen zijn. Ze hooren Hem toe. De Vader heeft ze Hem gegeven. Hij kent hen, wijl Hij in hen ziet het merkteeken van Gods welbehagen.
Wij zien alles naar het uitwendige aan. Maar Jezus ziet diep in de gestalte der ziel. Hij kent de Zijnen! Dat beteekent: zaligheid. En Hij wordt ook van de Zijnen gekend.
Zij weten niet alleen hoe Hij heet. Maar zij hangen aan Hem met hun gansche hart en schuilen bij Hem.
Kinderkens, blijft dan in Hem.
Hij zal niet toelaten, dat eenige vijand, hoe ook genaamd, u overmant.
Hij zal het u aan niets doen ontbreken! Hij schenkt zelfs het leven in de ure des doods. Overvloed als alles van de aarde ontzinkt.
Zalig evangelie ! Vaste beloften Gods. Maar.... vergeten wij niet vastheid rust nimmer in onze wankelbaarheid.
Maar alleen op de groote vastheid van den tekst: ,,Ik stel Mijn leven voor de schapen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's