ALLERLEI
„Al het leven eens wijzen is een overdenking des doods".
Plato.
„Geen zaliger sterven, dan levend begraven te worden in God".
Tauler.
„De mensch kent drie groote hoofdperioden in zijn bestaan ; de eerste die van louter slapen in den schoot der moeder vóór de geboorte ; de tweede, afwisselend tusschen slapen en waken, is de tijd van ons leven tusschen de wieg en het graf ; de derde of laatste is die van het ontslapen, na het sterven, waarbij de mensch eerst pas goed wakker wordt, om het voor eeuwig te blijven".
Fechner.
De dood heeft mij een brief geschreven ; ik las hem op het dorrend blad, dat, door den stormwind voortgedreven, op 't vensterglas had post gevat. Daar las ik : „Wand'laar, rep uw schreden ! uw avond komt, uw nacht daalt neer. Doe wat gij nog kunt doen op heden, want morgen daagt u dra niet meer. Torsch willig wat gij nog moet dragen ! Haast valt het kruis uw schouders af. En wacht van 't eeuwig welbehagen Uw kroon aan d' and're zij van 't graf !
Van Oosterzee.
„De bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegifte Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere". (Rom. 6 : 23).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's