De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verslag van de Jaarvergadering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verslag van de Jaarvergadering

16 minuten leestijd

Donderdag 20 April, Gebouw voor K. en W., Utrecht.
Onder begunstiging van mooi voorjaarsweer mochten we Donderdag 20 April j.l. onze Jaarvergadering houden te Utrecht in de Groote zaal van het Gebouw voor K. en W.
In afwijking van de laatste jaren was ook nu de vergadering weer toegankelijk voor belangstellende niet-leden.
Precies op tijd, om 10.30 uur, opende de Voorzitter, ds. M. van Grieken, van Rotterdam, de vergadering en laat zingen Psalm 105 vers 1 en 3, leest daarna Efeze 6 vers 10—18, het gedeelte over „de geestelijke wapenrusting", en gaat daarna voor in gebed. Vervolgens houdt hij een Openingswoord, waarin gesproken wordt over het eigen karakter van den Gereformeerden Bond ook in onzen tijd.
Dit woord van inleiding luidde als volgt :
Geachte Vergadering, Broeders en Zusters, Angst en vrees was in ons hart, toen we verleden week, onmiddellijk na de radiorede van onzen eminenten Minister-President dr. Colijn, het korte opwekkingswoord schreven, om vandaag naar Utrecht te gaan. Eerlijk gezegd, leefde de gedachte wel een weinig bij ons, dat de toestand hier den 20 April 1939, den grooten Hitlerdag, wel eens zóó zou kunnen zijn, dat van een rustige reis naar deze vergadering geen sprake zou wezen. Want hoe rustig de vaderlijke stem van den hoogsten raadsman der Kroon tot ons in onze huiskamer kwam, de diepe bewogenheid van die stem voelde ieder. En dan weet ieder Nederlander, dat de toestand ook werkelijk critiek is. Onnoodig vrees op het lijf jagen doet onze Minister-President niet. Wat hij zegt, is altijd voor 100% betrouwbaar. Ook als zijn waarschuwingen zoo ernstig tot ons uitgaan, keer op keer.
Gelukkig, dat de ondergrond dan altijd voelen laat een vast Godsvertrouwen, wat dubbele genade is in een man, die tot zoo hooge, verantwoordelijke positie klom. Daarin is Nederland wel rijk gezegend. En waarom zouden we zulke dingen wel opmerken in de oude geschiedenis, die ver achter ons ligt, en niet in de geschiedenis van onzen modernen tijd, waarin wij en onze kinderen leven ? Het zou snoode ondankbaarheid zijn.
En nu zijn we dan ten spijt van de vreeselijke spanningen van de laatste maanden, de laatste weken en de laatste uren, hier in Utrecht ter Jaarvergadering van onzen Gereformeerden Bond gekomen.
Wat heeft ons dat te zeggen ? Vele menschen, ook helaas ! in Nederland, zien bij de ontzettende spanningen en vreeselijke gebeurtenissen, waarbij de oorlogsvlam elk oogenblik kan inslaan in Europa en ver daarbuiten, om een hel van ellende te doen ontbranden en een zee van gloeiende rampen over ons uit te storten, naar boven, niet, om te bidden, maar om lasterlijke taal te spreken tegen God. Als er een God is, krijgt Hij de schuld. Moest Hij het niet verhinderen, al dat ontzettend gebeuren hier op aarde ?
Wij zijn hier als Gereformeerde Bonders bijeen en weten en zeggen, krachtens ons heilig beginsel : op den bodem óók van dit zware probleem ligt der wereld zondeschuld.
Het is alles niet, omdat God de dingen verkeerd doet. Het is omdat wij alles bederven. Het is niet, omdat Zijn Woord niet waarachtig is en Zijn Wet niet goed, maar omdat onze woorden en wetten, onze gedachten en daden zoo zondig slecht zijn. Het is alles, omdat de volkeren God verlaten hebben en wandelen in haar eigen zondige wegen en de Vorsten ongerechtige dingen bedrijven, zeggende : wij willen niet wandelen in 's Heeren wegen. Dat is in Rusland en in Spanje, in Duitschland en in Italië, dat is in Engeland en in Frankrijk, dat is hier in Europa en in Amerika, dat is overal. De afval van den hoogen God is groot en algemeen. En die afval doet vallen, steeds pieper.
Onze Gereformeerde Bond bepaalt ons bij de Kerk des Heeren.
En juist omdat de Kerk een zoo bijzondere roeping heeft in het midden der wereld, kan het niet anders dan bedroeven, dat zij zoo schrikkelijk verdeeld is, dat de ontrouw der Kerk zoo groot is, en dat het getuigenis der Kerk dikwijls ontbreekt. Zelve vraagt zij niet als de nederige dienstmaagd des Heeren : spreek, Heere, Uw dienstmaagd hoort. En dan kan zij ook niet als de getrouwe getuige Gods klimmen op een hoogen berg, om haar stem alom te doen hooren.
Onze Gereformeerde Bond bepaalt ons bij het Kerkelijk vraagstuk, dat door de kerkelijke zonde is ontstaan en blijft voortbestaan. En dan bepaalt onze Gereformeerde Bond ons in het bijzonder bij de Ned. Hervormde Kerk, met haar centrale beteekenis voor land en volk, waar de Heere van ouds gezegd heeft en nog zegt tot duizenden en tienduizenden : „Ik wil u tot een God zijn en de God van uw zaad — wandelt voor Mijn aangezicht en weest oprecht". Waarbij de belofte van den hemel komt : „Wie Mij eeren, zal Ik eeren" ; waarbij de bedreiging er óók is : „Wie Mij verachten, zullen licht geacht worden".
En zooals in de groote wereld, internationaal genomen, zooveel ellende is en blijft, met vloek en verwarring, door het plegen van onrecht en de vrede niet wederkeert, omdat de ongerechtigheid aanhoudt, zoo is de ellende der Hervormde Kerk voor een belangrijk deel te wijten aan het onrecht, dat haar in 1816 is aangedaan, bijzonder wat haar belijdenis en haar kerkorde betreft. Zij is tot in de hartader getroffen door geweldenaren, die van haar ontredderde toestand na de revolutiedagen misbruik hebben gemaakt, haar belijdenis wederrechtelijk fnuikend en haar beroovend van haar ambten en van haar wettige vergaderingen.
Daarom moet op dat onrecht, gepleegd aan onze aloude Gereformeerde Kerk hier in Nederland door de machthebbers der wereld, gewezen worden en waar het nog altijd niet hersteld is, moet herstel gevraagd worden in den geest van onze kerkelijke belijdenisschriften.
De Gereformeerde Bond heeft hierbij een eigen karakter, met een eigen grondslag en doel. En het is onze vaste overtuiging, dat in den weg, door onzen Gereformeerden Bond in haar Statuut uitgestippeld en vastgelegd, de Hervormde Kerk gediend, gebaat, geholpen kan worden. Waarbij dan ook uiteindelijk als doel ons voor oogen staat, dat de Ned. Her- . vormde Kerk, met haar aloude belijdenis, waarin Gods Woord als bron en regel voor leer en leven genoemd wordt, weer zal worden opgericht uit haar diepen val, om weer te mogen verkrijgen, in Gods gunst, de plaats, die haar door den Heere van ouds beschikt is, in het midden van volk en Vaderland in te nemen.
Dat is een geloofsstuk. En in deze bange dagen, waarin de verwarring en de ellende zoo groot is, is onze hooge en heilige roeping niet aan Gods almacht en aan Gods trouw te twijfelen, maar Hem vast houdend, in geloof en met ijver en liefde ons werk voort te zetten en onze plicht te doen, zooals wij met de oprichting van onzen Gereformeerden Bond op ons genomen hebben, daartoe van den Heere geroepen.
Hier ligt het eigen karakter en de eigene taak van onzen Gereformeerden Bond, óók, ja, juist in dezen crisistijd.
Zegene de Heere daartoe onzen Bond.
Ik wil eindigen met deze mededeeling : dertig jaar, van 1909—1939, heb ik nu de functie van voorzitter vervuld. Ik héb het gedaan naar roeping en plicht, zij het met vele en groote gebreken, maar toch ook weer met groote liefde en warme belangstelling. Ik ben gekomen toen God mij, onder buitengewoon moeilijke omstandigheden, als jong predikant riep tot dit werk. En Hij, die geroepen heeft, heeft het mij aan niets doen ontbreken, Hem zij daarvoor de eer. Ik meen, dat het nu, na dertig jaar, de tijd is, om het werk aan andere en jongere menschen over te dragen. In de eerstvolgende vergadering van het Hoofdbestuur zal ik daaromtrent de noodige voorstellen doen.
Hij, Die het tot hiertoe wél gemaakt heeft met onzen Bond, schenke ons Zijn vergevende genade bij al onze gebreken en zonden, en Hij zij ons, in Jezus Christus, ook verder goed en nabij.
Hij make ook dezen dag alle dingen wél, opdat het mag uitloopen tot eere van Zijnen Naam. Ik heb gezegd.
Daarna kreeg de Secretaris, ds. J. J. Timmer de gelegenheid om zijn referaat te houden over :

„DE PRAEDESTINATIE IN DE PRACTIJK DES LEVENS".
Aangezien ds. Timmer voornemens is om een aantal artikelen over de Praedestinatie te schrijven, waarmee hij in het volgend nummer hoopt te beginnen, zal hij nu enkel volstaan met de mededeeling van den titel.
Ds. Vermaas en ds. Blok openen de besprekingen over dit referaat.
Hoewel ze instemmen met den inhoud, hadden ze liever gezien, dat de spreker het leerstuk der praedestinatie zelf meer in het middelpunt had gesteld.
De referent antwoordt hierop, dat hij dit niet als onderwerp had aangekondigd. Het is zijn bedoeling geweest om slechts enkele dingen uit de practijk aan te stippen. Had hij over het leerstuk zélf gesproken, dan was natuurlijk de zaak heel anders door hem belicht geworden.
Ds. Van den Boogaard vroeg den referent naar de verhouding van praedestinatie en H. Avondmaal, waarop om des tij ds wil slechts kort kon geantwoord worden.
Ds. Lans Jr. vroeg, of de praedestinatie wel op het natuurlijk leven mocht worden betrokken.
Mag ik bij dezen verwijzen naar een kort artikel, elders in dit blad, over dit onderwerp ?
De heer Bos, v.an Harderwijk, vroeg, hoe de vervolgingen in Rusland te zien waren vanuit Gods eeuwigen Raad en de verhouding van armoede en kapitalisme.
Prof. Severijn erkende, dat de spreker zich strikt had gehouden aan de stof, die hij in zijn titel had aangekondigd. Toch is hij blij over de opmerkingen van ds. Vermaas en ds. Blok en ds. Lans, omdat door hen en door de belangstelling van de geheele vergadering, weer bewezen is hoe de praedestinatie nog steeds weerklank vindt onder ons volk. Een zakelijke uiteenzetting van het leerstuk der praedestinatie acht hij hoog noodig.
Ds. Timmer spreekt den wensch uit, dat prof. Severijn zich voor een volgende maal daarvoor geven zal.
De vergadering wordt om kwart vóór één gesloten.
Er wordt gepauzeerd tot kwart voor twee.
Precies op tijd wordt de middagvergadering geopend. Het laatste vers van Psalm 27 wordt gezongen.
Het stembureau krijgt gelegenheid om de stembiljetten uit te deelen.
De voorzitter vraagt, of ds. Bouw aanwezig is, om zijn voorstel toe te lichten. Hij had n.I. als tweetal voorgesteld : ds. Vreugdenhil en ds. V. d. Wal, van Dirksland.
Ds. Bouw was echter niet aanwezig De tweetallen, die door het Hoofdbestuur waren gesteld, bleven gehandhaafd
Toen de stemming al aan den gang was, kwam ds. Bouw binnen. Voor diens voorstel was het nu te laat.
Van een 22-tal predikanten van den Bond is een schrijven ontvangen, inhoudende het verzoek om de voorstellen van ds. Vermaas eerst in behandeling te nemen en pas na de behandeling van deze voorstellen de verslagen te laten volgen.
Ds. Vermaas krijgt gelegenheid om onmiddellijk zijn voorstellen toe te lichten.
Het ééne voorstel houdt in, dat prof. Severijn een bespreking zal plaatsen in De Waarheidsvriend over het boek van ds. Woelderink.
Het tweede voorstel hield in, dat het Hoofdbestuur zelf of door een commissie, een onderzoek zal instellen naar de wenschen, klachten en grieven van Hervormd Gereformeerden in en buiten den Bond over de Bondsleiding, met het doel om te overleggen, wat noodig mocht blijken om allen, die naar Schrift en Belijdenis wenschen op te trekken, te kunnen hereenigen en vereenigen in den Gereformeerden Bond.
Nadat ds. Vermaas gelegenheid heeft gehad om zijn voorstellen toe te lichten, neemt de voorzitter het woord.
Hij deelt mede, dat hij zich over de candidatuur van ds. Vermaas verblijdt. Hij heeft hem zelf als candidaat voorgesteld. Er is in De Waarheidsvriend echter reeds medegedeeld, dat er een vergadering van Bondspredikanten door het Hoofdbestuur zal worden uitgeschreven tegen D.v. 24 Mei. Het spijt den voorzitter, dat er nu toch nog een voorstel is gedaan door 22 predikanten. Dit was niet noodig geweest. Ook deelt hij mede, dat in De Waarheidsvriend reeds is medegedeeld, dat prof. Severijn en ds. Timmer voornemens waren een en ander over het Verbond te schrijven.
Ds. Van Hof, van Delfshaven, kan zich niet vereenigen met het tweede voorstel van ds. Vermaas. Hij hoopt, dat ds. Van Grieken zal terugkomen op zijn voornemen, om zich terug te trekken als voorzitter.
Ds. Koolhaas, een van de 22 onderteekenaars, zegt, dat er op de concio van predikanten, waar dat voorstel is ingediend, groote liefde voor den Bond aan den dag getreden is en dat hun voorstel niet anders bedoelde, dan te bevorderen, dat deze zaak aan het begin van de middag-vergadering zou besproken worden.
Na breede bespreking adviseert de voorzitter om de voorstellen van ds. Vermaas in hoofdzaak aan te nemen.
De heer De Groot, van Rotterdam, is van oordeel, dat men een anderen weg in moet slaan, dan een Commissie benoemen ; we moeten elkander ernstig zoeken. Ook de politiek verdeelt ons zeer tot onze schade. Hij hoopt, dat prof. Severijn iets anders zal willen zijn dan inquisiteur over het boek van ds. Woelderink, waarover het laatste woord nog niet gezegd is. Van harte hoopt hij, dat ds. van Grieken op zijn besluit zal terugkomen ; er is gelukkig in zijn leeftijd nog geen enkele oorzaak, om de functie van Voorzitter neer te leggen, hij bedankt hem voor alles, wat hij zooveel jaren op zoo uitnemende wijze gedaan heeft en dat hij onzen Bond zoo krachtig geleid heeft.
Ds. Bartlema zegt, dat er van den Bond niet genoeg leiding uitgaat bij de vele moeilijkheden, waarin wij verkeeren wat betreft ons kerkelijk leven. Als voorbeeld wordt genoemd de kwestie van de Reorganisatie en van de Evangelisatie.
De Voorzitter bespreekt een en ander nader en zegt, dat b.v. wat het Evangelisatiewerk betreft, de Gereformeerde Bond zich door het besluit van de Jaarvergadering officieel van deze aangelegenheid heeft losgemaakt en het desbetreffend artikel zelfs uit ons Statuut is weggenomen. Nochtans heeft het Hoofdbestuur een Commissie van drie benoemd, die, waar mogelijk, advies geeft en ook lijnen wil aangeven. Zoo is ook de zaak van de Reorganisatie door een Commissie onderzocht. Hel valt niet te ontkennen, dat er zich hier over heel de linie tal van moeilijkheden voordoen ; waarbij de juiste weg en het rechte middel nog niet gevonden is.
Ds. Remme stelt voor om de voorstellen van ds. Vermaas aan te nemen, los van de tweede toelichting. Dit geschiedde met algemeene stemmen, zoodat door het Hoofdbestuur over deze dingen nader beslist zal worden.
De uitslag van de stemming was : prof. Severijn 402 st. ; ds. Goslinga 326 st. ; ds. Remme 345 st. ; ds. Vermaas 320 st. Verder: ds. Koolhaas 11, ds. Bout 79, ds. Lans 44, ds. Oostenbrug 62, ds. Vreugdenhil 16, ds. V. d. Wal 1, ds. Bartlema 6, ds. Blok 3, ds. Van Hof 5, ds Bouthoorn 2 ds Van den Berg 3, ds. Zandt 1, enz.
De gekozenen : prof. Severijn, ds. Goslinga, ds. Remme en ds. Vermaas, nemen hunne benoeming aan. Ds. Vermaas wordt verzocht aan de bestuurstafel plaats te nemen.
De heer Brinkers, van Utrecht, betuigt zijn spijt over het feit, dat de Voorzitter heeft meegedeeld, dat hij van plan is te bedanken. Als een van de oudste leden van den Gereformeerden Bond weet hij, wat ds. Van Grieken gedaan heeft in 't belang van den Bond.
De voorzitter dankt de afdeeling Ulrecht voor het voorbereidend werk voor deze vergadering verricht en het functioneeren als stembureau.
'Ds. Remme hoopt, dat het woord van den Voorzitter voorbarig geweest is. Hij hoopt, dat hij er op zal terugkomen. Zoo niet, dan dankt ds. Remme den Voorzitter voor al den arbeid, die door hem in deze 30 jaren is verricht. Hij wenscht hem den zegen Gods toe in zijn verdere leven.
Psalm 25 vers 10 was de slotzang. Ds. Timmer ging voor in dankgebed.

Verslag van den Secretaris.
Geachte Vergadering !
In het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond is in het afgeloopen jaar verandering gekomen door het op medisch advies bedanken van ds. J. G. Woelderink. Aangezien hij zijn functie vlak voor de jaarvergadering heeft neergelegd, is zijn plaats tot op heden vacant gebleven. We hopen, dal we na deze jaarvergadering weer voltallige zittingen van het Hoofdbestuur zullen hebben.
Een commissie, bestaande uit prof. Severijn, ds. Van Grieken, ds. Goslinga, ds. Woelderink, ds. Bartlema, ds. Vreugdenhil, ds. Meijers, ds. Van der Zee en ds. Van Hof, heeft het Reorganisatievoorstel in studie genomen.
De eindconclusie, waartoe deze commissie is gekomen, luidde als volgt : „De Gereformeerde Bond, hoewel diep bewogen met den nood der Kerk, meent op principieele gronden dezen sprong in het duister niet te mogen doen. Uwe commissie acht het noodig, dat van deze afwijzende houding t.o.v. het Reorganisatieontwerp blijk zal worden gegeven".
Van Kerkherstel is een verzoek ontvangen om met hen samen te werken ten gunste van het Reorganisatieontwerp. Er is aan „Kerkherstel" geantwoord, dat het Hoofdbestuur zijn eigen weg zou volgen.
Op de jaarvergadering is door prof. Severijn gesproken over het Reorganisatievoorstel. Van de gelegenheid om vragen te stellen werd ruim gebruik gemaakt.
Met bijna algemeene stemmen werd het Reorganisatievoorstel verworpen.
Tegen den raad van het Hoofdbestuur in, bleken sommigen voort te gaan met propaganda te maken voor het verworpen Reorganisatievoorstel. In De Waarheidsvriend is toen een verklaring afgelegd door het Hoofdbestuur, dat alle leden van den Gereformeerden Bond zich houden zouden aan het besluit van de jaarvergadering, die het Reorganisatieplan verwierp.
Er is op de vorige jaarvergadering gevraagd wat het Hoofdbestuur dan wèl denkt te doen op het terrein van de kerkelijke politiek.
Ik kan u hierover alleen dit mededeelen, dat door prof. Severijn een ontwerp is opgemaakt, hetwelk door de leden van het Hoofdbestuur in den breede onder de oogen wordt gezien. Het is nog geen tijd, om hierover reeds nu mededeelingen te doen.
Met een commissie uit het Afdeelingsbestuur Den Haag hadden we een bespreking over de voorstellen, die door deze afdeeling op de vorige jaarvergadering werden ingetrokken. Deze liepen in hoofdzaak over de waarde, die aan de stemmen van de verspreide leden en aan de leden van de Afdeelingen zouden worden toegekend.
Over deze dingen is men nog niet tot overeenstemming gekomen.
Door het Hoofdbestuur is in het afgeloopen jaar een verzoekschrift aan de Regeering gericht om te komen tot afschaffing van de Doodehandsbelasting.
Prof. Severijn, ds. Goslinga en ds. Remme, door het Hoofdbestuur daartoe in een commissie benoemd, hadden op hunne vergaderingen vele moeilijkheden onder de oogen te zien op het terrein van Evangelisatiewerk, dat niet van onzen Bond uitgaat en toch met onzen Bond in zoo nauwe betrekking staat.
Er werden door het Studiefonds slechts eer viertal nieuwe studenten
aangenomen.
Gymnasiasten werden niet meer gesteund. Afdeelingen werden opgericht in Veenendaal en Schagen.
Tal van leden, waaronder ook verscheidene predikanten, traden toe tot den Gereformeerden Bond.
Het Studiefonds vroeg op iedere vergadering veel van onze aandacht.
Wekke de Heere door Zijnen Heiligen Geest samenbinding van allen, die de oude Gereformeerde Waarheid naar de Schriften lief­hebben.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Verslag van de Jaarvergadering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's