De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

6 minuten leestijd

De „big four", de vier groote Staatslieden, die te München tezamen confereerden, zijn de laatste dagen, ieder afzonderlijk aan 't woord geweest. Vorige week maakten we reeds melding van de lang-verwachte rede van Mussolini. En Daladier is hiet antwoord daarop niet schuldig gebleven. In een grootsche rede heeft de Fransche minister-president uiteengezet, dat Frankrijk er niet aan denkt zich door bedreigingen van de wijs te laten brengen. Het land is sterk, zeide Daladier, en wanneer iemand mocht probeeren de onafhankelijkheid van Frankrijk te bedreigen, zullen we ons daartegen, als één man, verzetten. Dat zijn niet enkel woorden. Wel had Frankrijk, door de aanhoudende sociale en politieke onrust, ernstig in kracht en aanzien ingeboet. Maar onder de doelbewuste leiding van Daladier heeft het land zich langzamerhand van zijn, schijnbaar chronische, kwaal hersteld. De „democratie" is er daarbij niet zonder kleerscheuren afgekomen, zooals te voorzien viel. Als de democratische staatsinstellingen hun taak verwaarloozen, vloeien daar altijd min of meer dictatoriale reacties uit voort. En zoo zag het Fransche parlement zich nu voor de noodzakelijkheid geplaatst om vrijwel al zijn rechten en bevoegdheden aan de regeering-Daladier over te dragen. En het moet gezegd, dat deze er een goed gebruik van weet te maken. Ze heeft zich van allerlei gevaarlijke Volksfrontaspiraties vrijgemaakt en houdt het roer van Staat thans met stevige hand omklemd. Deze doelbewustheid klonk ook door in het stevige antwoord, dat de Duce van den Franschen premier te incasseeren kreeg. De Italiaansche eischen werden, zoo verzekerde Daladier, op 17 Dec. met geen woord genoemd. En op het befaamde „straatgeschreeuw" (Tunis) werd reeds geantwoord dat Frankrijk geen duimbreed van zijn grondgebied of van zijn rechten zal afstaan. Wanneer Mussolini dus met Frankrijk wil onderhandelen, zal hij zulks op de normale wijze in bespreking moeten brengen.
Intusschen heeft ook de grootste van de Münchensche „big four", Lord Neville Chamberlain, zich niet onbetuigd gelaten. De met veel spanning verwachte anti-agressie-verklaring is nog wel niet geheel in kannen en kruiken, doch Engeland heeft daarop niet gewacht om althans de meest-bedreigde gebieden steun toe te zeggen. Teneinde in den tijd, welke nog aan de vorming van een „Statenfront" voorafgaat, „het standpunt der Britsche regeering volkomen duidelijk te maken, deelde Chamberlain aan het Lagerhuis mede, „dat gedurende die periode de regeering, ingeval van eenige actie, die duidelijk de Poolsche onafhankelijkheid bedreigt en waartegen de Poolsche regeering het derhalve van vitaal belang acht, zich met zijn nationale strijdkrachten te verzetten, zich verplicht zou voelen, de Poolsche regeering onverwijld allen in haar macht staanden steun te verleenen". Dat is een belangrijke verklaring. Al te lang is het Britsche standpunt niet volkomen duidelijk geweest. Londen liet zich meermalen krachtig uit tegen de geweldspolitiek, doch het was en bleef huiverig om door het geven van positieve toezeggingen, nieuwe verplichtingen op het vaste land aan te gaan. Daardoor zou het Britsche rijk, dat overal op de wereld groote belangen te verdedigen heeft, zich de handen te veel binden, zoo meende men. Doch door den gang van zaken in Europa wordt Londen, het hart van het Britsche wereldrijk, bedreigd.
En dat kon Engeland toch niet langer lijdzaam afwachten. Chamberlain heeft er dan ook verstandig aan gedaan om met het geven van een duidelijke garantie aan Polen niet te wachten tot er ook met de andere mogendheden officieel overeenstemming terzake was bereikt, al heeft Frankrijk zich nu dan ook reeds bij de Engelsche verklaring aangesloten. Het is duidelijk, waarom Londen zoo'n haast gemaakt heeft om Polen onder zijn bescherming te nemen. Er gingen reeds geruchten over bewegingen van de Duitsche troepen in de richting van de Poolsche grens. Zelfs zou Berlijn bepaalde eischen aan Warschau gesteld hebben. En op soortgelijke berichten, al dan niet officieel tegengesproken, zijn al eenige malen verrassende daden gevolgd. Daden die, naar we hopen zullen, door de Fransch-Britsche verklaring, niet tot uitvoering worden gebracht. Het is in de formuleering van de anti-agressie-verklaring overigens van belang dat de onafhankelijkheid van Polen niet zonder meer wordt gegarandeerd. Polen zal zich tegen een eventueele bedreiging, eerst zelf met de wapens teweer moeten stellen. Dan kan het op hulp vanuit Engeland en Frankrijk rekenen. Mogelijk, dat het met Tsjechenland ook anders zou zijn geloopen, wanneer de verantwoordelijke staatslieden zich niet door de Berlijnsche „onderhandelaars" hadden laten intimideeren, doch aanstonds een besliste, defensieve houding hadden aangenomen. Een dergelijke houding schijnen we van de Poolsche regeering in ieder geval wel te moeten verwachten. Het Poolsche leger wordt, letterlijk en figuurlijk, „met man en macht" versterkt, terwijl er een zeer nauw diplomatiek contact met Londen tot stand kwam.
't Was te voorzien, dat Adolf Hitler, de derde groote van München, in dit „radio-debat" niet wilde ontbreken. Maar wat de Führer j.l. Zaterdagmiddag zeide, was niet veel nieuws. Het woord „Polen" werd zelfs niet genoemd, al bleek uit de wijze, waarop Engeland beschimpt werd, wèl, dat de Britsche anti-agressie-verklaring in Berlijn indruk heeft gemaakt. Niet zonder belang was overigens de verklaring van Hitler, dat Duitschland niet in de fout van vóór 1914 vervallen zou, toen men de omsingelingspolitiek te lang lijdelijk had laten geworden. Men zou ze thans niet dulden.
Doch Engeland schijnt evenmin in de fout van vóór 1914 te willen vervallen, toen het Europa te lang in onzekerheid liet over de houding, welke het in een oorlog zou aannemen.
België hield Zondag j.l. parlementsverkiezingen. Het voornaamste resultaat is, dat de Belgische nationaal-socialisten, de Rexisten, onder leiding van Leon Degrelle, een debacle door te maken kregen. Van hun 21 zetels in het parlement, vielen er niet minder dan 15 en bleven er slechts 6 over. Dit is dus 'n geduchte klap. De Roomsch Katholieken kregen het grootste deel van de winst ; zij stegen van 63 op 74 zetels ; de liberalen klommen van 23 op 28 zetels. De Vlaamsche nationalisten gingen van 16 op 15 zetels terug. De communisten klommen van 9 op 10 zetels. Onder de Vlaamsche nationalisten is thans ook Florimond Grammens. De eindindruk is, dat de oude coalitie-partijen versterkt uit den strijd te voorschijn komen.
Dr. Martens, de Vlaamsche nationalist, wiens benoeming tot lid der Vlaamsche Koninklijke Academie zooveel moeite bracht, heeft thans voor deze benoeming bedankt, teneinde zooals hij verklaarde, tot den landsvrede mede te werken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's