De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

8 minuten leestijd

TERECHT AFGEWEZEN
Buiten alle verwachting om is het Kweekschool Wetsontwerp, waarover wij de vorige week schreven, in de Tweede Kamer gestrand.
De oorzaak daarvan was de aanneming van een amendement, door de Roomsch- Katholieken ingediend, om aan den onderwijzer en den vakonderwijzer van de kweekschool, die belast worden met het toezicht en de leiding bij de practische oefening van de kweekelingen voor dat extra werk naast het salaris nog een extra toelage te verstrekken.
De Minister van Onderwijs had berekend, dat dit amendement aan de schatkist ongeveer 21/2 ton zou kosten. En aangezien de toestand van 's lands financiën een dergelijke hoogere uitgave niet toeliet, verzocht de Minister de Kamer het amendement niet te aanvaarden, omdat, indien het werd aanvaard, de Regeering dan op verdere behandeling van het wetsontwerp geen prijs zou stellen. Toen dan ook de Kamer ondanks deze ernstige waarschuwing het Roomsch-Katholieke voorstel toch aannam, volgde op verzoek van den Minister, jammer genoeg, de schorsing van de verdere behandeling van het kweekschoolontwerp.
Dit alles geschiedde echter nadat de Kamer met 59 tegen 18 stemmen het liberale amendement afgewezen had om de Bijbelsche geschiedenis als verplicht leervak in het leerplan der openbare kweekscholen op te nemen. Op zichzelf verblijdt het ons, dat het amendement, alvorens het wetsontwerp geschorst werd, nog in behandeling en in stemming kwam, omdat, al komt er voorloopig van de wijziging in de kweekschool-opleiding niets meer, het onderwerp : de Bijbel op de openbare school, dat in de laatste jaren zoo veelvuldig besproken werd, toch wel aan de orde zal blijven. Daarom is het goed, dat de Kamer een beslissing nam.
Wij moeten intusschen op de zaak, die wij de vorige week reeds breedvoerig behandelden, nog even terugkomen ; de beraadslagingen in de Tweede Kamer geven daartoe gereede aanleiding.
Dat de Bijbel door de voorstanders der openbare school voor deze school wordt gevraagd, is een streven, waarover wij ons niet anders dan kunnen verheugen, want daarmede wordt van vrijzinnigen kant erkend, dat tengevolge van het vervreemden van ons volk van den Bijbel, men het op alle terreinen des levens en wel bijzonder op het terrein van het onderwijs, groote schade toebracht.
De vorige week stelden wij de vraag, hoe, in het geval, dat de Bijbelsche geschiedenis als verplicht leervak in het leerplan van de openbare kweekschool opgenomen wordt, deze geschiedenis, ook al wordt ze niet in theologischen zin gegeven, voor Protestantsche — orthodoxe en vrijzinnige —, Roomsche- en Joodsche leerlingen, zonder aanstoot te geven, zal moeten worden onderwezen.
Het liberale Israëlietische Kamerlid dr. Vos, de verdediger van het amendement in de Tweede Kamer, meende dat het onderwijs in de Bijbelsche geschiedenis, zooals dit ook in de bedoeling lag, in objectieven (zakelijken) zin behoorde te worden verstrekt. Dan was dit onderwijs, zoo zeide hij, acceptabel (aannemelijk) voor menschen van alle godsdienstige richtingen.
De heer mr. De Geer, de Chr. Historische leider, was van oordeel, dat men de Bijbel op de openbare school uit beginsel moest aanvaarden, hoezeer de practijk ook moeilijkheden kende. Hij begeerde niet anders dan dat het Bijbelsch onderwijs voor de openbare school verplichtend zou worden gesteld, terwijl de Overheid er zich niet mee moest bemoeien, hoe dit onderwijs werd gegeven.
Maar daarin zit juist de moeilijkheid.
Daarover schreven wij de vorige week.
Onlangs nog stelde een vooraanstaand confessioneel, die niets liever zou zien, dan dat op alle inrichtingen van openbaar onderwijs Bijbelsch onderwijs kon gegeven worden, de vraag, of onderwijzers en onderwijzeressen, die een Pantheïstische voorstelling van het Goddelijk Wezen hebben, objectief Bijbelsch onderricht aan hun leerlingen kunnen geven. Hij noemde het geven van Bijbelsch onderwijs op de openbare school door onderwijzers, die communist, sociaal-democraat of geheel ongodsdienstig zijn, een illusie, iets, dat niet mogelijk is.
Zoo dacht er ook het Roomsche Kamerlid dr. Moller over ; deze zeide, dat, wanneer men het onderwijs in de Bijbelsche geschiedenis niet toevertrouwt aan menschen, die volkomen aanvaarden de Goddelijke Openbaring, die in den Bijbel ligt, zoowel in het Oude- als in het Nieuwe Testament, dan wordt door die menschen niet gegeven, wat wij onder Bijbelsche geschiedenis verstaan, dan wordt niet gegeven de geschiedenis van de Openbaring, zooals die van de schepping der wereld af tot en met de verrijzenis van Christus en de eerste tijden van de Christelijke Kerk in den Bijbel ligt, maar dan wordt alleen gegeven eenige kennis van verhalen, van parabels (gelijkenissen) en geschiedenissen, die daarin voorkomen. Maar dat weiger ik Bijbelsche geschiedenis te noemen. Dat is niet de geschiedenis geven van Gods Openbaring, dat is eenvoudig kennis bij brengen van bepaalde verhalen".
Zoo sprak de Roomsche afgevaardigde. Maar nog krasser sprak de heer Zijlstra, het Anti-revolutionaire Kamerlid, zich uit tegen het Bijbelsch onderwijs op de openbare school. Hij zeide :
„Hoe komt het, dat de goudglans onzer taal, de inspiratie der kunst niet kan worden verstaan zonder den Bijbel te kennen, dat wij de volksziel noch in de goede, noch ook in haar booze momenten niet kunnen begrijpen zonder den Bijbel ?
Naar onze innige overtuiging, omdat, zooals Groen dat altijd gezegd heeft, vanaf het moment, dat de Bijbel door de Christelijke prediking in de wereld is ingegaan na den grooten Pinksterdag, er in het Europeesche volksleven allengs een algeheele ommekeer is gekomen. De Bijbel heeft groote kracht. Heel de beschaving en al de goederen onzer beschaving, die thans in zoo groot gevaar verkeeren, zijn vruchten van de verkondiging van het Woord. Er is geen vrijheid, ook niet in het staatkundige leven, zooals Groen zei, die niet geput is uit de bron van het Woord en haar waarborg niet vindt in de algeheele aanvaarding van den Bijbel als het Woord van onzen God. En omdat nu een eeuw lang dat gezag van den Bijbel is ondermijnd en men de kennis van den Bijbel voor een groot gedeelte uit de volksziel heeft weggenomen, daarom zien wij de rijke goederen van de Christelijke beschaving in groot gevaar. En als wij het nu zoo zien — daar kan nog veel worden bijgevoegd, bovenal datgene, wat voor ons eeuwig heil van belang is —, spreekt het dan niet vanzelf, dat ook door de Anti-revolutionairen, die erkennen, dat terugkeer tot den Bijbel noodzakelijk is voor het herstel van ons staatkundig en maatschappelijk leven, elke poging om de rechte kennis van den inhoud des Bijbels tot de volksgroepen terug te brengen, waar zij verloren ging, met intense belangstelling en groote dankbaarheid wordt begroet ? Ik geloof, dat de Anti-revolutionaire richting daar ook reeds een eeuw lang mee bezig is. De Bijbel grondwet niet voor een deel van het volk, maar voor geheel het volk en geheel het leven, ook voor dat voor den Staat, de school, en de maatschappij, dat was het ideaal van 'Groen van Prinsterer, Kuyper en Lohman, en daarvoor strijden wij nog. Dus wanneer de mogelijkheid bestaat, dat op de openbare school de Bijbel in zijn volle beteekenis gegeven wordt, dan zou er hier ook geen bezwaar worden geopperd".
En iets verder ;
„Maar waarom kunnen wij nu niet met het amendement meegaan ? In de eerste plaats niet om de autoriteit van den Bijbel, omdat hij voor ons is het geopenbaarde Woord van God, Hij komt tot ons met autoriteit over alles, over Overheid en volk, kerk en school, gezin en maatschappij. Die Bijbel wil genomen worden, zooals hij is, want hij komt tot ons met gezag. Het komt er niet op aan of wij dat al of niet aanvaarden, want wij zullen allen naar den Bijbel geoordeeld worden. Daarom kunnen wij niet volstaan met te zeggen : laat ons dan maar iets van den Bijbel geven ten gunste van de taal of de kunst. Ik geloof, dat de Bijbel gebiedt, dat dit niet mag en dat geldt ook voor de Overheid, en daarom zeggen wij : als de Overheid het Bijbelsch onderwijs als verplicht leervak voorschrijft, moet zij zeker zijn, dat op die scholen de Bijbel door leeraren en leerlingen wordt gezien, zooals hij is, n.l. als het Woord van God. De Overheid heeft geen zeggenschap over den Bijbel en ook niet over het gebruik van den Bijbel, maar als zij zegt, dat de kinderen van het volk zullen luisteren naar het onderwijs van den Bijbel als verplicht leervak, om den inhoud daarvan te kennen, dan moet de Bijbel bepalen, hoe het onderwijs zal zijn en niet de Overheid".
Wanneer wij dit kloeke getuigenis, publiekelijk in de Staten-Generaal door den heer Zijlstra uitgesproken, en ook hetgeen wij de vorige week schreven, plaatsen tegenover de opmerking van den sociaal-democraat, den heer Thyssen : „Ik moet afwijzen den eisch, dat op de openbare school onderwijs gegeven wordt in de Bijbelsche geschiedenis in den zin van gewijde geschiedenis, naar de opvatting die de menschen, voor wie de Bijbel de openbaring Gods is, hebben", zal het duidelijk, zijn geworden, dat de Kamer een goed werk verrichtte, toen zij het amendement der liberalen om in het leerplan van de openbare kweekschool de Bijbelsche geschiedenis als verplicht leervak op te nemen, afwees.
Zoolang de Bijbel op de openbare school niet als Gods Woord wordt gezien, is het juist uit eerbied voor den Bijbel zelve, dat zij op die school geen plaats krijgt.
De strijders voor de vrije school met den Bijbel hebben hier den juisten weg bewandeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's