De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT CALVIJN ONS LEERT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT CALVIJN ONS LEERT

10 minuten leestijd

De liefde Gods en Christus' genade.
De Vader heeft in Christus een verzoening gesteld, opdat Zijn liefde jegens ons door geen ding zou verhinderd worden.
Caivijn vestigt de bijzondere aandacht op het gewicht der verzoening, want — zegt hij — God was op een onuitsprékelijke wijze vergramd op ons, toen Hij ons lief had, totdat Hij in Christus bevredigd werd.
Waarom hij dit onuitsprekelijk noemt, is zeer duidelijk, omdat hij op menschelijke wijze spreekt over deze dingen. Voorts bevestigt hij met vele plaatsen uit de Heilige Schrift, dat God in Christus een verzoening heeft gesteld. (1 Joh. 2 vs. 2 ; Col. 1 VS. 20, 21 ; 2 Cor. 5 vs. 19; Ef. 1 VS. 6; Ef. 2 VS. 16).
Inzonderheid legt hij den nadruk op hetgeen Paulus in het eerste hoofdstuk van Efeze zegt: n.l. dat wij in Christus verkoren zijn.
Boven hebben wij reeds op onze verkiezing in Christus gewezen, doch in dit verband is het hem te doen om hetgeen daarbij staat, n.l. dat wij in Hem genade verkregen hebben.
God is begonnen met Zijn gunst te omhelzen degenen, die Hij voor de schepping der wereld lief had, en Hij heeft Zijn liefde aan hen betoond, toen Hij door Christus' bloed was verzoend.
God is de fontein der gerechtigheid. Zoo moet de mensch, zoolang hij een zondaar is, noodzakelijk God tot een vijand en rechter hebben. Doch dien, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde gemaakt, opdat wij zouden zijn rechtvaardigheid Gods in Hem. (2 Cor. 5 vs. 21). Zoo hebben wij door de offerande van Christus onverdiende gerechtigheid verkregen, opdat wij, die van nature zondaars zijn en kinderen des toorns, Gode zouden behagen.
In de gerechtigheid Gods is een beginsel der liefde en als de genade van Christus gevoegd wordt bij de liefde Gods, volgt daaruit, dat Hij ons van het Zijne schenkt, hetwelk Hij verkregen heeft. Calvijn redeneert n. 1. zoo : Christus eigent zich de genade niet toe, als het Hem van den Vader niet gegeven is. De liefde Gods heeft derhalve in Christus de genade gegeven, opdat Hij Zijn liefde zou bewijzen aan Zijn uitverkorenen. Hij wil zeggen : dat is geen eigenmachtige toeëigening van Christus, maar een ordening van God den Vader.
In dien weg komt Calvijn een schrede verder. Want, zegt hij, de Schrift toont duidelijk aan, dat Christus die genade verworven heeft door Zijn gehoorzaamheid. Immers door Zijne gerechtigheid is ons genade geworden. En daarom kan gezegd worden, dat Hij de zaligheid voor de Zijnen verdiend heeft.
Wij hebben de verzoening verkregen door Zijn bloed. En waar van verzoening gesproken wordt, daar is eerst verbolgenheid geweest. (Rom. 5 vs. 11).
Paulus zegt iets verder (vs. 19) : gelijk door de ongehoorzaamheid van dien eenen mensch velen tot zondaars gesteld zijn, zoo zullen ook door de gehoorzaamheid van eenen velen tot rechtvaardigen gesteld worden. Dat ziet niet alleen op de toekomst, maar ook op den tijd.
Christus' dood is dus een verzoening voor onze zonden. Zijn bloed reinigt ons van de zonde. Dat is het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk vergoten wordt tot vergeving der zonden. Met dezen prijs is aan Gods oordeel genoeg gedaan. Ziet het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. (Joh. 1 vs. 29). In dit woord van Johannes den Dooper wordt Christus' offerande tegen alle offeranden der Wet gesteld om te betuigen, dat in Christus alleen vervuld wordt, wat in al die voorbeelden wordt voorgesteld.
Uitvoerig gaat Calvijn op deze waarheid in aan de hand van Hebreen 9 en andere plaatsen, om aan te toonen, dat de last van den toorn Gods op Hem is geworpen. Vervolgens wijst hij er op, dat Christus den losprijs betaald heeft, zooals Petrus ook bij vergelijking zegt: dat Hij ons gekocht heeft niet met goud of zilver, maar met Zijn dierbaar bloed, en Paulus betuigt hetzelfde: Gij zijt duur gekocht.
Ten slotte nog wijst hij er op, dat wij in Christus door genade verkrijgen, hetwelk ons in de werken der Wet beloofd was, die wij echter niet hebben kunnen volbrengen. God heeft Zijn Zoon gezonden, geworden onder de Wet, opdat Hij verlossen zou degenen, die onder de Wet zijn.
Daaruit, dat Hij verworven heeft, hetgeen wij niet konden verwerven of betalen, komt de toerekening zonder de werken, waarover Paulus spreekt, omdat ons toegerekend wordt de gerechtigheid, die alleen in Christus gevonden wordt.
Zoo wordt ons de zaligheid gegeven door Christus en de Vader is ons genadig om Zijnentwil. (Jes. 37 : 35; 1 Joh. 2 : 12).
Christus heeft alzoo de zaligheid voor de Zijnen verdiend, maar Hij heeft niets voor zich zelf verdiend, zooals sommigen wel eens hebben beweerd. Hoe zou Gods Zoon nederdalen tot ons, opdat Hij voor zichzelven iets zou verdienen ? Maar Christus is voor ons gestorven, als wij nog vijanden waren.
Hij draagt de vrucht van Zijn arbeid over aan anderen en behoudt die niet voor Zichzelven, ja, Hij heeft Zichzelven vergeten.
Als Paulus .dan ook zegt, dat God Hem uitermate heeft verhoogd, geldt dat den Mensch Jezus Christus.- Doch ook de Mensch Jezus Christus heeft niet verdiend dat Hij een Rechter der aarde zou zijn en de hoogste heerschappij voeren als een Hoofd over alle schepselen, zoo ook der Engelen. Door welke verdiensten zou een mensch toch zulks verkrijgen. De Vader heeft Hem dit alles gegeven, gelijk geschreven is, dat Hij dit alles moest lijden en alzoo in de heerlijkheid des Vaders ingaan.
Van hef werk des Heiligen Geesten.
Hoe komen de goederen tot ons, die de Vader aan Zijn Zoon gegeven heeft ? Men moet n.l. wel weten, dat alles wat Christus gedaan en geleden heeft tot zaligheid van het menschelijk geslacht, ons tot geen nuttigheid zal zijn, zoolang het buiten ons is en wij van Hem vervreemd zijn.
Christus zal ons eigen moeten worden en in ons wonen, om ons mede te deelen die dingen, welke Hij van den Vader ontvangen heeft.
Dit ontleent Calvijn aan de Heilige Schrift, die zegt, dat Christus is ons Hoofd en de Eerstgeborene onder vele broederen. Zoo wordt ook het woord „in Christus ingelijfd worden", gebruikt. Het woord ingelijfd hangt samen met leven: in het leven ingeplant worden, aan het leven deel krijgen, m.a.w. met Christus één worden en aan Hem groeien.
Een verwante uitdrukking is geënt zijn, n.l. van planten. Men kan b.v. een tak van een edele roos enten op den stam van een wilde, waarop de eerste opwast. Het beeld gaat mank, maar het ingeplant worden op een anderen stam geeft toch de bedoeling weer.
Wij zien, dat niet alle menschen zonder onderscheid de gemeenschap van Christus, die door het Evangelie aangeboden wordt, aannemen. Zoo kunnen wij daaruit leeren, dat wij hooger moeten opklimmen tot de verborgen werkzaamheid van den Heiligen Geest, door welken Christus Zijn goederen mededeelt.
Met een beroep op 1 Joh. 5 vs. 7, 8, op het getuigenis in onze harten, wijst Calvijn op het feit, dat de offerande van Christus en de afwassching van Christus door den Heiligen Geest verzegeld wordt.
De geloovigen zijn verkoren in de heiligmaking des Geestes tot gehoorzaamheid en besprenging des bloeds van Jezus Christus. (1 Petr. 1 V. 2). Hier is sprake van een verborgen besprenging des Heiligen Geestes, waardoor onze zielen gereinigd worden. Zie ook 1 Cor. 6 vs. 11, waar Paulus spreekt over de rechtvaardigmaking, die wij deelachtig worden in den Naam des Heeren Jezus en door den Geest onzes Gods.
Zoo is de Heilige Geest de band, waardoor wij met Christus vereenigd worden.
Christus is gekomen, terwijl Hij op een bijzondere wijze met den Heiligen Geest begaafd was, opdat deze Geest ons van de wereld zou afzonderen en vergaderen in de verwachting van het eeuwige erfdeel. Vandaar dat Hij wordt genoemd de Geest der heiligmaking.
Het verdient opmerking, dat Calvijn de algemeene kracht van dien Geest ziet in de onderhouding van het menschelijke geslacht en van de dieren.
Dit is een voornaam punt, hetwelk veeltijds wordt vergeten en zelfs door theologen veronachtzaamd. Zonder twijfel ligt hier een uitgangspunt voor de leer der algemeene genade, en zooals men kan weten, werd deze leer rijkelijk uitgewerkt door dr. Kuyper.
Men moet echter niet vergeten, wat Calvijn hier zegt, n.l. dat de algemeene kracht niet maar zoo op zich zelf in de wereld werkzaam is, maar de kracht is van den Geest van Christus, die hier de Geest der heiligmaking wordt genoemd.
Die algemeene genade wijst onze aandacht wel onmiddellijk op het breede terrein des levens, maar Calvijn laat zien, hoe die werking saamhangt met het groote werk Gods in Christus, dat Hij naar Zijn voornemen vervult.
In de tweede plaats noemt Calvijn dien Geest den wortel van het hemelsche leven, dat in ons is. Met name uit Joel 2 vs. 28 verstaat hij, dat Christus Zich door dien Geest discipelen maakt uit degenen, die te voren de hemelsche leer niet deelachtig zijn geweest.
Deze Geest wordt zoowel de Geest des Vaders als de Geest des Zoons genoemd. Dit wordt daaruit verklaard, dat de Vader den Zoon heeft aangewezen tot een Bedienaar Zijner milddadigheid.
De Heilige Geest vereenigt den Vader en den Zoon, maar Hij draagt ook den Persoon van den Middelaar. Indien dit laatste niet zoo ware, zou Hij tevergeefs gekomen zijn.
Uit dien hoofde wordt Hij ook genaamd de tweede Adam, die uit den Hemel is gegeven tot een levendmakenden Geest. (1 Cor. 15 VS. 45).
Daarom maakt Paulus onderscheid tusschen het bijzonder leven, dat in Christus is, en het leven, dat allen menschen gemeen is. Uit dien hoofde wenscht hij den geloovigen de genade van Christus en de liefde Gods. (2 Cor. 13 vs. 13). Zonder die genade door de mededeeling des Geestes, kan iemand noch de Vaderlijke gunst, noch de weldadigheid van Christus smaken. (Rom. 5 VS. 5).

De namen des Heiligen Geestes.
In de eerste plaats noemt Calvijn : de Geest der aanneming tot kinderen. (Rom. 8
VS. 15; Gal. 4 vs. 6). Hij is een Getuige van de onverdiende genade Gods, waardoor God de Vader ons in Zijn eeniggeboren Zoon heeft omhelsd, opdat Hij ons tot een Vader zou zijn. Zoo geeft Hij ons vrijmoedigheid om te bidden : Abba, Vader.
Daardoor wordt ook verklaard, dat de Heilige Geest wordt genoemd het pand en het zegel der erfenis. (2 Cor. 1 vs. 22; Efeze 1 VS. 13, 14).
Wij zijn in deze wereld vreemdelingen en aan dooden gelijk, doch Hij maakt ons levend en verzekert ons, dat onze zaligheid in Gods hand is en buiten gevaar wordt bewaard.
Zoo wordt de Geest ook genaamd het Leven om der gerechtigheid wil. (Rom. 8 VS. 10).
Ook wordt Hij vergeleken bij het water, want gelijk water de dorre aarde doet uitspruiten, zoo doet ook de Geest het leven voortkomen. (Jes. 55 vs. 1 ; 44 vs. 3).
Het water heeft ook een reinigende werking. Op deze gelijkenis van de kracht des Heiligen Geestes wijst Ezechiël. (36 vs. 25).
Voorts wordt, 't geen reeds eerder werd opgemerkt, de Geest met de zalfolie vergeleken, wegens de gaven van sterkte, nieuwigheid des levens en krachten.
Een andere werking herinnert aan die van het vuur, dat verteert en loutert, omdat de liefde Gods de booze begeerlijkheid telkens weer uitdooft en uitbrandt.
Zoo is de Geest de kracht, waardoor alle hemelsche schatten ons toevloeien.
Hij wordt ook genoemd de Hand Gods, omdat God door Hem Zijn kracht bewijst, waardoor wij gedreven en geregeerd worden. Anders toch zouden wij slechts boosheid uit de duisternis van ons hart voortbrengen.
Alleen de vereeniging van den Heiligen Geest maakt, dat Hij niet te vergeefs ten aanzien van ons met den Naam van Zaligmaker gekomen is. Door dien Geest worden wij leden van Christus gemaakt. Waarom ook gesproken wordt van 'het heilig huwelijk, opdat wij één met Hem worden.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WAT CALVIJN ONS LEERT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's