FINANCIËN
Heeft elk jaargetij zijn eigen schoons, dat van het voorjaar biedt ongetwijfeld het meeste wat ons aantrekt. Alles verschijnt dan als in bruidstoilet. Alles, mensch en dier, voelt er zich toe aangetrokken. Een heerlijke tijd, die van het jonge ontwakende leven. Hebt ge wel eens opgemerkt, dat juist in dit tijdperk ook de meeste huwelijken worden aangegaan. Het is vanouds zoo geweest, dat de bruid zich sierde met haar bruidssieradiën als het gansche aardrijk zich tooide met zijn jeugdig groen.
Dit zonder opmerken te passeeren zou ons schuldig stellen tegenover de groote werken Gods en Zijn onnaspeurlijke goedheid jegens het zondig menschengeslacht. Immers draagt al wat ge ziet geen ander merkteeken aan het voorhoofd, dan gunst van den hemel. Leest maar eens na, wat er staat geschreven in Genesis 3 omtrent de straf, welke op de zonde volgde. Staan daar niet deze veelzeggende woorden : „het aardrijk zij om uwentwille vervloekt". En als ge, dit wetende, nu eens uwe oogen laat gaan over veld en akker, over bosch en beemd, hoe wordt het u dan te moede ?
Geen grassprietje ontspruit aan den bodem, geen bloemknopje wikkelt zich los uit zijn teedere windselen, geen vogelke bouwt zijn nestje, geen menschenkind tooit zich voor de bruiloft, of het is enkel vrucht van genade. Het zijn de zegeningen die afdalen van den hemel.
Ge geeft dit alles onmiddellijk toe ; alleen hebt ge iets, wat ge hiernaast zoudt willen opmerken. En dat is, dat ge zeggen wondt : dit schoons duurt zoo'n korten tijd. 't Is met veel van dit schoon, maar van enkele dagen en luttele weken, uiterst korte jaren.
Immers het gras verdort en de bloem valt af. En van hoe menig leven, dat zoo schoon begon werd in korten tijd de ééne loot weggesneden en het bruidstooisel maakte plaats voor dat met donkere tinte.
Ge hebt gelijk. Schoon mogen de klanken zijn, die oprijzen op den morgenstond van de lente, aandoenlijk het lied zijn dat wegtrilt van de lippen van het jonge leven, wat ons op dezen weg tegenkomt, is slechts voor een tijd. Straks roept het nieuw heimwee wakker.
Weet ge waarheen het alles ons wijzen wil ? Naar iets blijvend schoons. Naar iets blijvend heerlijks, worden wij hierdoor verwezen, als het Woord des Heeren hierover zijn kostelijk schijnsel uitdraagt.
Ziet dat kan ons wijsmaken tot zaligheid. Aan die prediking heeft onze tijd nog grooter behoefte dan ooit.
Geve de Heere hiervoor de dagelijksche bede op de lippen van allen, die Zijn Naam ootmoediglijk vreezen : „Heere, laat dat Woord worden uitgedragen in onze arme, donkere wereld, waar de duistere machten der zonde rondsluipen om te verderven. Gij zijt en blijft de eenig en eeuwig Heerlijke".
Laat mij hierbij doen ontsluiten het overzicht van deze week, wat onze inkomsten betreft.
Zooals ge verwachten kunt zijn het allen posten, die als Paasch-giften en Paasch-collecten staan geboekt.
1. De Gemeente van Hoornaar ging vooraf ƒ
2. De Paaschcollecte van Zuid-Beijerland bedroeg „
3. De Paaschcollecte van Hedel „
4. De Paaschcollecte van Sluipwijk 5. Door ds. v. d. Berg, Amersfoort, werd mij ter hand gesteld 1 gulden uit de collecte van N. N.
6. Uit de collecte van de Julianakerk Utrecht, van G. v. B. „
7. Paaschcollecte Wilnis „
8. Paaschcollecte Oud-Beijerland „
9. Door ds. Bruijn te Heteren van N. N. 10. Paaschcollecte Bunschoten 25.— 40.73
10.— 20.— 1.— '0.50 17.25 70.— 5.— 8.28
11. Paaschgiften tot een bedrag van 8 gulden, door ds. Schroten te Charlois, n.l. van N. N. ƒ 2.50, van de K. ƒ 2.—, fam. B. ƒ 1.—, van N. N. ƒ 2.50 „ 8.—
12. PaaschcoUecte Mastenbroek „ 36.65
13. Paaschinzameling te Leiden „ 70.— 14. E. Roest te Kampen zond me :
ƒ 81.41 deurcollecte ; ƒ 12.70 collecte bij spreekbeurt, waarbij ds. v. d. Hee te Genemuiden voorging ; ƒ 12.33 busje Zondagsschool op G.G. ; ƒ 0.50 door ds. Wesseldijk ; ƒ 20.06 uit busje No. 125 ; ƒ 23.— aan contributie, samen „ 150.— 15. Paaschinzameling te Utrecht „ 213.60
Waar reeds ƒ 42.50 is verantwoord bleek de geheele Paaschcollecte te bedragen niet minder dan ƒ 256.10. Dit was meer dan ik had durven hopen.
Mag ik volstaan met mijn warmen dank te betuigen aan allen, die hiertoe hebben bijgedragen, 't Geheel stemt tot dank aan den Gever alles goeds. Tezamen geteld kom ik tot de som van
f 676.01
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's