De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

't Zit Minister Goerring, „den woedenden vechtstier" uit Duitschland (de uitdrukking werd door een zijner vrienden bij wijze van compliment gebruikt) blijkbaar nog een beetje dwars, dat het Sudetenland zonder slag of stoot veroverd kon worden. Hij heeft althans dezer dagen nog weer eens verkondigd, dat het resultaat van München uitsluitend aan de kracht van de Duitsche weermacht te danken is geweest. Gedurende de Septemberdagen werd de vrede bewaard en verkreeg Duitschland recht, omdat men wel wist dat de Duitsche weermacht de kwestie anders met andere middelen zou hebben opgelost. „Eén bevel, en den tegenstander zou een hel, een inferno, worden bereid". Dergelijke „fijngevoelige" opmerkingen typeeren de mentaliteit van de Duitsche machthebbers. Dreigen en pochen zit hun in het bloed. In München onderteekenden Chamberlain en Hitler een gemeenschappelijke verklaring, dat hun landen ook andere kwesties langs vreedzamen weg tot oplossing wenschten te brengen. Maar nu komt Goerring ons (wellicht ten overvloede ? ) verzekeren dat er inzake Tsjecho-Slowakije van een vreedzame oplossing eigenlijk geen sprake is geweest. Wanneer waar zou zijn, dat Engeland en Frankrijk (om van het gedupeerde Tsjecho-Slowakije maar te zwijgen) slechts „ja" hébben geknikt uit vrees voor de kracht van het Duitsche leger, kan men immers moeilijk van een „vreedzame oplossing" spreken. Dan heeft in München niet het overleg, doch dreigend oorlogsgeweld het beslissende woord gesproken. Men moet echter over nationaal-socialistische brutaliteit beschikken, om éérst als vredes-apostel te poseeren, en later — wanneer het gewenschte doel bereikt is — te pochen op de kracht van het leger, waarvoor het buitenland dan toch maar weer gezwicht is. Wat zou men er van zeggen, indien Chamberlain een dergelijke rede hield en triumfantelijk verklaarde, dat „de vrede van München" uitsluitend te danken is geweest aan de kracht van de Britsche weermacht en Hitler slechts uit vrees daarvoor niet tot een oorlog dorst te besluiten ? Het denkbeeld, dat de Britsche Staatsman zich tot dergelijke grootspraak zou laten verleiden, is op zichzelf reeds absurd. Daarvoor is Chamberlain te veel gentleman.
Maar de officieele woordvoerder van (naar eigen zeggen) „een der meest op den voorgrond tredende naties, die ooit de wereld hebben bevolkt", is voor zoo'n klein geruchtje niet vervaard.
We nemen overigens gaarne aan, dat Goerring's redevoering in Duitschland met instemming aangehoord is. Daar wordt men bij dergelijke taal opgevoed. Bescheidenheid wordt als een der ergste ondeugden aangemerkt, zelfverheerlijking daarentegen op allerlei wijs bevorderd. Ter gelegenheid van de opening der Leipziger Messe heeft rijksminister Goebbels (van wiens welsprekendheid we ovei'igens langen tijd verstoken zijn gebleven) het „vernuft en de ijver der Duitschers, alsmede de energie en vitaliteit van het nationaal-socialisme". geprezen. Maar 't tegenwoordige Duitschland heeft deze bijzondere kwaliteiten , dan ook wel dringend noodig ! Eerlijk erkende Goebbels, dat de regeerinig „nog slechts moeilijk in staat is het Duitsche volk de levensnoodzakelijke goederen, of de goederen van secundaire noodzakelijkheid, die het noodig heeft voor zijn dagelijksch gebruik, te verzekeren". „Wij behooren tot de niet-bezittende volken en daarom hebben de leiders van den Duitschen Staat zich gedwongen gezien een reeks onpopulaire maatregelen te nemen". In zijn jongste rede heeft ook Hitler er op gewezen, dat er in Duitschland langzamerhand gebrek aan de allernoodigste goederen ontstaat. Maar natuurlijk zoeken Führer noch volgeling de oorzaak van deze misère bij zichzelf.
Het booze buitenland is de schuld. Dat sluit de grenzen voor Duitsche goederen, terwijl het over groote rijkdommen, grondstoffen en uitgestrekte koloniën beschikt. „Duitschland", aldus Goebbels, „streeft niet naar een zuiver autarkische leiding der economie, maar heeft zich autarkisch ingesteld, voorzoover dit noodig is in verband met de levensnoodzakelijkheid van het Duitsche volk".
We zullen niet beweren dat het dure Hitler-regime alleen en uitsluitend de oorzaak is van de economische moeilijkheden waarmede men in Duitschland te worstelen heeft. In vrijwel alle andere landen kost het ook moeite om de eindjes aan elkander te knoopen. Maar het staat toch wel vast, dat het Derde Rijk een oorlogs-economie voert en alle economische principes als „kapitalistische kletspraatjes"' terzijde meent te kunnen schuiven. De gansche nationale kracht wordt aangewend voor versterking van het militaire apparaat. En die fout, met hoeveel rhetorische verklaringen ook als opperste wijsheid aangeprezen, wreekt zich. Nu heeft Goerring, in de hierboven bedoelde redevoering voor 1939 weer het parool gegeven : „in dit jaar mogen wij er slechts aan denken het Duitsche luchtwapen den voorsprong te verzekeren, welke niet meer kan worden ingehaald. Er kome wat wil". Maar als men daarnaast erkennen moet dat het „vijandige buitenland" over veel grootere rijkdommen beschikt dan het miskende Duitschland, dan is het toch zonder meer duidelijk dat Goerring's parool het Duitsche volk voor een onmogelijke opgave stelt. Ze beteekent een moedwillige bewapeningswedloop met sterkere mededingers. Duitschland heeft tot nog toe met wapengekletter wel 't een en ander kunnen bereiken. Maar daaruit heeft ook het buitenland wel leering geput. Engeland, Frankrijk en de Vereenigde Staten laten zich nu waarschijnlijk niet zoo gemakkelijk meer overbluffen dan enkele jaren geleden. Overal wordt de bewapening opgevoerd. En noch in Londen, noch in Parijs of Washington, zal men werkloos toelaten dat het Duitsche luchtwapen een definitieve voorsprong behaalt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's