Rondblik buiten de Grenzen
Na de inlijving van Bohemen en Moravië bestond de vrees dat nu ook aanstonds Roemenië, Dantzig en — wie weet ? — ook Polen aan de beurt waren om door het Derde Rijk opgeslokt te worden. Dat is nog niet gebeurd. Er zijn wel dikke woorden over gesproken, doch nieuwe annexatie-plannen schijnen direct toch nog niet op uitbreken te staan. Het is, voor ons doen, zelfs rustig in de politieke wereld. En nu ligt het er maar aan of men de dingen pessimistisch dan wel optimistisch wil bezien, wanneer men naar de oorzaak van deze oogenschijnlijke kalmte wil gissen. Men kan grooten invloed toekennen aan de Britsche non-agressie-actie, welke ieder van het gebruik van gewelddadige middelen zou doen terugschrikken, doch men kan ook spreken van „de stilte die den storm voorafgaat" en voorspellen dat er in 't geheim nieuwe Duitsch-Italiaansche veroveringen voorbereid en plotseling ook uitgevoerd worden.
De waarheid zal wel in 't midden liggen : de invloed van de gewijzigde Britsche politiek op de ..dynamische" landen is onmiskenbaar. Doch dat deze landen zich nu maar verder bij den thans bestaanden toestand zouden neerleggen zal niemand durven verwachten. Nu de weg voor verrassende overvallen voorloopig gebarricadeerd lijkt zal men slechts dóór overleg met hen die deze barricades opwierpen verder kunnen komen. Of men moet zich van zooveel krachtige medestanders verzekeren dat die barricades in een titanenworsteling gekraakt worden. Van redelijk internationaal overleg, op den grondslag van recht en gerechtigheid, zal, naar te vreezen valt, voorloopig geen sprake kunnen zijn. Welbewust en openlijk wordt een machtspolitiek gevoerd, waarbij rechts-argumenten slechts worden aangegrepen wanneer deze toevallig voor eigen machtsdoeleinden bruikbaar zijn. Argumenten die niet tegelijkertijd duidelijke geweldsdreiging inhouden, .worden als niet-terzake-doende opzij geschoven. Wat hoort men b.v. op 't oogenblik nog van Roosevelt's boodschap ? De idealen welke deze, — hoe men overigens ook over de concrete voorstellen moge denken — duidelijk naar voren bracht worden niet meer genoemd. Onthouden werd slechts dat uit Roosevelt's rede — naar men meent — valt af te leiden dat de Vereenigde Staten bij een eventueelen oorlog niet aan de zijde van de dictatoriaal-geregeerde landen zal staan.
Wanneer er dezer dagen weer telkens sprake is van vriendschapsverdragen en samenwerking kan men er vrijwel steeds zeker van zijn dat deze kostelijke zaken slechts gebruikt worden om tegen andere samenwerkende staten te worden gericht. Over en weer worden „fronten" gevormd. En hoe grooter en hechter die fronten zijn hoe meer indruk men op den tegenstander denkt te maken.
Deze week hebben Duitschland en Italië weer eens gedemonstreerd welk een goede vriendjes ze toch wel zijn. Engeland en Frankrijk hebben een militaire samenwerking verkregen ? Welnu Berlijn en Rome sloten nu ook een militair verbond. „De beide regeeringen hebben opnieuw de volledige overeenstemming van hun opvattingen in elk opzicht geconstateerd € n besloten, aan de nauwe verbondenheid der beide volken uiting te geven door een veelomvattend politiek en militair verbond". Daar kunnen Londen en Parijs dus al weer nota van nemen. Ze schijnen er overigens niet zoo erg van onder den indruk te zijn gekomen. De Duitsche en Itahaansche woordvoerders hebben reeds zoo herhaaldelijk en zoo luidruchtig verkondigd, dat het tusschen Berlijn en Rome „koek en ei" was, dat dit officieele Verbond moeilijk een verrassing kan worden genoemd. Een gevolg van het verbond is, dat de militaire leiders der beide landen hun plannen op elkaar instellen. Ze confereerden reeds eenige malen samen en de Duitsche legerleiding bezocht o.a. met dit doel ook Lybië. Verrassend nieuws moge het dus al niet zijn, prettig nieuws is het evenmin. Maar wie kan dit tegenwoordig ook in een buitenlandsch overzicht verwachten ?
Er zijn al heel wat berichten verschenen over de samenwerking met Rusland. Engeland voelt er weinig voor om Moskou bij de internationale frontmakerij een eervolle plaats in te ruimen, doch anderzijds beseft men ook in Londen opperbest dat 'Rusland, door zijn omvang en ligging, nog wel wat in de melk te brokkelen heeft. Hoe de verhouding van Moskou tot de andere landen nu precies is is moeilijk te doorgronden. Merkwaardig is dat Litwinof, die als diplomaat reeds veel van zich deed spreken, en schijnbaar met Londen en Parijs wilde aanpappen, is vervangen door Molotow, een meer specifiek medestander van Stalin. Reeds eerder viel op, dat Stalin (in zijn partijrede in Maart j.l.) zijn sarcasme vrijwel uitsluitend richtte tegen Engeland en den Engelschen premier Chamberlain. Ook in Hitlers redevoeringen viel op, dat over Rusland weinig werd gezegd en alle critiek zich richtte tegen Engeland, Frankrijk en de Vereenigde Staten. Molotow, die thans minister van buitenlandsche zaken te Moskou werd, is niet geneigd zich bij New York, Londen en Parijs aan te sluiten en wil de Russische politiek vrij van dergelijke verbintenissen houden. Het is mogelijk, dat bij een eventueelen oorlog tusschen de as-mogendheden en het westen Rusland neutraal zou blijven of mogelijk zelfs met Duitschland tot overeenstemming zou komen ten koste van Polen en Roemenië. Onbegrijpelijk is dit niet, want afgedacht van alle principieele tegenstellingen, zou Rusland bij een oorlog met Duitschland, waarbij het de randstaten. Polen en Roemenië aan een overwinning zou moeten helpen, zelve niets te winnen hebben en zelfs plechtig moeten beloven Polen en Roemenië alleen binnen te komen indien daarom gevraagd werd. Ook hebben de Russen nog niet vergeven en vergeten dat Roemenië Bessarabië heeft, hetgeen Rusland terugwenscht, terwijl ook Polen oud-Russisch gebied bezit. Wellicht dat achter de schermen in dit opzicht reeds meer gebeurd is, dan de wereld weet.
En indien deze dingen bevestigd worden krijgt de Italiaansche actie te Warschau, welke er op aandringt dat de Polen met Duitschland onderhandelen zullen, een goede kans. Polens minister van buitenlandsche zaken kolonel Beek hield in antwoord op de rede van Hitler een kloeke en klare redevoering, die algemeen waardeering vond en uitsprak dat Polen zich niet van de Oostzee zal laten wegdringen en eveneens er niet aan denkt aan gewelddadigen drang toe te geven. Vijandig tegenover Duitschland was zijn rede echter niet en de deur is dus niet dicht. Indien Ruslands houding twijfelachtig werd of mogelijk zelfs naar de andere zijde neigde, zou de positie van Polen (en Roemenië) wel erg zwak worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's