De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het probleem van den godsdienstonderwijzer !

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het probleem van den godsdienstonderwijzer !

6 minuten leestijd

Het probleem van den godsdienstonderwijzer !
De Kerk onzer Vaderen kende de zoogenaamde predikanten volgens artikel 8. Dat waren menschen, die geen gymnasiale en dus ook geen universitaire opleiding hadden genoten, maar die toch over singuliere gaven beschikten en op grond daarvan de Kerk als predikant mochten dienen.
Er was ongetwijfeld een goede gedachte in dat zoogenaamde art. 8. Waarom zou iemand geen roeping kunnen hebben tot den Dienst des Woords, ook ai is hij niet universitair opgeleid ? Ik denk aan den eenvoudigen oefenaar uit Driebergen, Wulfert Floor, wiens eenvoudige oefeningen nog in onze dagen door velen met zegen voor eigen hart worden gelezen. Ik denk voorts aan den Godvreezenden ouderling Veldhuizen, viit Ermelo, die ook een aantal leerredenen in druk heeft uitgegeven. Velen zullen nog een aangename herinnering hebben aan ouderling Stuivezand te Kamperveen. Zoo zouden we er meerderen kunnen noemen, die zonder eenige kerkelijke bevoegdheid te bezitten, behalve die van ouderling, de Kerk met hunne gaven hebben gediend.
Deze Godvreezende mannen sproken nog, nadat ze gestorven zijn. Indien ze geleefd hadden onder de Dordtsche Kerkorde, waren hot misschien predikanten op art. 8 geworden. In de Gescheidene Kerken leeft de gedachte van artikel 8 voort. Men kent er den zoogenaamden leerenden ouderling, die na een goeden staat van dienst soms de kans krijgt als predikant te worden erkend.
De reglementen van onze Hervormde Kerk kennen het bedoelde artikel 8 niet meer. Daarvoor is eigenlijk in de plaats gekomen het instituut van godsdienstonderwijzer. Onze Hervormde Kerk telt reeds heel wat godsdienstonderwijzers. Een stroom van godsdienstonderwijzers is op de Kerk losgelaten. Vooral in den tijd, toen hot examen nog heel gemakkelijk was. Een kleine tiental jaren geleden is het aanzienlijk verzwaard. Doch ondanks die verzwaring van het examen, neemt 't aantal godsdienstonderwijzers gedurig toe.
Er zijn tal van predikanten, die meenen zich voor de Kerk verdienstelijk te maken door ook eenige godsdienstonderwijzers op te leiden. Bij de jonge mannen, die daarvoor worden opgeleid, wordt natuurlijk de illusie opgewekt om weldra den kansel te kunnen beklimmen of om hier of daar een eigen kleine kring te kunnen dienen. Toch weten die predikanten, die zich zulk een moeite geven voor deze opleiding, ook wel, dat die illusies in de meeste gevallen niet zullen worden verwezenlijkt. Daarom lijkt het mij eenvoudig onverantwoordelijk, om met die opleiding zoo maar in den breede voort te gaan. Ik vind het zelfs iets bedenkelijks in onze kerkelijke wetgeving, dat die Kerk wel het instituut van het godsdienstonderwijzerschap heeft ingesteld, zonder eigenlijk aan den godsdienstonderwijzer een plaats te gunnen, waar hij met zegen arbeiden kan. Tientallen jonge mannen loopen met de akte rond, zonder ook maar ergens aan den arbeid te kunnen komen. We kunnen ons de teleurstellingen van deze mannen indenken.
De Kerk heeft hen klaar gemaakt, en ziet, nu ze klaar zijn, zegt men, dat de Kerk ze niet noodig heeft.
Ieder, die zich thans met de opleiding bezig houdt, bedenke ten zeerste de gevolgen, die dus straks den geslaagden candidaat tè wachten staan. De predikanten mogen eerst wel eens gaan nadenken, wat ze zullen doen met de godsdienstonderwijzers, die ze zelf hébben opgeleid. Ik zou zeggen, dat dit een eereschuld van deze predikanten zelf is.
Ik hoor een scherpe tong iets heel leelijks van de godsdienstonderwijzers zeggen : „Ze zijn vaak al te singulier" !
Omdat ik weet, dat deze kritiek leeft, durf ik het ook gerust neer te schrijven en deze kritiek onder de oogen te zien.
Er worden inderdaad wel eens wonderlijke dingen door sommige godsdienstonderwijzers naar voren gebracht. Zoo zat een aantal jaren geleden een student in Utrecht onder het gehoor van een godsdienstonderwijzer, die sprak over de woorden : „Gelijk de weg eens mans is bij eene maagd", waarbij een puntenverdeeling werd gegeven, die ik liever maar niet laat afdrukken in De Waarheidsvriend, omdat ik er me voor schaam.
Laat ik echter ter verontschuldiging van de godsdienstonderwijzers er aan toe mogen voegen, dat er ook onder de predikanten „singuliere" mannen zijn. In oververgeestelijking en antinomiaanschen zin doen ze misschien voor den ongenoemden godsdienstonderwijzer niet onder. Ook onder de dominees zijn er, die meer doen aan inlegkunde, dan aan uitlegkunde. Onder de godsdienstonderwIjzers komen natuurlijk dezelfde schakeeringen voor, die zich openbaren in de predikantenwereld.
Maar nu wil ik het toch ook eens van de andere zijde bezien. Ik bedoel nu niet allerlei excentrieke personen, neen, ik denk nu werkelijk alleen aan diegenen, wier lust het is om in alle eenvoudigheid een rijken Christus aan een arm zondaar te verkondigen.
Ik zelf heb in Ermelo samengewerkt met een tweetal godsdienstonderwijzers. Met welk een heilzame trouw hebben ze mij geholpen. Wat waren ze ijverig in het bezoeken van de kranken. Wat hebben ze mij mijn drukke catechisaties helpen verlichten. De gemeente Ermelo zal deze mannen niet gauw vergeten. Er was tusschen mij en tusschen hen de aangenaamste verstandhouding. Door de vestiging van een tweede predikantsplaats is de godsdienstonderwijzersplaats te Ermelo opgeheven. Ermelo moest wel twee predikanten hebben. Het breidt zich immers zoo uit. Gelukkig hebben ze beiden een nieuw arbeidsveld gevonden.
Maar nu kom ik tot mijn eigenlijke voorstel, een poging wagend om te komen tot de oplossing van de moeilijkheden van den godsdienstonderwijzer.
Werk is er in overvloed ! Menig predikant weet niet, hoe hij iedere week met zijn werk klaar komen moet. In vele gemeenten kan aan de vestiging van een tweede predikantsplaats niet worden gedacht. Welaan, laat men dan een bekwaam godsdienstonderwijzer aanstellen, die huisbezoek kan helpen verrichten, die een aantal van de catechisatie-uren overnemen kan, die hen, die zich in de gemeente vestigen, kan gaan opzoeken, en ook, als de nood er toe dringt, een preekbeurt kan vervullen. Wordt deze raad opgevolgd, dan behoeft er niet één van de goede godsdienstonderwijzers werkeloos te blijven.
In de groote steden en in de groote dorpen konden er velen worden tewerkgesteld. Indien de predikanten dezen weg niet wenschen te bewandelen, acht ik het misdadig om voort te gaan met menschen op te leiden voor godsdienstonderwijzer, terwijl men weet, dat ze weinig of geen kans hebben om als zoodanig een werkkring te vinden.
Hier ligt ook een taak voor Kerkeraden en Kerkvoogdijen. Ik ken godsdienstonderwijzers die zelfs tegen een matige bezoldiging niets liever zouden willen dan onmiddellijk in de gemeente des Heeren te arbeiden. Indien men aarzelt om tot een vaste benoeming over te gaan, om de doodeenvoudige reden, dat men nog niet weet, hoe het zich ontwikkelen zal, laat men dan in elk geval beginnen met een tijdelijke benoeming.
Wil men van de voorgestelde oplossing niet weten, dan kan het parool niet anders luiden dan : Onmiddellijk de geheele opleiding van godsdienstonderwijzer staken.
Ondergeteekende meent hiermede de zaak der godsdienstonderwijzers objectief te hebben geteekend.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Het probleem van den godsdienstonderwijzer !

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's