Voorstellen.
Van ds. Jac. Vermaas van Huizen zijn twee voorstellen ingekomen, waarbij hij, zoo mogelijk, gunstig advies van het Hoofdbestuur vraagt, 't welk hem bij deze gaarne gegeven wordt. De Voorstellen zijn :
I. 't Hoofdbestuur verzoekt prof. dr. J. Severijn in De Waarheidsvriend een verhandeling te wijden aan het door ds. J. G. Woelderink geschreven boek: Ons Doopsformulier.
II. De Gereform. Bond onderzoeke door het Hoofdbestuur of door een in te stellen Commissie onverwijld en grondig de wenschen, klachten en grieven van Herv. Gereformeerden in en buiten den Bond over de Bondsleiding, met het doel te overleggen wat noodig mocht blijken, om allen, die naar Schrift en Belijdenis wenschen op te trekken, te kunnen hereenigen en vereenigen in den Gereform. Bond.
Wat het eerste Voorstel betreft, moge ondergeteekende opmerken, dat dit Voorstel reeds is aangenomen door het Hoofdbestuur ; ja, meer zelfs, dan in het Voorstel staat. Want er is reeds besproken en besloten, dat ds. Timmer en straks ook prof, Severijn, over een en ander zal schrijven, om in deze dingen, waarover onder ons — en niet alleen onder ons — geen genoegzame heldere kennis is en geen genoegzame en zoo gewenschte overeenstemming gevonden wordt. Het Hoofdbestuur wenscht de leden van den Bond en de lezers van De Waarheidsvriend daarin gaarne te dienen. Zij 't ons tot zegen, niet 't minst voor ons kerkelijk leven tot heil.
Wat het tweede Voorstel aangaat : niets zal het Hoofdbestuur liever zijn dan op den grondslag van ons Statuut en overeenkomstig de doelstelling van onzen Bond, waartoe hij nu 30 jaar geleden opgericht is, allen te mogen vereenigen, die naar Schrift en Belijdenis wenschen te leven en onze Hervormde Kerk mee wenschen te helpen, opdat zij weer mag komen staan in het midden van ons volksleven op de plaats, haar van ouds van den Heere aangewezen. Alles wat daartoe kan worden gedaan, zal door het Hoofdbestuur zeker gaarne en van harte worden gesteund en worden gedaan.
Dat de Heere ons daarin nog Zijn gunst mag betoonen, opdat we niet elkander verteren in naijver en verdeeldheid, maar dat we elkander mogen zoeken en vinden, wat vooral in dezen tijd, waarin alles kraakt en wankelt en waarbij de wereld bloedt uit duizend wonden, tot zoo grooten zegen zou kunnen zijn.
Behalve van ds. Vermaas, is nog een Voorstel ingekomen van ds. P. Bouw te Haatten. Dat Voorstel luidt :
Wanneer het Bestuur een dubbeltal vertrouwensmannen voor een opengevallen bestuursplaats opmaakt en voordraagt, laat het Bestuur zich leiden door de wetenschap, dat het voor den Bondsarbeid gewenscht is, dat uit zooveel mogelijk gebieden van Hervormd (Geref.) leven, de bestuursleden voortkomen.
Ter Toelichting schrijft ds. Bouw : „Bij de meeste landelijke Vereenigingen, op kerkelijk en maatschappelijk gebied, houdt men reeds lang terdege rekening met de woonplaats van de bestuursleden. Met dit Voorstel wilde ik den Bond vragen het Bestuur uit te noodigen dat ook te doen. Dat verspreid wonen der Bestuursleden kan toch groote voordeden afwerpen onder de gunst des Heeren. 't Bondsbestuur kan daardoor veel gemakkelijker op de hoogte komen van de behoeften, nooden en begeerten van de Bondsleden. En omgekeerd zal door de aanwezigheid van een vertrouwensman uit zoo'n streek de belangstelling voor den Bondsarbeid bij velen toenemen. Zoowel Bestuur als leden zullen veel meer het broodnoodige contact met elkaar krijgen, dan wanneer bijna alleen uit het centrum des lands de Bestuursleden stammen, zooals nu het geval is.
Hoewel de door het Bondsbestuur voorgedragen ds. J. Vermaas van Huizen een goed vriend van me is, zou ik, overtuigd van het nut van dit Voorstel, daarom willen voordragen in de opengevallen plaats van ds. Woelderink een vertrouwensman uit de Classis Dordrecht en één uit de Classis Brielle, b.v. ds. Ph. J. Vreugdenhil van Gorinchem en ds. C. van der Wal van Dirksland. Wie van deze beiden dan ook door de vergadering gekozen wordt, het zijn beiden mannen, die God met veel gaven van hoofd en hart gesierd heeft, en waarvan ons Gereformeerde volk reeds jarenlang heeft mogen genieten.
Tot zoover Voorstel en toelichting van ds. Bouw.
Het zij ons vergund, deze opmerking te maken, dat er naast iemand, die candidaat gesteld is, altijd wel een ander te noemen is. En dat naast de Alblasserwaard de Hoeksche Waard en de Bommelerwaard ; naast Zuid- Holland Noord-Holland ook van belang is. Dat we Overijsel en Drenthe, Friesland en Brabant hebben. En nu heeft het Hoofdbestuur getracht iemand te vinden, die in de kracht van zijn leven staat, die altijd trouw € n ijverig met den Bond heeft meegeleefd, die in de Hoeksche Waard bekend is, die in Zuid- Holland gewoond heeft, die in Drenthe heeft gestaan, die de provincie Utrecht kent en die nu, als waardig opvolger v.in wijlen ds. Batelaan van Huizen — waaraan gedacht is — de plaats in het Hoofdbestuur kan innemen ; zijnde een man, door God met veel gaven van hoofd en hart gesierd, van wien ons Gereformeerde volk reeds jarenlang heeft mogen genieten.
Zietdaar, waarom het Hoofdbestuur ds. Vermaas candidaat stelde en naast hem een jongen man, die in Brabant gezegend werken mag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's