NIENKE
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen
HOOFDSTUK I
Een opzienbarende preek. Zacht ruischende orgeltonen golfden plechtig uit het hooggelegen kerkgebouw, toen de koster de groote, groene deuren, met zware ijzeren banden beslagen, ontsloot, en plantten zich voort over de graven rondom het oude Godshuis, waar de geslachten der eeuwen in de oude terp hunnen doodsslaap sluimerden, tot de groote Dag der opstanding komt.
Och, of wij Uw gehoon volbrachten, Gena, o hoogste Majesteit. Gun door 't geloof in Christus krachten. Om die te doen uit dankbaarheid.
Zoo zong de gemeente met toenemende verheffing, waarbij vooral het krakend stemgeluid van Gurbe Huitema duidelijk te onderscheiden was. Gurbe was de schoenmaker van Zevenhuizen, die benevens zijn eerzaam vak, waarvoor hij in de eerste plaats in de wieg scheen gelegd te zijn, ook nog tal van andere baantjes in het dorp bekleedde, vanaf leedaanzegger bij sterfgevallen en bode bij begrafenissen, tot het incasseeren der kwitanties van allerlei lidmaatschappen en het ophalen van de verschuldigde premies van fondsen en verzekeringen en het rondbrengen der sommaties en dwangbevelen Van den gemeente-ontvanger bij trage belasting- Plichtigen.
t Mes van Gurbe, zei men, sneed van alle kanten, en omdat hij zijne instemming met de prediking van ds. Buitenveld gewoonlijk te kennen gaf door tal van uitwendige teekenen, waartoe ook het geweldig zingen behoorde, had de dorpsjeugd sinds enige tijden hem o.a. den bijnaam van „de Voorzanger" gegeven.
Toen de laatste woorden van het lied in het kerkgebouw gezongen waren, werd het even stil en daarna kwamen zij bij kloften naar buiten. Eerst de kinderen en jongelui, die ternauwernood het „Amen" van den prediker konden afwachten en een bijzonder gevoel van vrijheid kregen, toen zij weer buiten de oude muren waren, om in de koestering van de herfstzon zich te vermaken. Daarop de meer ouderen in devote sabbatsstemming. Velen onder de mannen en jongelingen zochten al aanstonds afleiding in hun rookgerei, dat vooral des Zondags overvloedig werd meegedragen in de zilveren tabaksdoos of echt lederen sigarenkoker, bij sommigen met goud gemonteerd, 't Was een heele opoffering geweest, gedurende een tweetal uren zich daarvan te onthouden, en sommigen konden de verzoeking niet weerstaan, om reeds in het voorportaal der kerk de pijp of sigaar te doen ontbranden. Zeer tot ergernis van Pier Boukes, die het een ontheiliging van het Godshuis achtte, wanneer tabaksrook in het heiligdom opsteeg, en tevens eene overtreding van het verbod, overal met groote letters aangebracht : „Verboden te rooken en te spuwen".
Ten laatste volgden de meer ernstigen en bedaagden, wier uiterlijk reeds verried, hoe zij onder den indruk waren van het gepredikte woord. Een enkele trachtte bij het verlaten van het kerkgebouw een fluistergesprek met zijn buurman aan te knoopen over de preek van ds. Buitenveld, die bijzonder ditmaal een eigenaardig karakter droeg. Op het gelaat van anderen lag iets, dat bijna niet onder woorden te brengen was en zoowel bevreemding en verwondering, als verbazing en ontroering inhield. Nóg anderen schenen in diepe gedachten verzonken, als zochten zij de volle beteekenis van het gesproken woord te omvatten, of het als een kostbaren schat weg te leggen in hunne harten.
«Boer Santema, die met zijne voorouders, sinds onheugelijke tijden, als een waardevol erfstuk „Doniastate" bewoonde, gaf in geen enkel opzicht te raden, wat er in hem omging, en liet van uit de hooge kerkvoogdenbank, waarboven een luifel welfde, zijn oog over de menigte gaan, zooals deze langzaam door de paden naar den uitgang voortschreed. Heel anders dan zijn collega Piersma, die voor een paar jaar op „Burmania-state" als huurboer was komen wonen, en omdat het van oudsher gewoonte was, dat de bewoner dezer hoeve mede den post van kerkvoogd bekleedde, een vorig jaar daartoe gekozen werd. Blijkbaar had hij bijzonder genoten onder de preek. Met een welgevalligen blik en iets van een glimlach op het nog jeugdige gelaat, wierp hij dezen en genen een groet toe, om meteen daardoor te zeggen, dat men elkander begreep.
De derde in het hooggeacht college was mijnheer Krips, secretaris-boekhouder van het Waterschap, idem van de Boerenleenbank, idem van de Kiesvereeniging, een man, die bekend stond vanwege zijn groote accuratesse op financieel gebied, waarom velen hém eigenlijk de administratie der kerkegoederen zouden willen zien voeren, was het niet, dat boer Santema, die de oudste brieven had en ook verreweg de meest bemiddelde van allen was, hier absoluut geen afstand van wilde doen. Verder was het bekend, dat mijnheer Krips meer den vrijzinnigen dan den rechtzinnigen kant overhing, zooals Pier Boukes het noemde, en hij de kerk bezocht, niet om daarmede zijne instemming te betuigen met de preeken van dominé Buitenveld, maar meer omdat hij kerkvoogd was en dus meteen ook hoorde toe te zien, of alles aan de eischen voldeed. Kort geleden had de oude kerk een geheele restauratie ondergaan. Een centrale verwarming en electrische verlichting was aangelegd ; zware cocosmatten namen het hinderlijk geklos van de schoenen en klompen weg, fijn gebrand glas in lood had de oude ramen vervangen, terwijl tijdens deze bewerking meteen het oude eikenhout van banken en preekstoel en orgelkast en lambrizeeringen van onder de dikke verflaag was weggehaald, zeer onsmaakvol door een vorig college daarop aangebracht. Een en ander had veel geld gekost, waar zoowel baas Visser, de timmerman van het dorp, als schilder Glazema bij te pas waren gekomen en eene prachtige gelegenheid hadden, hunne jaarbalans sluitend te maken, en óók nog wel een saldo over te houden.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's