MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
't Was toch wel heerlijk, dat alles te mogen gelooven, en een ouder zocht toch ook voor zijn kinderen het beste.
Nauwelijks behoeft het dus nog opgemerkt, dat ds. Lauwers ook groote belangstelling toonde in het huwelijk van Murk en Pleuntje, hetwelk thans voltrokken zou worden. Wie zij was, had hij voldoende op „Lucht en Veld" gehoord. Vrouw Siderius had alle goede eigenschappen van Pleun breed uitgemeten. Ook in de pastorie werd dus hartelijk met de bruid en den bruidegom meegeleefd.
Reeds vroeg waaide op den morgen van den huwelijksdag de vlag van de schuur op „Lucht en Veld" en scheen in haar vroolijk gewapper te willen wedijveren met de ooievaars, die niet zonder verbazing deze ongewone versiering in de onmiddellijke nabijheid van hun hooge residentie aanstaarden, maar toen ook eveneens lustig begonnen te klepperen. „Je trouwt bij ons uit de deur", heeft de boerin tegen Pleuntje gezegd, en de boer was het daar volkomen mee eens. Ook vanaf „Bornia-State" en „'t Rietdak" wapperde de driekleur, en toen Murk dien dag opstond, om naar zijn bruid te gaan, was niet alleen de woning van vrouw Kalma, maar ook een deel van de Kerkstraat versierd met guirlandes en bloemen van gekleurd papier.
't Leek wel een Oranjefeest ter eere van de Koningin, inplaats van ter opluistering van het huwelijk van manken Murk. En toen de stoet rijtuigen de plaats in reed, en na de voltrekking van het huwelijk in het Grietenhuis deze plechtigheid in de kerk werd bevestigd, toen waren er niet velen, die binnenshuis bleven en volgde een groote menigte met belangstelling deze gebeurtenis.
Natuurlijk bevond zich ook vrouw Kalma onder de feestvierenden. Siderius had er op gestaan, dat zij mèt de kinderen eveneens den ganschen dag van de partij zou zijn, omdat zij als een moeder voor Murk had gewaakt. En in haar hart jubelde het, bij het zien van al die hulde, onophoudelijk door : „Hij zal genade en eere geven".
Dit woord werd hier kennelijk bewaarheid als vrucht van het kinderlijk geloof in de trouw en de hulpe Gods en van het wandelen in den weg Zijner geboden.
Meermalen was haar gevraagd geworden, wat zij beginnen zou, als Murk in het huwelijk trad, en deze bron van inkomst dus voor haar ophield te vloeien ; en steeds had zij dan gezegd, dat daarvoor wel gezorgd zou worden, al wist zij langen tijd niet hoe. Waar de Heere evenwel tot heden op zulk een verrassende wijze haar leven geleid had en het nimmer aan iets ontbreken liet, daar stond het voor haar vast, dat Hij het ook verder wel maken zou.
En dit geschiedde ook. Natuurlijk ! Omdat God nooit beschaamt degenen, die op Hem vertrouwen. Kort na het huwelijk van Murk was oude Keimpe, wien het werk te zwaar werd, bij haar gaan inwonen, om zijn laatste levensdagen onder haar vriendelijk dak door te brengen en bij zijn heengaan van deze wereld haar te maken tot zijn universeele erfgename. En wat haar kinderen betrof : waar Murk en Pleuntje zelf niet het voorrecht hadden ouderweelde te smaken, daar waren het Baije en Joukje en Jan, die deze ledige plaatsen zooveel mogelijk kwamen innemen.
In later dagen werd Jan de opvolger van Jurjen, die nu eenmaal geen slag er van had om Murk bij de buitenklanten te vervangen, hoe goed hij 't ook meende, omdat hij geen koopman was. De zoon van de weduwe, die zlch altijd zeer nauw aan Murk verbonden gevoelde, had hier meer aanleg voor en Joukje deed later mee in den winkel dienst, toen de zaken zich al meer gingen uitbreiden. Want het woord van Siderius, jaren geleden gesproken, dat Murk nog een man van gewicht zou worden, werd bewaarheid. Zijn winkel nam een groote vlucht.
Eigenlijk werd het „de" zaak uit den geheelen omtrek, niet het minst, toen op veler verlangen hieraan zulk een uitbreiding gegeven werd, dat het ten slotte meer had van een „Warenhuis" dan van een gewone zaak, waarin enkel breekbare waar te verkrijgen was.
Vele gelukkige jaren werden hier door Murk en Pleuntje doorgebracht. In den brandend heeten kerkstrijd bleef hij getrouw aan zijn geloof en heeft ook nog mogen meewerken, dat het verzet tegen de Waarheid gebroken werd. Zelfs de tegenstanders hadden eerbied voor hem, omdat hij in allen eenvoud zijn Heer beleed en ook in allen eenvoud Hem bleef dienen. Zijn huis en zijn beurs stonden open voor alles, wat bijzondere hulp noodig had. Waar hij zelf uit grooten levensnood verlost was geworden door de hulpvaardigheid van welmeenende menschen, daar begreep hij deze gunst verkregen te hebben, om haar dóór te geven.
Nooit heeft hij zich zijn afkomst en levensloop geschaamd, en als het zoo te pas kwam, of ook vreemdelingen bij hem binnenkwamen, dan kon hij met 'n guitig gezicht zeggen : „dat is mijn Pleuntje, en ik ben manke Murk", om er dan evenwel verheugd aan toe te voegen, onverschillig of zulks ook al verstaan werd : „Maar die eenmaal het Koninkrijk hopen binnen te gaan".
Want Murk en Pleuntje waren beide door Gods genade kinderen des Koninkrijks geworden en gingen anderen vóór op den weg naar omhoog. Waar het eeuwige vrede is.
Einde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's