De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

6 minuten leestijd

De overtreding van het Sabbathsgebod bij Israël. Joodsche uitspraken inzake de verzoeningsleer. Christus' kruisdood.

Het „van al uwe zonden zult gij rein worden" (Lev. 6 VS. 30) gold bij de Joodsche rabbi's niet meer. De Joodsche leer over de zonde, haar verzoening en haar straffen, is in deze interessant. Volgens de Joodsche leer waren de zoen- en schuldoffers èn het offer van den Grooten Verzoendag niet voor alle zonden voldoende. (Wat in strijd is met Lev. 16 vs. 30). Dan moest er nog wat bij komen. Daarom luidt een Joodsche uitspraak : „Wie een overtreding begaat, waarop uitroeiing of 'gerechtelijke doodstraf staat, en hij doet boete, die blijft door de boete en den Grooten Verzoendag in twijfel. Pas wanneer er lijden (kastijdingen) bij komt, verschaft dit volledige verzoening".

Een andere uiting is : „als de Naam Gods ontheiligd wordt door iemand en hij boete gedaan heeft, zoo heeft noch de boete de kracht de straf uit te stellen, noch de verzoendag heeft de kracht om hem verzoening te verschaffen. De boete en de verzoendag bewerken voor één derde verzoening, het lijden (de kastijdingen) op de overige dagen van 't jaar bewerkt óók een derde verzoening, en d e dag des doods verschaft volledige verzoening". De dood, het sterven, was een betaling der zonden naast de boete en naast den Grooten Verzoendag, en naast het lijden.

Door den dood boette de zondaar zijn zonden af.

Nu was vooral de overtreding van het Sabbathsgebod een groote zonde. De latere uitleg der Rabbijnen was : er moeten drie straffen onderscheiden worden : i. een Sabbathsovertreding in tegenwoordigheid van getuigen, ondanks een voorafgaande waarschuwing, eischt als straf steeniging ; 2. een overtreding van het Sabbathsgebod zonder getuigen en zonder waarschuwing, brengt met zich uitroeiing door Gods hand ; 3. onwillekeurige Sabbathsovertreding wordt door een zoenoffer verzoend. De offerdienst en de Groote Verzoendag brachten dus geen verzoening voor bewuste overtreding van den Sabbath. Bewuste overtreding van den Sabbath kon niet verzoend worden dan door dep dood, en bracht met zich de uitspraak van het aardsche gericht, dat de doodstraf moest vaststellen.

Dit is in overeenstemming met de bepalingen omtrent de steeniging. 'n Joodsche uitspraak luidt :

„Dezen zijn degenen, die gesteenigd moeten worden : de lasteraar Gods en de afgodendienaar ; en wie den Sabbath ontwijdt, namelijk door iets, waarvoor bij opzettelijkheid uitroeiing en bij ónopzettelijk handelen een zoenoffer moet volgen".

Of nu deze en dergelijke bepalingen reeds golden in de dagen van de omwandeling van den Heiland op aarde, weten we niet zeker. Maar ieder weet, dat de Farizeën den Heiland altijd waarnamen

Mattheüs en Marcus verhalen ons, dat, na de genezing van den man met de verdorde hand, de Farizeën vergaderen, om te beraadslagen, hoe zij Jezus dooden kunnen ! Bij Lucas lezen we, dat hun ergernis tot uitzinnigheid stijgt, zóó woedend waren ze ! En Johannes zegt, na de eerste genezing op den Sabbath : Daarom zochten de Joden Hem te dooden, omdat Hij deze dingen op den Sabbath deed.

Na het aren plukken en eten der discipelen op den Sabbath, lezen we hetzelfde ; evenals na de genezing van den ongelukkigen man en van den 38-jarigen zieke bij Johannes.

He t is het eerste symptoom van den komenden dood van Christus. Alle vier de Evangelisten zijn eenstemmig, dat de conflicten op den Sabbath de eerste aanleiding en oorzaak waren van het vervolgen van Jezus tot den dood toe. Wie den Sabbath bewust schendt, moet gesteenigd worden, moet sterven, moet uitgeroeid worden, want geen offer, ook de Groote Verzoendag, kan deze zonde niet geheel wegnemen, de doodstraf moet dan de verzoening vol maken.

Toen de Heiland en Zijn discipelen door het gezaaide gingen en aren plukten, deden zij een daad, waarop de doodstraf stond. Toen de Heere onder getuigen zonder noodzaak den man met de verdorde hand genas, deed de Heiland, volgens de Farizeën, een daad, waarop de steenigingsdood stond ; en alleen door den dood kon de schuldige zijn zonden afbetalen. Hier is de eerste oorzaak van hun vergaderen over Jezus' dood en de Herodianen, die er naar de mededeeling van Marcus bij waren, zullen er bij betrokken zijn geworden, om politieke oorzaken, omdat Herodes ook Johannes den Dooper

had omgebracht en nu hier ook waarschijnlijk wel zou willen helpen.

Hoe moest dan die steeniging geschieden?

De schuldige werd van een hoogte van ongeveer 3 1/2 m., door een duw van een getuige, voorover naar beneden geworpen (zie ook Lucas 4 vs. 29). Was de schuldige dan dood, dan had de eerste getuige z'n plicht gedaan. Was dit niet het geval, dan moest de tweede getuige door een steen op zijn hart te laten vallen, 'n eind aan hem maken. Daarna moesten pas de omstanders de steenen werpen.

Vóór de voltrekking van de straf moest de veroordeelde, op een afstand van 10 el van de plaats der steeniging, een schuldbelijdenis uitspreken. Als hij het zelf niet kon, moest hij na zeggen : „Mijn dood zij een verzoening voor al mijn zonden".

Deze schuldbelijdenis verschafte geen verzoening in deze wereld, maar in de komende. De dood was, volgens de Rabbijnsche leer, een bezoldiging, een afbetaling der zonde in deze wereld. Nadat de dood ingetreden was, werden de gesteenigden gewoonlijk aan een paal gehangen, de mannen met hun gezicht naar het volk, de vrouwen naar het hout. De gehangene was Gode een vloek. Als dat volbracht was, had de schuldige zijn zonden afgeboet. En de gemeenschap had zich bevrijd van personen, die een verderfelijken invloed hadden.

Voor de latere Joodsche theologie was de dood met boete een verzoening van eigen zonden. Deze dood was het eigenlijke losgeld, de eigenlijke verzoening. Zoenoffers en speciaal de Groote Verzoendag, werkten óók wel, maar slechts voor een deel. Lijden, straf, kastijdingen in dit leven, werkten óók wel, maar slechts voor een deel. De dood, de dood door steeniging, en het gehangen worden aan het hout, was de eigenlijke verzoening, de eigenlijke losprijs.

En zóó spreekt Paulus dan van den dood des kruises en van het hangen aan het hout, dat Gode een vervloeking is. (Gal. 3 vs. 15), dit heerlijk toepassend op den zoendood van Christus, die al de Zijnen van alle schuld bevrijdt en den dood van allen, die in Hem gelooven, totaal van karakter verandert.

[Naar een artikel van drs. W. S. van Leeuwen, Ned. Herv. pred. te Rotterdam, in Algem. Weekblad voor Christendom en Cultuur, 24 Febr, '39.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's