De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

6 minuten leestijd

„En hij leidde hen buiten tot aan Bethanië, en zijne handen opheffende, zegende hij hen. En het geschiedde, als hij hen zegende, dat hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel. En zij aanbaden hem, en keerden weder naar Jeruzalem met groote blijdschap". Lukas 24 vers 50, 51 en 52.

MEDITATIE HEMELVAART
De opgestane Heiland zou ten hemel varen en de eeuwige deuren Hem worden opengedaan. Het zou evenwel niet gebeuren vanaf het tempelplein te Jeruzalem, maar wel te midden Zijner discipelen, die als Zijne getuigen moesten optreden. Ware het openlijk in de aloude hoofdstad geschied, dan zou geheel Jeruzalem er een paar dagen vervuld van geweest zijn; doch het zou alles bij hetzelfde gebleven zijn. Naar Bethanië, op den Olijfberg gelegen, nam de Heere Zijne apostelen mede. Aan den voet van dezen berg had Hij onuitsprekelijk veel geleden, daarom moest op den top er van Zijne heerlijkheid een aanvang nemen. In den hof van Gethsemané hadden Zijne discipelen Hem zien kruipen in het stof, hier zouden zij Hem zien verhoogen hoog boven de aarde uit. Daar hadden zij Hem door een gewapende bende gevangen zien nemen, hier zouden zij Hem als den grooten Triumphator over den dood zien opvaren in de hoogte. Tot op het laatste toe sprak Hij met hen over God en Goddelijke zaken. Ter plaatse aangekomen, hief Hij Zijne handen op en zegende hen. Dat was Zijn afscheid van hen in teedere liefde. Hij deed dit, omdat Hij wist, dat de vijanden hen op alle mogelijke wijze aanvallen zouden. Met eene krachtige werking in hunne ziel ging dit alles gepaard, want Zijn zegenen was niet maar een zegen wenschen, maar ook een zegen geven. De discipelen waren daar als vertegenwoordigers van allen, die door hun woord in den Heere gelooven zouden. Daarom zullen de geloovigen van alle tijden geen weezen gelaten worden. Hun Zaligmaker heeft voor hen het kruis gedragen en de schande veracht, daardoor zijn hun de bronaders van Gods eeuwige zegeningen geopend.
„En het geschiedde, als hij hen zegende, dat hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel". Welk een machtig tafereel, de Heere hier Zich op en zweefde zacht in stille majesteit omhoog. De discipelen zagen 't vol verwondering aan, hoe het alles langzaam en duidelijk voor hunne oogen plaats greep. Zij staarden Hem na, totdat eene wolk hen daarin verder verhinderde. Meteen waren er al twee engelen nedergedaald, die de verbaasde apostelen aanspraken. Door de zichtbare hemelen was de Heiland toen reeds doorgegaan, om in den derden hemel te zijn aangekomen, de plaats van zaligheid en heerlijkheid. Om door de engelen te zijn ingehaald, die Hem eeren als het Hoofd van 's hemels legermacht. Het is echter geen scheiding voor goed, die zich tusschen den Zaligmaker en de Zijnen voltrokken heeft. Daarvoor behoeven zij niet te vreezen, want Zijne handen blijven altijd zegenend over hen uitgebreid. Hem is gegeven alle macht in den hemel en op de aarde. Daarom zullen zij Gods zorg en leiding ervaren, zonder daarvan ooit verstoken te worden. Hij beschermt en bewaart Zijne kudde, al zouden er nog zooveel gevaren en onheilen dreigen. Daarom mogen zij zich ten volle aan Hem aanbetrouwen, steunende op Zijne onveranderlijke liefde en trouw, welke nimmer bezwijken zullen.
„En zij aanbaden hem, en keerden weder naar Jeruzalem met groote blijdschap" Zij vielen op hunne knieën en bogen zich met hunne aangezichten op de aarde neder. Zij aanbaden Hem als God. Zij waren er ten volle van doordrongen, dat Hij, hoewel nu van hen gescheiden, hen toch nauwlettend en liefdevol gadesloeg. Om die reden konden zij met groote blijdschap terugkeeren; niet als een rouwstoet, die van den akker der dooden komt. Niettegenstaande alle bezwaren, moesten zij naar Jeruzalem terug, om daar de belofte des Vaders te ontvangen en met kracht uit de hoogte te worden aangedaan. De oorzaak hunner vreugde lag in de wetenschap omtrent de heerlijkheid, die de Zaligmaker was ingegaan. Om den hemel voor hen in bezit te nemen, hen plaats te bereiden in het eeuwige Jeruzalem, het Vaderhuis met zijne vele woningen. Zij waren geroepen om wijd en zijd van hunnen Heere te getuigen en zouden daarvoor verwonderlijke krachten ontvangen. Vandaar hunne blijdschap en zalige zielsverrukking.
De herdenking van het feit van Chris­tus' hemelvaart geeft Zijne Kerk op aarde oorzaak tot groote blijdschap ; omdat zij weten mag, dat haar daardoor eene ware en volkomene verzoening is aangebracht. Deze is als de kroon op Zijn werk geweest, hetwelk Hij hier op aarde volbracht heeft. Hoewel Hem niet ziende, .maar geloovende, mogen al de Zijnen zich in Hem verheugen met eene onuitsprekelijke en heerlijke vreugde. Worden zij hier somtijds door de wereld in een dwaas en bespottelijk daglicht gesteld, dan mogen zij goeds moeds zijn en behoeven niet te versagen. Eens zullen toch de rollen worden omgekeerd en de wereld openlijk in het ongelijk worden gesteld. Hebben zij hier te worstelen met rampen en verdrietelijkheden, dan mogen zij verstaan, dat bij den Heere uitkomsten bestaan, èn nu èn ten allen tijd vaak op de meest verrassende wijze. In ieder geval mogen zij weten, dat zij maar een korten weg te bewandelen hebben totdat zij in het hemelsche Vaderland aanlanden. Want hunne lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt hun een gansch zeer uitnemend gewicht der heerlijkheid. Als zij hier door zwakheden en krankheden worden afgemat, dan mogen zij gelooven, dat zij eens een gebouw van God zullen ontvangen, een huis, niet met handen gemaakt, maar eeuwig in 'de hemelen.
Doch als wij den Heere niet volgen langs het lichtspoor, dat Hij in de hemelvaart door de ruimte trekt ? Dan missen wij den zegen des hemels, hetwelk niet anders dan een donker verschiet opent en vele droevige gevolgen in het uitzicht stelt. Dan is er natuurlijk met den verrezen Zaligmaker ook geen band, waar deze nimmer is gevlochten. Dan is er geen ware aanbidding van Zijnen naam, waar dan het hart nog altijd gekeerd is tot de wereld en hare ijdelheid. Er kan slechts blijdschap zijn in vergankelijke zaken, die welhaast tot het verleden zullen behooren en bij het ingaan der eeuwigheid gewis achter gelaten moeten worden.
Bedenken wij bij alles wel, dat God Zijnen Zoon heeft gezegend met eenen Naam boven allen naam, waarin Hij thans schittert in eeuwigheid. Daarom worden al Zijne kinderen getroost, zij zullen niet bezwijken en hun geloof zal niet ophouden. Zij zullen hier op aarde blijven, totdat zij Gods raad hebben uitgediend en afreizen naar een zalige eeuwigheid. Tot zoo lang worden zij door des Heeren Woord en Geest langs de paden des vredes geleid, om met innerlijke blijdschap te worden aangedaan. Welke blijdschap ook naar buiten uitstraalt tot eere van Gods
naam en tot opwekking van anderen. Vallen deze sprankelen op vele zielen tot verdrijving der duisternis en tot inwinning bij des Heeren koninkrijk. Totdat van Jeruzalem de gerechtigheid voortkome als een glans en haar heil als een fakkel, die brandt.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's