MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
En altijd kwam dat woord van vrouw Kalma, in een beslissend oogenblik gesproken, hem te binnen: „Niet door kracht of geweld maar door Mijnen Geest zal het geschieden", spreekt de Heere. Het zou noodig wezen, dat allen, die met de prediking instemden, zich dit onafgebroken bleven herinneren bij alles wat komen mocht.
Toen de duisternis inviel, sloeg Murk andermaal de richting naar de kerk in, thans om een avondpraatje met Keimpe te houden. Als gewoonlijk zat deze nog in de schemering. Alleen het maanlicht wierp een zacht schijnsel door de kleine ruiten en weerkaatste op de zerken rondom de kerk, die daar zoo rustig en onbewogen stond te midden van alles, wat gekomen en gegaan was.
Met een zachten tik op de deur trad Murk, als een oude bekende, naar binnen.
„Komt 't gelegen ? " vroeg hij.
„Je bent altijd welkom en vooral van avond. Neem een stoel, " klonk het gul.
Weldra waren beide mannen verdiept in het gesprek. Natuurlijk ging het over de wondere verrassing, welke de Heere gewrocht had en de blijdschap van beiden kon thans zonder vrees worden uitgesproken. De wijze, waarop ds. Lauwers zijn gemeente bekend had gemaakt met hetgeen had plaats gegrepen, liet geen twijfel over aan de echtheid zijner bedoelingen, maar evenmin aan de zekerheid der gevolgen, die dit hebben zou. Daarom zou het noodig zijn, dat de predikant wist, niet alleen te staan, doch door anderen te worden gedragen en gesteund, terwijl deze op hun beurt weer zouden hebben te waken, dat de komende strijd heilig bleef.
't Was een verheugenis met beving, welke beide mannen vervulde.
„'k Heb ook op dat gebied al heel wat meegemaakt, " vertelde Keimpe, „en ik weet wat een kerkstrijd beteekent. Ik zélf zal er niet lang meer zijn. Mijn krachten worden minder en ik pas niet meer voor de wereld. Dankbaar ben ik er voor, dat God mij dit nog deed beleven en met Simeon zou ik graag willen zeggen : „Nu laat Gij, Heer, uw dienstknecht gaan in vrede." Maar jij zult wellicht hierbij betrokken worden. Murk, en een eerste plaats innemen. Ik voorzie, dat je in de toekomst de rechterhand van den dominé zult zijn. Zorg er voor, jongen, dat de wapenen, waarmede gestreden wordt uit het tuighuis Gods komen en dat zij blank blijven. De Naam Gods wordt nergens meer door bedroefd dan wanneer deze gebruikt wordt voor het verkrijgen van eigen begeerte. God zal wel zorgen voor Zijn eigen werk, gelijk Hij tot nu toe ook gedaan heeft, en de mensch heeft niet meer te zijn dan een werktuig in Zijn hand, waarvan Hij zich bedient."
„Wat mij betreft, ik wensch niets anders, " antwoordde Murk. „Doch om allen, die zich over deze verandering in het gemeentelijk leven verheugen, daarvan te overtuigen !"
„Daarom moet dat telkens allen gezegd worden, opdat de voeten niet uitglijden, noch ter rechter, noch ter linkerzijde, en verder heel deze zaak ge> geven wordt in de hand Gods. Die voor Zijn eigen eere zorgt."
Nog lang werd dezen avond samen gesproken over hetgeen 't Koninkrijk Gods aangaat en den wonderlijken verlossingsweg, die gewoonlijk heel anders loopt dan de menschen zich dit voorstellen.
Ook in andere gezinnen had ditzelfde plaats al was het vaak op andere wijze. En eer er een week verliep, werd het tot in zeer wijden omtrek bekend, dat ds. Lauwers van richting veranderd was en daarmede in deze gemeente heel andere toestanden zouden geboren worden. En in de kringen, waar men met hand en tand vasthield aan de zoogenaamde vrijzinnige gedachte, werd de eerste oorzaak van dit alles gezocht bij manken Murk, die door zijn woord en daad deze omkeering had voorbereid.
Of dit, naar den mensch gesproken, zoover bezijden de waarheid was ?
NEGENTIENDE HOOFDSTUK.
't Was een mooie Meidag, 't Vriendelijk zonlicht goot een gouden glans over 't herleefde aardrijk, waar na lange voorjaarskou het bonte bloemtapijt de velden sierde. Koekoek en griet, kievit en leeuwerik wedijverden vanaf den vroegen morgen om hun dankbaarheid uit te jubelen ; en in de hooge boomen rondom „Lucht en Veld" zaten de vogels op hun nesten of vlogen uit, om voedsel voor de pasgeboren jongen te zoeken. Boven op den nok 'van de schuur, vlak bij het uilenbord, had een ooievaarspaar het gewaagd na lang geklepper zijn bivak op te slaan, tot groot genoegen van boer Siderius, omdat zulks nog nooit tevoren plaats vond, en het een voorbode van geluk beteekende.
„'k Feliciteer je met dat hooge bezoek, hoor Pleun, "heeft hij lachend gezegd, „'t is meteen ook een goede boodschap voor jou en Murk."
een goede boodschap voor jou en Murk." Maar Pleuntje, die niet bijgeloovig was, heeft geprutteld, omdat zij wel eens gehoord had, dat ooievaars zoo lastig waren, vooral wanneer zij jongen hadden en het niet mogelijk scheen huis en heem schoon te houden met zulke steltloopers op het erf. Waarop, de boer had geantwoord, dat haar dit niet erg meer hinderen zou, omdat zij immers toch plan had voor goed van hier te gaan in den grooten dienst, zooals hij het noemde, en omdat de koop de huur ophief.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's