Wat moet de Gereformeerde Bond doen ?
Laat ik mijn groote blijdschap mogen betuigen voor het feit, dat mijne artikelen in De Waarheidsvriend blijkbaar door velen gelezen zijn. Ik heb tenminste van allerlei kant hartelijke sympathiebetuigingen ontvangen.
Menschen van allerlei schakeeringen in onzen Bond hebben op deze artikelen gereageerd.
Wat mij het meeste verblijdt, is wel dit, dat allen er van harte mee blijken in te stemmen, dat het zoo niet langer gaan kan. Men komt blijkbaar tot deze overtuiging, dat er van dat getwist en gekijf onder elkander weinig goeds te verwachten is voor onze Kerk.
In het kamp van degenen, die van onze belijdenis niet willen weten, ducht men van onze Gereformeerde actie weinig gevaar meer. Men is gerustgesteld door de gedachte, dat de Gereformeerde groep in onze Kerk bezig is om zichzelf te verteren, zonder dat men er zelf veel aan behoeft te doen.
Er zijn, helaas, reeds aanzienlijke verliezen te boeken voor onze Gereformeerde groep, die op rekening te stellen zijn van de onderlinge verdeeldheid.
Nu hoor ik u echter vragen : Wat er dan nu gedaan moet worden ? Spoedig hopen we in De Waarheidsvriend daarop een antwoord te geven. Met de uit; werking van deze plannen is men reeds bezig" Dat neemt niet weg, dat we echter nu reeds met iets konden beginnen, hetwelk straks de toenadering tot elkander zal kunnen bevorderen. Ik zou gaarne willen voorstellen, dat allen, die leiding hebben te geven in onze Gereformeerde groep, op welk terrein 't ook zij, de wapens tegen elkander zullen neerleggen. We moeten beginnen met het ernstige voornemen om geen bittere dingen meer aan elkanders adres te zeggen, noch in woord, noch in geschrift. We moeten beginnen met te verzamelen allen, die nog wenschen te leven naar het Woord Gods en naar de belijdenis onzer Vaderen.
Dat kan toch de eenige grondslag zijn. Waar het bovenal op aan zal komen, is naar mijn meening dit, of in onze eigen ziel door de werking van Gods Geest ook diep schuldbesef zal geboren worden.
Het is noodig, dat we ons schamen tegenover elkander, maar nog méér, dat we ons schamen voor den Heere.
Helaas, van dat schuldbewustzijn is nog niet zooveel te bespeuren. Het is veel gemakkelijker om de schuld bij anderen te zoeken, dan bij onszelf. Och, dat dezelfde Geest ons mocht leiden, die een Daniël bezielde, toen hij het uitriep : Wij en onze vaderen hebben gezondigd en hebben gedaan, wat kwaad is in Uwe oogen.
Als wij blijven voortvaren steeds de schuld bij anderen te zoeken, komen we niet verder. Een ieder, zonder onderscheid, steke de hand in eigen boezem en onderzoeke, hoe die hand er uitziet, als hij hem weer voor den dag heeft gehaald.
O, als we dan leeren zien op onze zonden en ongerechtigheden en op het onheilige vuur, wat een ieder onzer menigmaal op het altaar
brengt, met de stellige betuiging, dat het ons om de eere Gods te doen was, dan past het ons om schaamrood te wezen.
In een van, de brieven, die ik ontving, schreef een hoofd van een Christelijke School of het geen tijd zou wezen om eens samen te komen om aan den Heere onze schuld te belijden en Hem om genade te smeeken, opdat Hij Zijn hand van ons niet zal aftrekken.
Ongetwijfeld zal het noodig wezen, dat we in onze eerste samenkomst ons voor den Heere zullen verootmoedigen en samen belijdenis zullen doen van onze schuld.
Dan zal ook de liefde tot elkander zich weer kunnen openbaren.
Er is de laatste jaren door ons allen veel geschreven en gesproken over allerlei.
Eén onderwerp is echter in onze kringen maar stiefmoederlijk bedeeld. We bedoelen het hoofdstuk der liefde. Sla maar eens het onvergetelijke dertiende hoofdstuk uit den eersten brief aan de Corinthiërs op : Al ware het, dat ik de talen der menschen en der Engelen sprak en de liefde niet had, zoo ware ik een klinkend metaal of luidende schel geworden.
En al ware het, dat ik de gave der profetie had en wist alle de verborgenheden en al de wetenschap en al ware het, dat ik al het geloof had, zoodat ik bergen verzette en de liefde niet had, zoo ware ik niets.
En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zoo zoude het mij geen nuttigheid geven.
Daar wordt een streep gezet door al onze rechtzinnigheid, zoo deze niet gemengd is met de waarachtige liefde tot God en mensch, die alleen de vrucht is van het werk van den Heiligen Geest.
Ik weet wel, dat wij deze schoone woorden uit den brief aan de Corinthiërs niet mogen misbruiken. Ook de zoetste sentimentaliteit tegenover onze medemenschen, waarbij de heilige beginselen worden vermodderd, is Gode een gruwel.
Maar aan de andere zijde blijven wij ook maar klinkend metaal en luidende schellen, als we gewagen van onze rechtzinnigheid en onder dat alles de liefde zou gemist worden.
O wat zal het ontzettend wezen als tot ons, verdedigers, van de Waarheid, zou worden gezegd : Ga weg van Mij, gij mensch zonder liefde, want Ik heb u nooit gekend !
Misschien, dat iemand liever maar niet bepaald wil worden bij de noodzakelijkheid van de kennis der waarachtige liefde ; het is mogelijk dat men liever leeft bij de leuze : beter een heilige oorlog, dan een valsche vrede. Zeker ook het laatste geef ik toe. Met de beginselen mag niet worden gemodderd. Maar één van de groote kenmerken van het kindschap Gods is toch zeker dit, dat ze elkander zullen liefhebben.
Hartekenners zijn wij niet ! Het oordeel komt ons niet toe ! Welaan, laten dan al degenen, die wenschen te leven naar Gods Woord en naar de belijdenis elkander weer zoeken. Laat men elkaar de hand reiken over de politieke muren. Men verbeelde zich in Zuid-Holland niet, dat de kinderen Gods op de Veluwe, die Christelijk-Historisch zijn, zoo maar in eens zullen omzwaaien naar A. R. En de Staatkundig Gereformeerden moeten niet denken, dat het oogenblik tot samenwerking in onzen Bond pas dan zal gekomen zijn, als al de leden van den Bond Staatkundig Gereformeerd zijn geworden. En die leden van onzen Bond, die meer voelen voor de Christelijk Nationale Partij, moeten zich niet voorstellen, dat alle leden van onzen Bond hen op het politieke pad zullen volgen. Wat historische wortels heeft, is niet zoo maar weg te redeneeren. De Kerkgeschiedenis kan het ons leeren. Er komen wel steeds nieuwe kerkjes bij, maar verdwijnen doet er niet één.
Ook de oprichting van een nieuwen Bond brengt geen heil. Het eenigste, wat hiermede zou worden bereikt is dit, dat er weer een deel van onze actie apart komt te staan. Met andere woorden : nog meer verbrokkeling.
Ik mag u wel betuigen, dat mijn vrienden mij even lief zijn, of ze C.-H., A.-R., Staatk. Geref. of Christ. Nat. of H.G.S. zijn.
Lezers is het nog mogelijk, dat we de wapens tegen elkander opbergen en nog weer gemeenschappelijk front maken tegenover den vijand ?
Laten we samenkomen om de richtlijnen naar Gods Woord en de belijdenis opnieuw vast te stellen. Laat een ieder maar eerlijk zeggen, hoe hij over de dingen denkt. Maar zij het in liefde ! Met en voor elkander het goede zoekend ! Achtende de een den ander uitnemender dan zichzelf.
Misschien kan hieruit ook voor de politiek nog iets goeds geboren worden. Zou het niet te overwegen wezen, om al de rechtsche Protestantsche partijen met behoud van beginselen federatief te doen samenwerken ? Dan hadden we tenminste grooter kracht tegen de macht van Rome en ook tegen het Communisme.
Indien we echter nalaten om ons samen te vereenigen op grond van de belijdenis, dan zal de vijand met de winst gaan strijken en dan zal de splijtzwam ons verteren. Een ieder onderzoeke alleen zichzélf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's