MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Die Bijbel, — hij erkende het met smart — was tot hiertoe voor hem een gesloten boek geweest, hetwelk hij niet verstond, omdat hij het bij het licht zijner rede wilde begrijpen. Vandaar ook de aanstoot, welken hij nam aan zooveel, wat daarin voorkwam, en bovenal aan hetgeen hij het hart van de Schrift wilde noemen : „De verzoening door voldoening". Daarvan sprak het gansche Oude en Nieuwe Testament ; maar altijd had hij dat onderwerp gemeden, omdat het zoo inging tegen zijn eigen opvatting van de liefde Gods.
Tot hij aan een ziekbed in de gemeente tot de heilige overtuiging was gekomen, dat alleen in het geloof aan de vergeving der zonden door het Middelaarsbloed van Christus vrede en zaligheid ontvangen werd.
Bij het uitspreken van deze woorden dwaalde menig oog naar Murk, die als altijd, eerbiedig en bewegingloos, onder het orgel zat te luisteren. En van Murk ging het oog naar Pleuntje, die ongemerkt een traan zocht weg te pinken.
Mag ik voor u verzwijgen, gemeente, wat sindsdien heilige overtuiging voor mij geworden is, in den weg van strijd en gebed ? " sprak de prediker. ..Daarom vindt gij mijn tekstwoord, waarin heel de richting van mijn verder leven uitgedrukt wordt, in 1 Cor. 2:2: „Ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus en Dien gekruisigd."
Met verbazing en klimmende aandacht werd dit ernstig woord, rechtstreeks komend uit het hart, beluisterd. Daar waren enkelen, die zich ergerden. Vanaf het orgel werd soms eenig gerucht gehoord en het gekraak van schoenen. Blijkbaar had de organist moeite, om achter het groene gordijntje zich rustig neer te zetten, en achtte hij het noodig hieraan uiting te geven. Een enkele merkte het met instemming op, anderen ergerden zich, doch verreweg de meerderheid hoorde het niet. Hun hart was bij de preek. Voor de meesten was het iets vreemds. Klanken, die niet begrepen werden, doch waaruit duidelijk een gevestigde overtuiging werd vernomen.
Aan het slot sprak de prediker den wensch uit, dat de gemeente, zonder haastig te oordeelen, met dit woord tot zichzelf zou inkeeren. Heerlijk zou het hem wezen, wanneer allen met deze prediking konden instemmen. Indien zulks evenwel het geval niet mocht zijn, hij zocht den strijd niet en wilde dezen ook niet, maar zou het Woord laten spreken. Daarvoor was hij zélf in aanbidding gebogen en daarmede waagde hij het verder te gaan.
In zijn dankgebed droeg hij de gansche gemeente biddend op aan de hoede Gods en vroeg in alles, om de leiding van den Geest Gods. Toen het laatste amen was uitgesproken, ging men met zeer gemengde gevoelens uiteen. Nauwelijks bevond men zich buiten het kerkgebouw of de hoofden werden bij eengestoken. Hier en daar vormden zich kleine groepjes, die het geval druk bespraken. Met een vuurrood hoofd kwam de meester van het orgel stormen, na dit met veel geraas te hebben dichtgeworpen, en liep zonder een woord te spreken of een groet te wisselen naar huis. Elk moest aanstonds maar weten hoe hij daarover dacht, om tevens te begrijpen, welke gevolgen deze zwenking van den dominé, gelijk hij het later noemde, ook voor de school zou hebben. Een paar boeren, die er financieel goed bij zaten en in wier familie van ouder op kind het beheer der kerkgoederen was geweest, keken eveneens ontevreden, zonder dit evenwel in woorden te laten uitkomen.
Enkele jonge mannen hadden de vrijmoedigheid, om te zeggen, dat men hier nu de poppen aan het dansen kreeg en het bij deze eene preek niet blijven zou. Alleen de nadering van mevrouw hield hen terug, om nog meer te zeggen.
Daar waren evenwel ook anderen, die met groote ingenomenheid hadden geluisterd, en met een dankbaar hart de kerk verlieten. Had de Heere niet groote dingen gedaan ? Dit was toch geen menschenwerk, maar Gods werk. En als God werkte, wie zal het keeren ?
Murk was onder dit alles stil. Zonder met iemand te spreken ging hij dadelijk naar huis, om daar evenwel uitvoerig te vertellen, hetgeen was geschied. Ds. Lauwers was een belijder van den Christus geworden, en dit beteekende voor de gemeente een omkeering. Want wèl zou door deze gebeurtenis Gode zij dank geen breuk geslagen worden tusschen de belijdende gemeente en den leeraar, doch het was te voorzien, dat daarom de strijd niet uitbleef. Integendeel, deze zou ongetwijfeld komen, bitter en scherp, niet het minst nu de dominé zoo openlijk partij gekozen had, en het zou gaan, gelijk in zoo menige plaats, tusschen de waarheid en de leugen, tusschen het licht en de duisternis.
Met huivering dacht Murk daaraan. Niet uit vrees voor zijn persoon of zijn handel en dus zijn brood, doch om iets anders. Kwamen bij dergelijke gelegenheden de hartstochten gewoonlijk niet in het spel, waardoor het werd een strijd van menschen onderling ? Werd niet menigmaal vreemd vuur op het altaar gebracht, omdat eigen eer of heerschzucht in 't gedrang raakte ? Was vooral in Friesland niet dikwijls op zeer onwaardige wijze gevochten om het heilige ? En was daarin de Geest van God?
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's