De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

Luthers verklaring van Paulus' brief aan de Galaten.

6 minuten leestijd

Paulus in de Galaten teleurgesteld ; het ware Evangelie is één, en dat mag slechts worden verkondigd ; hoofdstuk 1 vers 6—9. (IJ

Ik ben verwonderd
Gij ziet hier de schranderheid en het verstand van Paulus, hoe hij zijn afgevallen Galaten, die door valsche apostelen waren verleid, behandelt. Hij valt hen niet aan met heftige en harde woorden, maar hij spreekt echt vaderlijk met hen, door hun val niet alleen geduldig te dragen, maar ook door die als het ware te verontschuldigen. Vervolgens koestert hij hen met een moederlijke genegenheid, door hen zeer zachtzinnig aan te spreken, doch zóó, dat hij hen tegelijk bestraft, al doet hij zulks in welgekozen en ter zake dienende bewoordingen. Tegen de valsche apostelen daarentegen, die hun verleiders zijn, gaat hij heftig en vol verontwaardiging te keer ; op hen laadt hij alle schuld, reden waarom hij reeds in den aanvang van den brief met donder en bliksem tegen hen uitvaart, zeggende : „Indien iemand u een ander Evangelie verkondigt, die zij vervloekt" (vers 9). En verder in hoofdstuk 5 vers 10 luidt het : ,,Maar die u ontroert, zal het oordeel dragen, wie hij ook zij". Bovendien vervloekt hij hen met scherpe woorden : „Och, of zij ook afgesneden wierden, die u onrustig maken" (vers 12). Dit zijn voorwaar schrikkelijke uitdrukkingen, geuit tegen de gerechtigheid, die uit het vleesch of de wet is. Ook had Paulus de Galaten wat onvriendelijker kunnen behandelen, en harder tegen hen kunnen uitvaren. Bijvoorbeeld op de volgende wijze : Wat een schandelijke afval ! Ik schaam mij over ulieden. En uw ondankbaarheid smart mij, ja, ik ben er vertoornd over !
Voorts had hij, gelijk in een tragedie, kunnen uitroepen : O tijden, o zeden !
Omdat het er hem echter om te doen is, de gevallenen weer op te richten, en hen met vaderlijke zorg uit de dwaling weer tot het zuivere Evangelie terug te brengen, laat hij alles, wat hard is, achterwege, vooral, omdat hij nog maar in het begin is van zijn schrijven. Met de aangenaamste en zachtste woorden spreekt hij hen aan. Want daar het des apostels bedoeling is, om gewonde zielen te genezen, daar zou het niet passen, wanneer hij door het aanwenden van een ongeschikt geneesmiddel de nog versche wond pijnlijker zou maken ; op deze wijze zou hij hen, die gewond zijn, meer schade dan baat brengen. Daarom heeft hij uit de milde bewoordingen, die ér zijn, welhet meest geschikte gekozen als hij zegt : „Ik verwonder mij" ; hetgeen zeggen wil, dat hij met droefheid en tegelijk ook met misnoegen van hun afval heeft kennis genomen.
In dit vers denkt Paulus aan de vermaning, die hij later in hoofdstuk 6 vers 1 uitspreekt: „Broeders, indien ook een mensch overvallen ware door eenige misdaad, gij, die geestelijk zijt, brengt den zoodanige terecht". Dit voorbeeld moeten wij navolgen, opdat wij jegens ellendige en verleide discipelen op gelijke wijze met deernis zullen begaan zijn, als bij ouders ten opzichte van hun kinderen het geval is. Zij moeten namelijk onzen vaderlijken ijver en onze moederlijke genegenheid jegens hen gewaar worden, en inzien, dat wij niet hun ondergang, maar hun welzijn op het oog hebben. Doch den duivel en zijn trawanten, die de oorzaak der verleiding en secten zijn, moeten wij, in navolging van den apostel, niet toegevend behandelen ; tegenover hen moeten wij trotsch, scherp en hard wezen, en hun dwalingen en bedriegerijen moeten wij streng hekelen, verachten en veroordeelen. Zoo zijn ook ouders gewoon, om hun kind, wanneer het door een hond gebeten wordt en schreit, te liefkoozen en m.et allerlei zachte woordjes te troosten ; den hond daarentegen vervolgen zij.
Zoo is dus Paulus' geest een bewonderenswaardig kunstenaar, om gevallen en bedroefde gemoederen te behandelen. De paus daarentegen, die door een booze geest wordt aangezet, breekt zich als een dwingeland baan, terwijl hij met vloeken bliksemt en dondert tegen ellendige zielen en hen, die verschrikt zijn. Uit zijn bullen kan men dat zien, vooral uit die over het Avondmaal. Ook de bisschoppen oefenen hun ambt niet beter uit ; hel Evangelie verkondigen zij niet, en om het heil der zielen bekommeren zij zich evenmin ; zij zoeken slechts te heerschen. Daarom spreken en werken zij slechts zóó, dat zij hun heerschappij kunnen handhaven. Met dezelfde gevoelens zijn alle leeraren bezield, die bedacht zijn op ijdelen roem.

Dat gij zoo haast
Gij ziet, hoe Paulus zelf klaagt, dat de afval van het geloof zoo gemakkelijk geschied is. Vandaar, dat hij elders de Christenen vermaant : „Die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle" (1 Kor. 10 vers 12). En wij ondervinden dagelijks, hoe bezwaarlijk een ziel 't vaste geloof aanneemt en vasthoudt. Evenzoo, met hoevele moeilijkheden de Heere een volmaakt volk heeft toebereid. Tien jaar wordt er gearbeid, alvorens men een kleine gemeente zuiver en Godvruchtig stichten kan. En wanneer een en ander voltooid is, sluipt er een dwaalgeest in, die bovendien nog van alle verstand beroofd is, om alleen maar smadelijk te spreken tegen leeraren, die het Woord zuiver verkondigen. In één oogenblik gooit zoo iemand alles omver. Wie zou over een dergelijke onwaardige daad niet ten zeerste aangegrepen worden ?
Daar dus een gemeente een teere en gevoelige zaak is, en zoo gemakkelijk onderstboven kan worden gekeerd, moet ten sterkste worden gewaakt tegen dwaalgeesten, die zich, nadat zij eenige .preeken gehoord, en enkele bladzijden uit de Heilige Schrift gelezen hebben, terstond verheffen tot leeraars over hen, die zelf onderwijs geven, benevens over degenen, die lessen nemen, kortom over allen, die in het ambt staan.
Aangezien nu Paulus uit eigen ondervinding ons leert, dat de gemeenten gemakkelijk en snel te gronde gericht kunnen worden, al zijn ze met groote inspanning van krachten gesticht, — zoo moeten wij met de grootste zorg waken tegen den duivel, die om ons heen waart, opdat hij niet kome, als wij slapen, om dan zijn onkruid te zaaien tusschen de tarwe. Hoe Waakzaam en wakker de herders ook zijn, toch dreigt er voor de Christelijke kudde gevaar van de zijde des Satans. Want Paulus had, gelijk ik reeds gezegd heb, met veel ijver en geloof gemeenten geplant in Galatië ; doch nauwelijks' had hij zijn voet, zooals men zegt, buiten de deur gezet, of terstond hadden de valsche apostelen sommigen tot verkeerde inzichten gebracht, wier val tot zulke schrikkelijke verwoestingen in de gemeenten van Galatië geleid heeft. Twijfel er intusschen niet aan, of deze plotselinge en diepe val is voor dezen apostel bitterder dan de dood geweest. Laat ons dan met ijver waakzaam zijn ; in de eerste plaats ieder voor zioh ; en vervolgens de leeraars : niet alleen voor zichzelf, maar voor de geheele Kerk, opdat wij niet in verzoekingen komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's