De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

Men moet tegenwoordig voorzichtig zijn met het gelooven van onheilspellende geruchten. Zé komen dikwijls uit bronnen, die het om wat anders dan de waarheid alléén te doen is. Nu reeds zooveel onheilspellende berichten spoedig door de aangezegde gewelddaden werden gevolgd, vinden ook de onbetrouwbare tendenz-nieuwtjes een willig oor. En helaas, kan het verschijnen van een officieele bevestiging, resp. ontkenning, niet meer als maatstaf voor de al dan niet betrouwbaarheid van het loopende gerucht worden gehanteerd. Bepaalde agressie-plannen vonden den laatsten tijd reeds een begin van uitvoering, toen officieele dementi's nog maar net op de redactie-bureaux waren ontvangen. Men wéét niet meer wat men er van gelooven moet....
De Britsche lord der admiraliteit, lord Stanhope, scheen vorige week leelijk zijn mond voorbij te hebben gepraat. Bij een of andere officieele gelegenheid deed hij de sensationeele mededeeling, dat alle luchtweerkanonnen waren bemand, om aan iedereen „die toevallig dezen kant opkwam, een warm welkom" te kunnen bereiden. Nu zou zoo'n verklaring waarschijnlijk niet zulk een diepen indruk hebben gemaakt, wanneer ze was gekomen van een Staatsman, die den mond van dappere dreigementen vol heeft. Maar tot dit soort plegen de Engelsche ministers niet te behooren. Toen er bovendien nog een officieel verzoek tot de persbureaux kwam om Lord Stanhope's woorden toch vooral niet verder wereldkundig te maken, vermoedde men achter deze slecht verborgen geheimzinnigheid sensationeel nieuws. Chamberlain moest er in het Lagerhuis zélf aan te pas komen. Hij nam ridderlijk de schuld van de ontstane onrust op zich, door te verklaren dat zijn, Chamberlain's, verzoek om Stanhope's woorden niet te publiceeren, onbedoeld tot beroering aanleiding gaf. Men had achter de woorden van den Admiraal meer gezocht dan noodig was.
Nu men echter ziet, welke sensationeele gebeurtenissen de laatste dagen weer hebben opgeleverd, vraagt men zich af, of Stanhope's woorden tóch meer beteekenis hadden dan van regeeringszijde werd gesuggereerd. De fantastische geruchten over een Duitsche „bliksem-aanval" op Engeland vonden in de feiten gelukkig nog geen bevestiging. Ze zijn, voorzoover thans valt na te gaan, ook van allen grond ontbloot. Maar de internationale toestand was eind vorige week toch zoó gespannen, dat er kennelijk iets zeer bijzonders aan de hand is. De extra grens- en kustversterkingen, welke in eigen land worden getroffen, zijn daarvan misschien wel het beste, althans het meest overtuigende, bewijs. Het moge voor ons land in zekere mate een geruststelling zijn dat de jongste militaire maatregelen, naar de verklaring van den Minister-president, niet door een rechtstreeksche bedreiging van eigen grenzen zijn veroorzaakt, andererzijds wordt er door bewezen dat ook onze regeering den politieken toestand in Europa allesbehalve rooskleurig inziet.

De Italiaansche verovering van Albanië is van deze vernieuwde onrust natuurlijk de directe oorzaak. Op Goeden Vrijdag — men weet het — zijn de Italiaansche troepen en groote eskaders vliegtuigen de Adriatische Zee overgestoken om het bevriende Albaneesche Koninkrijk te beschermen. Ze werden door de ondankbare Albaneezen niet eens met gejuich ontvangen. En Koning Zogoe trok zelfs niet naar Rome, om, volgens klassiek voorbeeld, een welkomstbrief te onderteekenen. Integendeel : de Albaneezen, die het vechten in het bloed zit, trokken fel en vurig tegen den Italiaanschen indringer op. Het kostte aanvankelijk dan ook eenige moeite (en veel menschenlevens !) om de dappere fascisten in Albanië aan land te krijgen. Maar de strijd was te ongelijk. Het nog maar nauwelijks aan geordend strijden gewende Albanië, met zijn anderhalf millioen zielen, kon tegen de vriendschaps-betuigingen van het, vier en veertig millioen zielen tellende, Italiaansche Imperium niet langer tegenstand bieden. Koning Zogoe verdween van het Albaneesche tooneel en een nieuwe tijdelijke regeering werd gevormd, die allen Albaneezen bevel gaf „de Italiaansche en burgerlijke en militaire autoriteiten te gehoorzamen". Mussolini's schoonzoon, de Italiaansche minister van buitenlandsche zaken, Ciano, maakte zijn glorieuze intocht in Tirana, waarvan in de couranten een mooi plaatje verscheen. „De koning-keizer en de Duce wenschen het welzijn van Albanië, dat het werk kalm moet hervatten, onder bescherming van den liet orenbundel".
Behalve de gebruikelijke protesten tegen deze nieuwe daad van agressie, kon Mussolini zónder inmenging van buiten-af zijn vriendendienst aan Albanië verrichten. Maar dit neemt niet weg, dat er in verschillende hoofdsteden ernstige ongerustheid over tot uiting is gekomen. Natuurlijk niet in Berlijn. De Duitsche bladen wisten nog méér moreele en juridische argumenten aan te voeren, ter rechtvaardiging van de brutale overweldiging, dan we hier uit de Italiaansche pers zélf zagen geciteerd. Al doende leert men, nietwaar ? Doch in Londen en Parijs laat men zich door de „as" niet zoo gemakkelijk een rad voor de oogen draaien. Terwille van Albanië wilde men Europa niet in oorlogsbrand zetten. Doch als het goede hart van de Europeesche dictators gaat spreken, is het einde van hun opofferenden, cultureelen arbeid nog niet te zien. Steeds ontdekken ze nieuwe grensgebieden, welke, in hun armoede en verdrukking, op des dictators beschermende hand wachten. Het nu onder Italiaansche voogdij gebrachte Albanië, is een betrekkelijk smalle kuststrook, aan landzijde omgeven door Griekenland en Yoego-Slavië. Nu vreest men in Londen, dat de jongste militaire operaties door Mussolini niet alleen met het oog op Albanië begonnen zijn. Met name bestaat er ernstige ongerustheid over de positie van Griekenland. Als men even de kaart raadpleegt, wordt het aanstonds duidelijk van hoeveel strategische beteekenis Griekenland is. Van daaruit kan men niet alleen een belangrijk stuk van de Middellandsche Zee beheerschen, doch ook grooten invloed uitoefenen op de positie van den Balkan. Engeland is bij Griekenland op velerlei wijze rechtstreeks geïnteresseerd. Dit schijnt men Mussolini dan ook wel zeer duidelijk onder oogen te hebben gebracht. Een militaire actie, ten koste van Griekenland, zou ongetwijfeld verdere consequenties hebben dan de overweldiging van Albanië had. Men ontkomt echter niet aan den indruk, dat Albanië nog slechts een begin is. Of wilt ge : een vervolg van Abessynië. Maar dan een vervolg, dat nog geen einde beteekent. Of en in hoeverre hier rechtstreeksche samenwerking bestond tusschen Rome en Berlijn, kan op dit oogenblik nog niet precies worden gezegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's