STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE LEEMTE AANGEVULD
De laatste maal vestigden wij met betrekking tot het gevaar van overvallingen in ons land de aandacht op het gemis van een permanente grensbeveiliging.
Wij noemden toen dit gemis een leemte in de organisatie van de weermacht. Gelukkig heeft die leemte ons land noch in September van het vorige jaar, noch in Maart van dit jaar in internationale moeilijkheden gebracht.
Wel heeft het gemis van troepen aan de grens, omdat andere voorzieningen moesten getroffen worden, ons land heel wat millioenen gekost, die niet noodig zouden zijn geweest, wanneer bijtijds voor een afdoende grensverdediging was gezorgd geworden.
Thans zal in de leemte voorzien worden. De Regeering heeft toch een wijziging van de Dienstplichtwet voorgesteld, die de strekking heeft, niet om de oorlogssterkte van het leger te vergrooten, of de geoefendheid der troepen hooger op te voeren, maar om de vredessterkte op zoodanig peil te brengen, dat met grootere gerustheid in tijden van spanning de ontwikkeling van de gebeurtenissen kan worden afgewacht, zonder telkens voor de vraag te staan, of tot een buitengewone oproeping van niet in werkelijken dienst zijnde dienstplichtigen moet worden overgegaan.
Met deze regeling is dan tegelijkertijd aan de voorwaarde voldaan, waardoor het mogelijk moet zijn om een vlotte mobilisatie van het leger en een tijdige concentratie der troepen te doen slagen.
Nu kan, om tot een afdoende grensbewaking te geraken, drieërlei weg gevolgd worden. In de eerste plaats door een voorziening van dienstplichtigen, die met groot verlof zijnde, zich voor een bepaalden tijd verbinden vrijwillig onder de wapenen te komen ; een ongeveer gelijke regeling dus als op 't oogenblik wordt getroffen om de oudere dienst-, plichtigen, die opgeroepen zijn en in hun maatschappelijke positie niet gemist kunnen worden, te vervangen.
In de tweede plaats door vergrooting van het contingent. Zooals bekend is, werd bij de laatste wijziging van de Dienstplichtwet het contingent dienstplichtigen voor eerste oefening gebracht op 32.000 man. Doch daarmede is men nog verre af van den algemeenen dienstplicht. Aangezien nu de 24 grensbataljons, die aanwezig zijn, een te zwakke vredessterkte hebben om op voldoende wijze in de grensbeveiliging te voorzien, zou het contingent van 32.000 man b.v. tot 40.000 of 50.000 man, al naar gelang van de behoefte, verhoogd kunnen worden, zoo noodig met wijziging van de verouderde keuringsvoorschriften En in de derde plaats door verlenging van de eerste oefening. De dienstplichtigen blijven dan gedurende langeren tijd onder de wapenen en vormen daardoor een hooger vredeseffectief (werkelijke sterkte aan troepen), dan thans mogelijk is. Met dit grooter aantal dienstplichtigen kunnen dan de genoemde 24 grensbataljons worden aangevuld.
De Regeering heeft thans bij haar voorstel voor een permanente grensbeveiliging den laatsten weg gekozen, n.l. de verlenging van de eerste oefening. Daartoe diende zij een wijziging in van de Dienstplichtwet. Waarom de Regeering juist deze keus deed en niet den tweeden weg, die van uitbreiding van het contingent volgde, deelt zij in de toelichting van haar voorstel niet mede.
Zoo op het eerste gezicht heeft toch de uitbreiding van het contingent voordeden boven de verlenging van de eerste oefening.
Het is toch niet anders dan billijk, om de militaire lasten niet over een klein gedeelte van het volk, doch over een zoo groot mogelijk deel van de bevolking te verdeelen.
Ieder jaar bereiken ongeveer 75.000 jongelieden den dienstplichtigen leeftijd. Wanneer nu bij een normale keuring — de keuringsvoorschriften zijn thans zeer streng — 20 % moet afvallen wegens ongeschiktheid, dan blijven er per jaar 60.000 valide jonge mannen over. Van deze 60.000 jonge menschen worden er slechts 32.000 geoefend ; 28.000 jongelieden loopen dus vrij. In stede, dat nu de meerdere lasten als gevolg van de permanente grensbeveiliging over een zoo groot mogelijk aantal manschappen worden verdeeld, stelt de Regeering voor, de eerste oefening van 11 op 24 maanden te brengen.
Waarom zij dit doet, is niet duidelijk. Doch daar komt nog dit bij, dat de verlenging van de eerste oefening met circa 13 maanden, voor het bedrijfsleven ongetwijfeld moeilijkheden met zich zal brengen, omdat de 32.000 dienstplichtigen thans twee jaren lang aan den arbeid zullen worden onttrokken. De opleiding komt daardoor nog meer in het gedrang. Reeds heeft de verlenging van de eerste oefening van 5 tot 11 maanden bezwaren voor het bedrijfsleven opgeleverd. Hoe veel te grooter zal dan niet de moeilijkheid zijn als de eerste oefening wordt verdubbeld. De Staten-Generaal zal wel ernstig hebben te overwegen, of de grootere vredessterkte, die voor een afdoende grensbeveiliging noodig is, moet komen uit de verlenging der eerste oefening, dan wel uit de vergrooting van het contingent of uit de aanwerving van vrijwillige dienstplichtigen.
Nu de leemte is aangevuld, kan rustig over het systeem, dat voor de toekomst inzake de permanente grensbeveiliging moet gevolgd worden, van gedachten worden gewisseld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's