FINANCIËN
Al wat u ontbreekt, Schenk Ik zoo gij 't smeekt. Mild en overvloedig.
Bij groote maatschappijen, zooals de Spoorwegen en dergelijke groote lichamen, vindt men gelegenheid om zijn klachten aan de onderscheidene besturen kenbaar te maken door zijn aanteekeningen te plaatsen in een zoogenaamd klachtenboek. Welke gedachte hierin voorzit, is voor iedereen duidelijk. Men zoekt n.l. het bedrijf zooveel mogelijk dienstbaar te maken aan het algemeen welzijn, om daardoor dit zoo krachtig mogelijk te doen zijn.
't Valt me dan ook altijd op, dat in de trams en bussen een bord zich bevindt met een tweeledig opschrift, n.l.: Staat onze dienst u aan, zegt dit aan anderen, en hebt ge aanmerkingen, vertelt ze ons.
Dit laatste inzonderheid kan niet worden gemist. Alles, door menschenhand gedaan, vertoont in de practijk gebreken. Hierover lange betoogen te houden ten aanhoore van elkander, die geen verantwoordelijkheid dragen, is eer schadelijk dan nuttig.
Breng uw op- en aanmerkingen direct ter plaatse, waar men hiermee winste kan doen. Dit verzoek is alleszins gewettigd. Niemand zal dit wraken. Nu zijn onze tijden bizonder vruchtbaar wat het formeeren van klachten betreft. Hoe dit verschijnsel kan worden verklaard is, dunkt: me, niet zoo heel moeilijk.
In dagen van voorspoed en algemeene bloei, als elk bedrijf ruime jvinsten oplevert, hoort ge zoo goed als geen eene Macht. Omgekeerd, wanneer de machine droog loopt en deze begint te knerpen, zoo maakt de geruischlooze voortgang plaats voor een zenuwensloopend rumoer.
Het eene staat met het andere in onlosmakelijk verband. Wij zullen maar een voorbeeld nemen uit de gewone menschelijke samenleving. Wanneer vader van den morgen tot den avond zich ziet geplaatst voor een volle levenstaak en hij de handen daarmee vol heeft, zoo verlangt hij als de dag is gedaald, naar zijn hoekske bij de haard te midden der zijnen. Dan hoort ge geen klachten. Zou dit ook nog kunnen, als hij, als werklooze niet weet, hoe een langen dag te kunnen dooden ? De wrevel leest ge af uit ieder van zijn trekken, en is het niet vanzelfsprekend, dat aanmerkingen op alles en iedereen worden gemaakt. Met de kinderen is het niet anders, om van de moeizame taak van moeder niet eens te reppen.
Wat hier in het klein zich voordoet, vindt ge in onze gansche maatschappij in het groot. Schier elke opmerking wordt een aanmerking. Aan de critiek komt geen einde.
Vandaar is het dubbel moeilijk om in onzen tijd een verantwoordelijke plaats in te nemen. Wat vroeger vanzelf ging, voortglijdend op de baan van het gewoon gebeuren, gaat nu knerpend en doet het luisterend oor pijnlijk aan.
Wij ondervinden dit ook bij ons werk. Wat voorheen niet de minste moeite kostte, eerder het tegenovergestelde, vraagt dubbele inspanning, vordert meerdere kracht dan ooit. Klachten hieromtrent te uiten lijkt ons minder nuttig. Het eenige, wat een betere verhouding schept is, met al onze moeiten en zorgen te komen tot den Heere. Hij noodigt immers zoo welgemeend en vertrouwen wekkend :
Met dit enkele woord wil ik mijn inleiding besluiten om u het overzicht van deze week voor te leggen.
't Zijn alle zoo goed als geheel Paaschgiften en Paaschcollecten, ons uit onderscheidene gemeenten toegezonden.
1. De Paaschcollecte uit Aalst bedroeg ƒ 9.20
2. Idem uit Lage Vuursche „ 14.62
3. Idem uit Zegveld „28.72
4. Idem uit Driesum „18.—-
5. Idem uit Bolnes „21.50
6. Idem uit Aalst en Heesbeen 24.—
7. Een Paaschgift van onzen vriend A. de J. te Mijnsheerenland „20.—
8. Uit eigen gemeente van onze vrienden P. D. V. M. 5 gld. en van S. C. K. ƒ 2.50 Samen „ 7.50
9. Door ds. Bartlema te Zeist een gift van „ 1-—
10. Door ds. De Geus te De Bilt enkele giften, n.l. 6 gld. en 4 gld. voor onze fondsen 10.
Voor al deze bijdragen betuig ik mijn warmen dank.
11. 'k Was al bezig mijn lijstje af te sluiten, toen de post nog een keer het bekende groene biljet van de giro op mijn tafel bezorgde. Deze was voor mij 'n ware verrassing. De volksmond zegt wel eens zeer karakteristiek : „dit was met recht een dikke klont boter in de pap". In de gemeente van Veenendaal had men met de gewoonte van ouds gelukkig nog niet gebroken. Hier werd een ouderwetsche collecte afgedragen.
In mijn gedachte ga ik enkele jaren terug, toen wijlen onze vriend Jongebreur deze onze arbeid zich zag opgedragen. Deze was hem toevertrouwd.
Met een energie, hem eigen, behartigde hij elk ding. Wat straalde zijn gezicht, als hij van alle kanten de helpende hand zich zag toegestoken, doch het meest glansden zijn oogen als 't Veen met de hoogste cijfers ging strijken.
Deze bedroeg thans „237.52 Wat zou ook deze collecte zijne goedkeuring hebben weggedragen.
'k Dank den Kerkeraad en de Veensche vrienden voor dit kostelijk blijk van medeleven.
Wanneer ik alles tezamen tel, kom ik tot een eindcijfer van
f 392.06
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's