De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Is er van de samenwerking met de Ethischen veel te verwachten?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is er van de samenwerking met de Ethischen veel te verwachten?

7 minuten leestijd

We leven in een tijd, waarin het syncretisme opgang maakt. De conferenties te Edinburg en Stockholm, waar vertegenwoordigers van allerlei kerkgenootschappen uit allerlei landen bijeen kwamen om met elkander te spreken over de „Una Sancta", de ééne heilige algemeene Christelijke Kerk, geven daarvan een bewijs.
De sterke centralisatiegedachte, die zoo sterk op den voorgrond treedt in het fascisme, heeft ook de verschillende religieuse groepen in ons Vaderland aangegrepen.
De Ethischen, die zich, over het geheel genomen, niet zoo druk hebben gemaakt met de Kerk als zoodanig, zijn ook begonnen om wat meer interesse te toonen in het kerkelijk vraagstuk.
Verschillende richtingen in onze Kerk hebben blijkbaar met angst gadegeslagen, hoe de wereldmachten zich hoe langer hoe meer beginnen te concentreeren en een groot gevaar beginnen op te leveren voor de Kerk.
Het is een bedroevend feit, dat de Kerk tegenover de menschen des ongeloofs in haar richtingsstrijd zooveel van haar krachtsopenbaring naar buiten moet inboeten. Helaas, de Kerk staat jammerlijk verdeeld. Wat de één opbouwt, wordt door den ander weer afgebroken. Geen wonder, dat allerlei richtingen in den strijd tegen het gevaar van het ongeloof en de brute machtsontplooiïng van het wereldlijk gezag zouden willen, dat de Kerk zich weer als een machtige eenheid naar buiten zou openbaren.
Het is zeker, dat er ook nog wel andere factoren toe zullen hebben medegewerkt, dat velen weer zijn gaan denken over de Kerk, maar we gelooven, dat de overgang van den democratischer regeeringsvorm naar het absolute Staatsgezag er zeker niet het minst toe heeft bijgedragen.
Men wil, dat ook de Kerk zich weer krachtig zal gaan openbaren. Men gevoelt, dat de Kerk weer een belijdende Kerk zal moeten worden, zal er werkelijk kracht van haar kunnen uitgaan.
Deze gedachte is op zichzelf toe te juichen. Ik heb het echter ook wel eens hooren zeggen, dat we er als Gereformeerden niet beter aan toe zouden wezen als de Ethische groepen zich ook gingen interesseeren voor het kerkelijk vraagstuk.
Zelf ben ik ook die meening toegedaan.
Ge vraagt misschien : Waarom dan toch ? Met het stellen van deze vraag staan we midden in de moeilijkheden.
Welk ontwerp van tolerantie zal er moeten worden opgesteld om de meeningen van rechtschen en linkschen onder de rechtzinnige groepen te kunnen bevredigen ?
Ge begrijpt toch wel, dat de Ethische groepen zich nooit zullen neerleggen bij de belijdenisgeschriften, die door de Synode van Dordrecht zijn opgesteld. We behoeven er niet aan te denken, dat onze drie Formulieren inderdaad de gewenschte „eenigheid" zullen tot stand brengen. Hoogstens zal men deze drie Formulieren van Eenigheid als historische documenten willen eerbiedigen, zonder zich echter aan den inhoud te willen binden.
Naar welke belijdenis zullen we dan teruggrijpen als accoord van gemeenschap ?
Maar ik hoor u onmiddellijk reeds groote bezwaren maken bij het vernemen van het voorstel om de klok van de dogmatische ontwikkeling van de Kerk zoo maar eens eenige eeuwen terug te draaien.
Met recht kan worden gevraagd of we dan door de heele dogmatische ontwikkeling van de Kerk onzer Vaderen zoo maar ineens een streep zullen zetten. Alsof de strijd tusschen Remonstranten en contra-Remonstranten maar een zaak zou wezen van ondergeschikt belang ? Dat was toch eigenlijk dezelfde strijd als die er al werd gestreden tusschen Augustinianen en Semi-Pelagianen in den loop der Middeleeuwen. Het ging toch hierbij om de groote vraag of bij de redding van den zondaar den Heere al of niet alleen de eere zou toekomen.
Inderdaad zijn de bezwaren, om een streep te zetten door de dogmatische ontwikkeling van de Kerk onzer Vaderen onoverkomelijk:
„Gesteld echter, dat we er voor te vinden waren om door Dordrecht een streep te zetten, hoever moet ik dan met u in de Kerkgeschiedenis terug gaan om een gemeenschappelijke basis te vinden ? ", zoo vroeg ik aan een van de meest vooraanstaande leiders in Kerkopbouw.
Zouden we bijvoorbeeld in de Apostolische Geloofsbelijdenis elkander kunnen vinden ? Het antwoord luidde echter, dat dit zou afhangen van de vraag, hoe men de woorden van het Apostolicum zou willen verstaan en uitleggen.
De poging om te trachten terug te keeren tot de Twaalf artikelen des Geloofs is trouwens niet nieuw. Reeds de toekende Calixtus bracht toij z'n syncretistische poging de twaalf Geloofsartikelen naar voren, maar van den kant van verschillende Lutheranen kwamen de bedenkingen naar voren, dat lang niet alles, wat tot de zaligheid noodig was, in het Apostolicum opgenomen was.
Het is sinds hoe langer hoe meer duidelijk geworden, dat men het over de waarde en beteekenis des Twaalf Artikelen niet in alles meer eens was. In het midden van de 19de eeuw is er zelfs nog een poging gedaan om de Twaalf Artikelen te wijzigen. De maagdelijke geboorte, de nederdaling ter helle en de opstanding des vleesches, moesten dan uit het oude Apostolicum geschrapt worden.
En zoo is het nog. Laten we maar eens hel woord geven aan prof. dr. Ph. Kohnstamin. In zijn werk „de Heilige" laat hij op blz. 170 een scherpe critiek hooren op het leerstuk der maagdelijke geboorte (Lukas 1 vs. 35), waar wij lezen: „En de Engel antwoordende, zeide tot haar : De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen : daarom ook, dat Heilige, dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden", treedt geheel op den achtergrond.
De volle nadruk wil deze geleerde leggen op Joh. 1 VS. 12 en 13, waar wij lezen : „Maar zoovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam gelooven, welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn".
Prof. Kohnstamm meent, dat er tusschen de natuurlijke geboorte van Christus en die van elk van Gods kinderen eigenlijk geen verschil bestaat. Ook Christus heeft, volgens hem, een natuurlijken vader gehad. Ook de geestelijke geboorte van Gods kinderen is niet uit den bloede, noch uit den wil des mans, volgens Joh. 1 vs. 12 en 13.
Zoo is ook het hoogere leven in Christus niet uit den bloede, noch uit den wil des mans, maar uit God.
Wie echter Matth. 1 en Lukas 1 objectief leest, zal tot de conclusie komen, dat een dergelijke uitlegging onmogelijk is en aan de beschrijving van het mysterie in Matth. 1 en Lukas 1 geen recht laat wedervaren.
Prof. Kohnstamm staat hier niet alleen. Ook bij prof. Van der Leeuw vinden we een frappant voorbeeld van kritiek op de maagdelijke geboorte.
Doch genoeg hiervan, 't Was er ons slechts om te doen om eens een voorbeeld aan te halen, waaruit zou kunnen blijken, hoe men in onze eeuw in allerlei kringen bezig is om een beteekenis aan de Twaalf Artikelen te geven, die er door de oud-Christelijke Kerk nooit aan gegeven is.
Inplaats van aan te landen bij een strikt objectief punt van gemeenschap, blijkt het Apostolicum een twistappel te worden van het meest consequente subjectivisme.
Helaas, we komen tot de conclusie, dal men in onze dagen meer het Apostolicum benaderde met zijn eigen philosophie of eigen theologisch denken, dan dat men eerbiedig vroeg wat God de Heere in de 2de eeuw van onze Christelijke jaartelling in het totstandkomen van de Twaalf Artikelen tot de Kerk van alle latere eeuwen heeft willen spreken.
Wie deze dingen zich goed wil indenken, zal zich weinig illusies maken over de samenwerking met de Ethische groepen, omdat de Belijdenisgeschriften van alle eeuwen, waardoor God heeft gesproken in den loop dèr eeuwen door den mond der Kerk, zoodanig door hen verdund worden of cultureel worden omgebouwd of geïnterpreteerd, dat er van het origineel maar weinig meer is overgebleven.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Is er van de samenwerking met de Ethischen veel te verwachten?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's