De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Nu, dit laatste was waar. Naar plaatselijk gebruik zouden Murk en Pleuntje in de Meimaand in het huwelijk treden.
En thans was die dag aangebroken.
Daar was nog heel wat drukte van allerlei aard aan voorafgegaan, vooral voor Murk. Zoodra de krachten het toelieten en de dokter daartoe de vrijheid gaf, begon hij zich weer met zijn zaken te bemoeien, waartoe in de eerste plaats de vertimmering van het nieuwe winkelhuis behoorde. Zorg er nu voor, dat alles komt zooals je het hebben wilt en kijk niet op een paar honderd gulden. Dat is maar tien gulden rente per jaar en daar kan je heel wat genot van hebben", heeft Siderius gezegd, en baas Feikema was het wel toevertrouwd, om iets goeds te maken. Hij had altijd den naam, dat hij beter teekenen kon dan uitvoeren en beter voor de theorie was dan voor de practijk. Voor deze laatste was echter Sjoerd wel weer berekend en zoo kon dus een geheel verwacht worden, gelijk men hier nog niet gezien had. Wat hem er eigenlijk toe dreef, maar de boer van „Lucht en Veld" had tegen baas Feikema gezegd : „Zorg, dat het eerste klas werk wordt" En vóóral de pui moest goed uitkomen, zooals men dat in de steden had, met zoo'n heel hoog breed raam en glazen uitstalkast en dan twee toonbanken met flinke bergruimte aan den binnenkant en hooge stellingen langs de muren. Want Murk zou dit uit zichzelf misschien niet hebben aangedurfd, omdat hij voor een deel geholpen moest worden. Maar daarin lag de toekomst. Vooral, omdat hij het noodzakelijk van de winkelnering zou moeten hebben. De menschen zouden later niet kunnen zeggen, dat het een nietig zaakje geworden was. Wat gedaan werd, moest goed gedaan zijn.
En baas Feikema wilde wel timmeren, omdat de lastgever daar goed voor was, zoodat hier een winkelhuis verrees, waar elke voorbijganger even voor staan bleef en 't welk door de meesten mooi werd genoemd.
Natuurlijk waren er ook anderen, die hun jaloerschheid niet konden verbergen en eenigszins smalend over deze nieuwe onderneming spraken : „Men kon wel zien, waar het geld zat. Murk had zeker een lot uit de loterij getrokken met een flinke som. D'r scheen maar vrij wat aan die potten en pannen verdiend te worden. Als niet kwam tot iet, dan kende iet zich zelven niet. Van eens andermans leer was het wel breed riemen snijden. Groote huizen, groote zorgen, 't Waren sterke beenen, die de weelde droegen, en 't zou de vraag zijn, of manke Murk daartegen bestand was".
'Ook Pleuntje moest het ontgelden. Die zou nu wel juffrouw moeten worden. Juffrouw Murk, zei de een, doch een ander wist dit beter, door haar te noemen : juffrouw Zandstra. In de laatste tijden, nu meer de aandacht op hen gevestigd werd als gevolg van allerlei omstandigheden, was algemeen bekend geworden, dat „manke Murk" bij den burgerlijken stand stond ingeschreven als Murk Zandstra, wat tot gevolg had, dat sommige ouders hun kinderen leerden hem voortaan zóó te noemen en niet meer bij zijn voornaam, die met het hinkende been verband hield.
Waren er dus, die hun ternauwernood dezen vooruitgang gunden, daar waren ook anderen, en die hadden de meerderheid. Zij gevoelden iets van trots bij de gedachte, dat zoo'n onderneming nu niet opgericht werd door 'n vreemdeling, maar door iemand dien zij allen van jongsaf kenden, en door noeste vlijt zich had opgewerkt tot een koopman, die er wezen mocht.
Oude Keimpe, die vooral de laatste tijden meer dan ooit zich tot zijn zooveel jongeren vriend gevoelde aangetrokken, kon er niet over uit en had hem al eenige malen Gods rijken zegen op deze grootsche onderneming toegewenscht ; en ouderling Bouma niet minder. Baas Krein, die aan dit werk een mooie som verdiende, omdat hij voor al het ijzerwerk te zorgen had, vanaf den zwaren balk, die de bovenverdieping moest torsen, tot de winkelstelling toe, vertelde aan elk, die onder zijn bereik kwam, dat dit de vrucht was van een flink karakter en een ijverige natuur. En hoe méér hij daarover „in vuur" kwam, hoe harder hij met den voorhamer het gloeiend ijzer beukte, zoodat de vonken door de smidse stoven. In zijn tegenwoordigheid moest dan ook niemand het wagen één woord ten nadeele van Murk te spreken, want hij kon er op rekenen „den wind van voren" te krijgen.
Wie zich evenwel mèt de anderen vooral ook verheugde, dat was ds. Lauwers. Sinds dien onvergetelijken Zondag, waarop hij, voor heel de gemeente had verklaard wat bij hem had plaats gevonden, en hoe hij tot een andere overtuiging was gekomen, was er heel wat gebeurd. Gelukkig, dat mevrouw, die zijn gevoelens niet deelde, in zooverre meeging, dat niemand dit van haar gewaar werd en zij overal waar dit pas gaf, haar man verdedigde. Doch dit nam niet weg, dat er strijd kwam, en ook, dat deze hevig werd. 't Friesche volk is gewend, om, wat het doet, goed te doen. En dit gold ook voor den kerkstrijd. Niets werd hierbij ontzien en niemand gespaard.
Als aanvoerder der tegenpartij trad het hoofd der school op, die in deze omkeering van den dominé niets anders dan een stuk politiek zag. In zijn oog stond deze daad gelijk met contractbreuk. Men had hier een predikant van de vrijzinnige beginselen beroepen, en nu bleek men „het paard van Troje te hebben ingehaald". Ds. Lauwers moest, als hij een man van karakter was, zijn werk hier neerleggen en vertrekken naar een gemeente, waar hij thuis hoorde, maar niet langer blijven waar hij niet begeerd werd.
Dag op dag verkondigde de meester zulks en twee van de drie kerkvoogden, benevens een paar leden van den kerkeraad en enkele notabelen, waren het met 't schoolhoofd volkomen eens. Te meer, waar men begreep, dat deze gebeurtenis niet op zichzelf zou blijven staan, maar ook op ander terrein en niet het minst op dat der school gevolgen zou hebben.
(Wordt voortgezet.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's