NIENKE
EEN VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen
„Zondag op Zondag" — aldus vervolgde hij — „wordt in het midden der gemeente de Wet des Heeren gelezen en er zouden er vrij zeker onder ons zijn, die zich gingen ergeren, wanneer ook maar 'n enkele maal van deze gewoonte werd afgeweken. „Hebt God lief boven alles en uwen naaste gelijk uzelven" — zoo klinkt het ons daar tegen, en hier wordt ons op een treffende wijze, niet door een mensch, maar door den Christus Gods gezegd, wie onze naaste is. Niet enkel onze vriend of buur. „niet slechts degene, met wien wij in alles één of gelijk zijn. Die met ons staat op dezelfde trap van beschaving of ontwikkeling, van macht of rijkdom, van aanzien en eer. Ook niet enkel de huisgenooten des geloofs, die met ons hetzelfde belijden, naast wie wij op den Dag des Heeren een korte wijle vertoeven in des Heeren Huis, om te komen luisteren naar eeuwige dingen en de heerlijkheden van het Koninkrijk Gods zich voor oogen te zien gesteld, welke zoo dierbaar zijn voor het hart, dat Jezus Christus in onverderfelijkheid leerde liefkrijgen. Ook niet eens onze bekenden alleen, uit wijderen kring, maar En nu komt het geweldige, het verbluffende, het beschamende, het verontrustende, ook het verwijtende, wat de verkondiging van 't Woord Gods altijd zoo geweldig scherp en — lastig maakt : daaronder behooren die man of vrouw, die jongeling of jongedochter, die grijsaard en dat kind, die wij niet eens kennen of met wie wij sinds lang reeds meenen te hebben afgerekend. Omdat die zoo geheel anders is als wij, of in geheel andere conditie verkeert, of misschien ook wel zóó hopeloos slecht er aan toe is, omdat die onder de moordenaren viel, die hem naakt uittogen en daarop vele slagen gaven en toen half dood aan den weg neerwierpen. Ongeveer als die Verloren Zoon in het verre land bij den zwijnentrog, waar hij verging van honger. Maar door niemand meer gekend, van niemand gezocht, anders niet dan door dat turend oog van den Vader, daar geheel in de verte ; door niemand meer begeerd. Verlaten, vergeten, gedoemd om te sterven, tenzij er spoedig hulpe komt.
„Want ze zijn er ook in onze dagen, de jongen en de ouden, de vromen en de goddeloozen, de mannen en de vrouwen, die misschien wel niet eens in het verre, vreemde land, maar heel nabij, op en kerkweg, van Jeruzalem naar Jericho, een prooi werden van hunne belagers. En die daar lichameijk en geestelijk ten gronde gingen "
En met verheffing van stem, terwijl er een ongewone gloed sprak uit zijn oog en een vreemde lans zijn gelaat kleurde, vervolgde ds. Buitenveld, terwijl zijn oog scheen te blikken in de wijde verte: Ik zie ze, hier en daar en ginds, de talloos velen, vooral in onze dagen, die eens in het Huis des Heeren met de gemeente samenkwamen om Hem of te zingen en hunne handen te vouwen tot het ebed. Op hunne voorhoofden staat het teeken des Verbonds, in den Heiligen Doop ; met hun mond hebben zij eens beleden : „Ja, U kiest ons hart, eeuwig tot zijn Koning !", en vol vuur en gloed ebben zij zich aangesloten bij de gemeente des Heeren, die uit genade hoopt zalig te worden. aar toen is er iets gebeurd. Op den weg van het leven, tusschen Jeruzalem en Jericho, zijn zij gevallen in de handen van de moordenaren !
„Ik vraag niet, of zij in lichtzinnige zelfverheffing en vijand misschien niet te licht hebben geacht. Ik vraag niet, of zij zich wel voldoende gewapend hadden met die heilige wapenrusting Gods, waar Paulus in den Efezenbrief van spreekt, vanaf den helm der zaligheid en het schild des geloofs tot de bereidheid des Evangelies als scheenbekleeding. Ik vraag dus niet, in hoeverre hier sprake is van eigen schuld en onvoorzichtigheid en roekelooze waaghalzerij, en van een spelen met vuur, want daar vroeg die Samaritaan uit onzen tekst ook niet naar, en daar vroeg en vraagt de Heiland der wereld óók niet naar, als Hij komt om te zoeken en zalig te maken wat verloren is, en het schuldige met God te verzoenen. Bovendien ben ik er tot in 't diepst van mijn ziel van overtuigd, dat zoo de Heer mij niet bewaart en als van schrede tot schrede in Zijne heilige hoede genomen had, ik zeker hunner één zou zijn. Daarom constateer ik alleen maar het feit, dat er zoo talloos velen aan den weg van het leven neerliggen, misschien ook wel onder degenen die thans hier zijn en die op het punt staan, in de smart of de zonde, in de verzoeking en den strijd hopeloos om te komen, omdat niemand zich hunner ontfermt.
„Hebt gij nooit gelezen, hoe in de centra van het wereldverkeer nacht op nacht verminkte overblijfselen gevonden worden in bosch of vijver van onbekenden, maar die ondergingen, wie weet na hoe lange, smartelijke worsteling ? Hebt gij nooit gehoord van menschen, wien het te bang werd en die toen geen uitweg meer zagen, en die toen het laatste, ook het ergste deden, wat een mensch kan doen ? En zijt gij er zoo zeker van, mijn Broeder en Zuster, dat dit voor u onmogelijk is ?
„Zij vielen in handen van de moordenaren, die hen naakt uittogen, die hen lichamelijk of geestelijk stuksloegen en toen lieten liggen, omdat nu niets meer te stelen en te verderven viel.
„En weet gij wel, dat naast dezen, het leger nog oneindig grooter is van hen, die terugdeinsden voor den dood, omdat zij beseften, zich daarmede te weren in het oordeel Gods, maar die niet minder wanhopig neerliggen, zonder te weten, vanwaar hunne hulpe komen moet ? Lichamelijke hulp, stoffelijke hulp, temidden van 's levens armoede en tegenslag waardoor zij misschien naakt uitgeschud werden, zonder te weten, wat te moeten beginnen, met de vertwijfelende vraag op de lippen : „Wat zullen wij eten en wat zullen wij drinken en waarmede zullen zij ons kleeden ? " Maar bovenal wachtend op geestelijke hulp, op Goddelijke vertroosting, neergeslagen als zij werden door den vijand der ziel, die vooral niet nalaat de kinderen Gods in zijne strikken te vangen ! Gemeente, weet gij dat en weet gij hun getal ?
(Wordt voortgezet.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's