Rondblik buiten de Grenzen
Onder den indruk van de brutale overrompeling van Tsjecho-Slowakije, heeft Londen groote activiteit ontwikkeld. In de Downingstreet, waar de Engelsche minister-president zetelt, was het een komen en gaan van diplomaten, die met de Britsche staatslieden den toestand bespraken. Het leek aanvankelijk of men nu werkelijk van plan was aan de dictatoriale machtsgrepen kort en goed een einde te maken. Er werd gesproken over een Statenfront, dat zich, onder leiding van Engeland, tegen elke nieuwe agressie (aanval) zou keeren. De Sovjet-Unie werd in deze besprekingen betrokken, evenals Polen, Roemenië, Yoego-Slavië en, natuurlijk, Frankrijk. Voor wie van een dergelijke front-vorming heil verwachtten voor een betere internationale verhouding, zag het er werkelijk even hoopvol uit. Maar al spoedig bleek, dat Londen zich te lang bij de feiten had neergelegd, om daarop nu plotseling weer beslissenden invloed te kunnen uitoefenen. Vóór enkele jaren was een toezegging van moreelen steun, als Londen nu blijkbaar bereid was te geven, misschien nog voldoende geweest om de kleinere Staten moed in te spreken. Maar daardoor laten ze zich thans niet meer in slaap sussen. Ze hebben gezien, hoe de eene Staat na den andere zich zijn onafhankelijkheid ontnomen zag zonder dat Londen en Parijs dit wisten te verhinderen. De machtsgrepen van Duitschland hebben inderdaad het vertrouwen in het woord van den Führer ernstig geschokt. Maar ze brachten eveneens aan het licht, dat in dergelijke gevallen niet op den bijstand van Engeland en Frankrijk ca. te rekenen viel. En in zulk een dubbel-onzekere situatie groeit de neiging om zich dan maar aan te sluiten bij de partij, die gebleken is de stoutmoedigste te zijn. Met name voor Polen, dat de welgeslaagde operaties van Hitler, rondom eigen grenzen voltrekken zag, was de vage toezegging van Londen niet voldoende om zich bij het anti-agressie-front aan te sluiten en zoodoende duidelijk partij te kiezen tegen den Duitschen buurstaat. Er werd geschreven en gewreven, dagen lang. Het resultaat weten we nu nog niet. Wèl hebben we kunnen vernemen, dat Hitler intusschen het Memelgebied bij het Duitsche Rijk heeft gevoegd en een gunstige overeenkomst met Roemenië afsloot. De geharnaste onderhandelings-methoden van Duitschland lieten niet toe dat de partijen, welke door Berlijn tot een samenspreking werden uitgenoodigd, eerst eens even afwachtten of men met Londen misschien voordeeliger zaken kon doen.
Litauen had uiteraard al heel weinig meer in te brengen, toen de Duitsche onderhandelaar over het Memelgebied kwam spreken. Dit gebied werd door Versailles van Duitschland afgescheurd, en in 1923 op onregelmatige manier door Litauen ingepikt. Er was dus wel zeer weinig kans, dat zij, die reeds zoo menige bepaling van dit befaamde verdrag teniet lieten doen, zich nu speciaal voor het Memelgebied zouden interesseeren. De wijze, waarop de onderhandelingen met Litauen zijn verloopen, wettigt echter de vrees, dat er van de onafhankelijkheid van Litauen zelf gaandeweg ook niet veel meer over zal blijven. Een kleine mogendheid, die tot een zoo nauwe samenwerking met het expansieve Derde Rijk gedwongen wordt, is reeds bij voorbaat het spel verloren. Het gaat hem als den tentbewoner, die een kameel toestond haar kop door de tentopening te steken. De ongenoode gast dringt zich steeds verder naar binnen en neemt tenslotte de geheele ruimte in bezit.
Elke nieuwe stap, welke Hitler zet op den weg naar „herstel" van het Heilige Duitsche Rijk, stelt hem in staat ook straffeloos een volgende stap te ondernemen. De Duitsche Holle-bolle-Gijs heeft nóóit genoeg. Het economisch verdrag met Roemenië beteekent voor de landen, die meenen de Duitsche agressie met woorden te kunnen keeren, wel een groote hap uit den schotel. Op het moment, dat men in Londen discussieerde over de vraag, hoe men den Roemeenschen noodkreet moest beantwoorden, zag Koning Carol zich genoodzaakt om zich tot economische samenwerking met Berlijn te verplichten. Neen, het is Duitschland nog niet gelukt om Roemenië met een paar dreigende woorden tot protectoraat te bombardeeren. Carol blijft baas in eigen huis, en nog dezer dagen heeft hij in een interview nadrukkelijk verklaard, dat hij zich tegen een buitenlandsche aanval zal verdedigen, ongeacht den uitslag. Dat heeft Tsjecho-Slowakije óók gezegd. En Litauen sprak, eenige jaren geleden, evenzeer dappere woorden. Zoolang men nog slechts den kop van de kameel door de tentopening ziet kijken, meent men nog zelf te kunnen bepalen hoever men hem onderdak wenscht te verschaffen. Maar nu Duitschland eenmaal in staat is gesteld tot de onuitputtelijke olievelden van Roemenië door te dringen, zal het wel verder weten te komen. En zelfs indien Duitschland de politieke onafhankelijkheid van Roemenië mocht ontzien, dan beteekent het verdrag voor Berlijn in ieder geval economisch zulk een enorm voordeel, dat Engeland mocht wenschen zijn handelscommissie maar vast naar Roemenië te hebben gezonden, inplaats van daarover quasi-belangrijke mededeelingen in het Lagerhuis te doen. Duitschland krijgt nu deviezen en olie ter beschikking. Wat wil het nog meer ? Het is daardoor versterkt op twee punten, die tot nog toe zéér kwetsbaar waren.
Hoe Mussolini over de jongste successen van den Duitschen as-genoot denkt, zijn we, ook door zijn jongste redevoering, niet precies te weten gekomen. Hij moge al in hoogdravende bewoordingen de „as" verheerlijken en de verzekering geven, „dat wat zich in Centraal-Europa heeft afgespeeld, zich noodzakelijkerwijze moest afspelen", dat is voor den critisch luisterenden buitenlander te vaag om er veel waarde aan toe te kennen. Niemand had verwacht, dat de Duce het tegendeel zou verklaren. De toon, waarop Mussolini zijn lang-verwachte rede uitsprak, deed vermoeden, dat hij de gansche democratische wereld, en in 't bijzonder Frankrijk, met den dood bedreigde. En het krijgshaftig geroep der opgezweepte toehoorders was dienovereenkomstig. Maar de algemeene indruk is, dat Mussolini zich nogal matig heeft uitgedrukt. Ten aanzien van Frankrijk vragen drie problemen om een oplossing : Tunis, Djiboeti en het Suezkanaal. Maar aangezien de Duce zelf verklaarde dat dit drietal punten ook reeds in de Italiaansche nota van 17 December 1938 ter kennis van Frankrijk zijn gebracht, en hij overigens angstvallig verzweeg, op welke wijze hij ze tot een oplossing denkt te brengen, zijn we nog even wijs als vorige week. Alleen weten we nu dan officieel, dat Mussolini „een eeuwige vrede als een ramp voor de beschaving der menschheid" beschouwt Met een tijdelijken vrede kan hij, om opportuniteitsredenen, dan nog wel genoegen nemen !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's