De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

12 minuten leestijd

HET PINKSTERFEEST EN DE KERK
Het Pinksterwonder is het vervolg op het Hemelvaartswonder, gelijk het Hemelvaartswonder het vervolg is van het Paaschwonder.
Hij, die krachtiglijk bewezen is te zijn Gods Zoon, in de opstanding, is met Koninklijke majesteit naar den hemel gevaren en in de hoogste hemelen opgenomen in heerlijkheid, zittend aan de rechterhand des Vaders. En dat is dan het einde niet. Neen, dan krijgen we veeleer het begin van een geestelijke omkeering, een geestelijke opwekking, waarvan de doorwerking zal zijn als het zuurdeeg, dat alle maten meels doortrekt.
Wat vóór het Pinksterfeest ligt, is voorbereiding. Voorbereiding eerst onder de Oude bedeeling in het midden van Israël, door God uitverkoren als Zijn bondsvolk (zóó heeft Hij met geen ander volk gedaan). En dan krijgt de voorbereiding een ander karakter, als Jezus in de volheid des tij ds op aarde is gekomen. Want dan staat „in deze laatste dagen" (Hebr. 1 vs. 1) de belofte in vervulling te gaan,uit Hem zullen gezegend worden alle, geslachten der aarde". Van Abraham tot Johannes den Dooper is het voorbereiding voor de Kerk des Heeren, die beperkt blijft in particularistischen zin tot Israël ; maar dat is den Heere niet genoeg ; Hij zal Zich tot de heidenen wenden. Hij zal Zijn voetstappen zetten onder de volkeren en ze zullen van alle kanten komen aanvliegen als duiven. Zóó is des Heeren weg, naar Zijn Raad en Welbehagen. En de praedestineerende God openbaart Zich als de roepende God, Die Zijn dienstknechten uitzendt tot alle creaturen, met de „zeer blijde boodschap des Evangelies" (Zie : Dordtsche Leerregels). Waarbij de Heilige Geest werkt tot zaligheid. Daarom worden wij nu ook vermaand om onze roeping en onze verkiezing vast te maken, biddende om de eerstelingen des Geestes.
God wil een Kerk op aarde. Dat is de vrucht van Hemelvaartsdag en van het Pinksterfeest. En dan is Christus het Hoofd der Gemeente. Het is Zijn eigendom en Hij heeft alle zeggenschap. Hij heeft de Kerk gekocht met Zijn bloed. Het zijn de Zijnen, Hem van den Vader gegeven ; en zij noemen Hem gaarne, door den Heiligen Geest, „onze Heere". Niet door goud of zilver, maar door Zijn dierbaar bloed verlost, zijn wij geroepen Zijn lof te verkondigen. Zijn deugden groot te maken ; in eenigheid des waren geloofs ; met éen geloof, éen doop, éen hoop, éen liefde.
Nu is het volledige Lichaam van Christus onzichtbaar en alleen bij God bekend ; dat bestaat door alle eeuwen ; en die lidmaat van die Kerk zijn, zijn er eeuwig lidmaat van. Maar er is niet alleen een onzichtbare Kerk. Er moet ook een zichtbare Kerk des Heeren wezen. Dat is naar Gods Woord. We lezen dan ook van zichtbare gemeenten ; op iedere plaats moeten de geloovigen zich tot een Kerk vereenigen. Dat is geen vinding van menschen, maar eisch van Gods Woord. Door den Doop wordt men in die zichtbare gemeente ingelijfd. „Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden".
Wat de verhouding is tusschen de zichtbare en de onzichtbare Kerk ? De onzichtbare is een geestelijke Kerk van enkel geloovigen, die zalig worden en bij God bekend zijn, in Christus begrepen. Bij dè zichtbare Kerk kunnen allerlei onbekeerden, allerlei huichelaars of hypocrieten, geveinsden, zijn. En 't kan gebeuren, dat kinderen Gods er buiten blijven, 't Zijn geloovigen en ongeloovigen, levenden en geestelijk dooden door elkaar, en van de levenden kunnen er gemist worden.
Nu is het de roeping van alle geloovigen, zich bij de zichtbare Kerk te voegen, en daar mee te leven bij de prediking en sacramentsbediening. Allen, die zeggen en belijden te gelooven, hooren in de zichtbare Kerk, in den weg des verbonds ; totdat zij onverhoopt door leer en (of) leven bewijzen, dat ze niet tot de Kerk van Christus behooren.
Opzicht en tucht, vermaning en tucht moet er zijn in de Kerk.
Die in leer en leven zich voegen naar den eisch der Kerk, moeten beschouwd worden als geloovigen, waarbij altijd weer de eisch der wedergeboorte en des geloofs gesteld moet worden. De zichtbare Kerk gebruikt God tot groote dingen ; óók door de prediking des Evangelies tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk.
De Kerk heeft dan te zijnen pilaar en vastigheid der Waarheid. Christus is het Hoofd en regeert Zijn Kerk door Zijn wetten, door Zijn Geest en Woord. De ambtsdragers moeten haar regeeren in Zijn Naam. Want Christus is Koning, niet de ambtsdragers ; dat- zijn Zijn dienaren. Hij roept de ambtsdragers door middel van de Gemeente (onder leiding van het ambt).
Efeze 4 VS. 11 geeft geen opsomming van de ambten ; het duidt alleen op de vele en velerlei bewijzen van Gods bemoeienis en genade ten opzichte van Zijn Gemeente.
De blijvende ambten zijn, naar Gods Woord, drieërlei : herder en leeraar, ouderlingen en diakenen. Die ambten moeten van Gemeente tot Gemeente worden ingesteld. Hierin hebben de Darbisten of „de Broeders" ongelijk. De vereischten worden dan in de Schrift aangegeven. Titüs 1 VS. 5—11.
Van de Apostelen staat dat niet; dat is ook geen blijvend ambt.
Hoe meer nu de Heilige Geest woont en werkt in de Gemeente, hoe heerlijker het is. Dan is het Geest en leven, tot zaligheid.

DE BOODSCHAP VAN DANIËL EN ONZE JEUGDORGANISATIES
In deze dagen, rondom Hemelvaartsdag, zijn in Nederland duizenden en duizenden jonge menschen in vergadering bijeen geweest. Wie in de courant de foto's van die massale samenkomsten in Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Leeuwarden, gezien heeft, allemaal jonge menschen, die zich rondom Gods Woord willen scharen, belijdende den Naam van onzen Heiland Jezus Christus, heeft toch wel iets gevoeld van blijde ontroering en innige dankbaarheid !
En daarbij kwam ons nu in gedachte een boek, dat pas verschenen is. We bedoelen : „Die kommende Kirche. Die Botschaft des Propheten Daniels" door ds. Walter Lüthi, Zwitsersch predikant te Basel (Drück und Verlag von Friedrich Reinhardt in Basel).
Dat boek, bevattende 12 preeken over het boek Daniël, is in Duitschland verboden ; en niet 't minst om reden van wat er in staat in betrekking tot de jeugd en de jeugdorganisaties in Duitschland, waar alles zoo jammerlijk van boven af dwingend georganiseerd wordt in een geest en in een richting, die vierkant in strijd is met Gods Woord. Dat „verboden" boek is intusschen in het Nederlandsch vertaald en in eiken boekhandel te verkrijgen. Nu hebben wij die Nederlandsche uitgave wel niet tot onze beschikking, omdat we reeds geruimen tijd geleden de Duitsche uitgave hadden besteld, maar wij durven het er wel op te wagen, de Nederlandsche uitgave (die we wel in huis hebben gehad, maar niet gekocht hebben) aan te bevelen. (Wat hebben wij in ons goede Vaderland toch vele, heerlijke voorrrechten !) Laten de dominees zich dit boek maar eens aanschaffen (ƒ 1.80) en laten ze maar eens een paar maal vervolgpreeken uit Daniël houden. De Gemeente kan er dan mee van genieten.
Zoo is er ook nog een tweede boekje van Walter Lüthi en wel over Amos. Precies zoo'n zelfde uitgave als Daniël. Ook dat is een prachtboekje ! Vooral ook voor jonge menschen zoo uitnemend geschikt !
Zooals we boven reeds zeiden, is 't boekje over Daniël een verzameling van 12 preeken, die in Basel in de Kerk van Oecolampadius gehouden zijn. 't Boekje heet: de boodschap van Daniël. En 't moet ons treffen, hoe die „boodschap" zoo treffend past op onzen tijd. Want wel is de boodschap Gods voor alle tijden, maar we moeten toch ook, naar het Woord onzes Gods ons zegt, op „de teekenen der tijden" letten ; wat zeggen wil, dat niet alle tijden precies hetzelfde zijn en dat er zeer bijzondere tijdsomstandigheden kunnen zijn ; en dan wordt de boodschap.soms zoo bijzonder passend. Dan staat het Woord onzes Gods als „van aangezicht tot aangezicht voor ons", en spreekt ons toe met bijzondere ernst. En zóó is het in Duitschland gevoeld bij de verschijning van dit boekje. Het is een woord voor onzen tijd. En, helaas ! in plaats van er naar te luisteren, heeft men de treurige moed gehad om dit boekje te verbieden. Waarom het óns des te liever is ! En — het raakt óns ook. Zij 't ten goede !
Uit de eerste preek schrijven we „vrij vertaald" een paar gedeelten af. Daar staat in het eerste hoofdstuk van Daniël (1 : 1), dat Nebucadnezar in het 3de jaar van Jojakim voor de muren van Jeruzalem gelegerd was ; dat hij een deel van de vaten van het heiligdom des Heeren meenam ; dat hij Gods huis ontheiligde ; en dat hij óók meenam van de edelste jongelingen, aan wie geen gebrek was en die kloek van verstand waren. Deze edele jongelingen werden in een geheel andere omgeving gebracht dan waarin ze geboren en opgevoed waren. Ze moesten in Babel gespijzigd worden met hetgeen van des Konings tafel kwam ; en naar een drie-jaren-plan moesten zij onderwezen worden in de Chaldeeuwsche taal, opdat, ze de Chaldeeuwsche boeken zouden kunnen lezen en met de Babylonische wijsheid gedrenkt zouden worden. Ook werden de Joodsche namen van de voornaamste jongelingen, van edelen bloede, veranderd in Chaldeeuwsche namen ; want de Koning houdt niet van halve maatregelen !
En daartegenover dan de wondere genade van den Almachtige en de onschendbare trouw van Jehova, Israels Bondsgod, om dan die edele jongelingen te bewaren bij Zijn Woord en dienst, terwijl zij dan straks blijken tienmaal zoo verstandig te zijn dan de Chaldeeuwsche toovenaars en sterrenkijkers !
Dat is zoo ongeveer het thema en de stof voor de eerste preek van ds. Walter Lüthi. Hij zegt dan : Nebukadnezar lag in het 3de jaar van het Koninkrijk van Jojakim voor de muren van Jeruzalem (1 : 1). Maar er is geen Jeruzalem of er is een Nebukadnezar, die rondom haar muren zijn troepen verzamelt en de stad des Heeren zoekt te benauwen en het heiligdom des Heeren te schenden. Zoo ver ons oog reikt, over de gansche aarde wordt Jeruzalem belegerd door de troepen van Babel. Babel strijdt tegen Jeruzalem, ook nu. En het is Babylon te doen om de heilige vaten te rooven uit het huis des Heeren, en de Kerk! van Christus op de schandelijkste, wreedste wijze schade toe te brengen en te onteeren. Doch dan is 't niet genoeg om enkele vaten te rooven en den dienst des Heeren te verstoren, door leeraars der gemeente gevangen te nemen. Het gaat dan niet 't minst om de jeugd, om de edelsten van de jeugd. Blinden, kreupelen, gebrekkigen, ongelukkigen kan men niet gebruiken. Ze moesten niet geboren worden ; of, als ze geboren zijn, dan moet men ze maar afmaken ; ze deugen nergens toe. Gezonde, sterke jongelingen, van zuiver, van edel bloed — daarom gaat het. De edelsten, met kloek verstand, gezond lichaam, sterke handen en stevige voeten, zoekt men. Men zoekt ze uit, men keurt ze, men neemt ze mee, men organiseert ze. Men spijzigt ze ; maar men denkt niet alleen aan hef lichaam; men drenkt hun geest, men voedt hun verstand met de wijsheid der wereld. Ze moeten overal gedresseerd worden, gevoed en gevormd naar bepaalde voorschriften, naar een drie- of vijf-jaren-plan ; opdat men ze straks kan gebruiken voor het doel, dat men zich welbewust voor oogen gesteld heeft. Het is overal jeugdbeweging vóór en jeugdbeweging na ! En het gaat alles op bevel van de machthebbers der wereld, die niets in hun woeden ontzien !
Jongens moet men hebben. Meisjes kan men niet gebruiken ; dan alleen moeders om zonen te baren, ook ongehuwde moeders zijn daarom welkom. Men moet jongens, zonen des volks hebben ; gezonde, sterke, kloeke jongens, die handgranaten kunnen hanteeren, om ze te werpen rechts en links, om loopgraven te maken, om machinegeweren te richten, om kanonnen te sleepen. En dan vol van den geest der wereld, vervreemd van God en Zijn dienst. Zoo radicaal mogelijk, waarbij de namen zelfs niet meer dezelfde blijven.
Het recept van de wereld is : jongelingen opvorderen, die niet gebrekkig zijn en ze te voeden en te vormen naar en met den geest uit den afgrond.
Het recept Gods is daarentegen : jongelingen opvorderen, jongens en meisjes, de rijpende jeugd, de toekomst van het volk, de hoop des Vaderlands, opdat zij wijs van hart en kloek van verstand, zullen worden opgevoed en gevormd tot menschen Gods, met de vreeze des Heeren in het hart en volmaaktelij k toegerust tot alle goed werk.
Daniël en zijn drie vrienden, waren zulke kloeke jongelingen. En Jehova, Israels Bondsgod, waakte over hen en bekwaamde hen boven anderen. „En daar werden nergens gevonden gelijk deze jongelingen". Dat deed God !
Hieraan denken we ook in onze dagen. En als we de honderden en de duizenden jongelingen en meisjes van christelijke belijdenis voor ons zien, zooals zij in de dagen, die nu achter ons liggen; vergaderden door heel ons land, dan gaat de bede van ons hart op tot den Heere, om Hem te vragen, dat Hij onze rijpende jeugd mag begenadigen met de vreeze Gods in het hart, met kloek verstand en krachtig begeeren, om de Schriften te onderzoeken en te doen den wil des Vaders, zooals de Engelen in den hemel dat begeeren en doen. (Gat. Zondag 49).
Ook in de bangste tijden kan God en wil God dat doen.
De boodschap van Daniël spreekt hierin ook nu.
Heel treffend zegt ds. Walter Lüthi, dat men Marcus 1 eens leggen moet naast Daniël 1.
Daar lezen we toch van de eerste vier discipelen, die Jezus uitgekozen heeft, om ze op te nemen in Zijn bij zonderen dienst, als Zijn discipelen, om als visschers der menschen door Hem te worden bekwaamd en uitgezonden, tot rijken, veelvuldigen zegen voor de wereld, die in zich zelf alles mist, wat blij en gelukkig, wat wijs en sterk kan maken. Deze vier jonge mannen, door den Heiland uitgezocht, verlieten alles, om den Meester te volgen : Simon en Andreas, zijn broeder ; Jacobus, de zoon van Zebedeüs en Johannes zijn broeder.
Zulke jonge mannen, van God begenadigd en opgevoed en gevormd in de vreeze Gods, naar het Woord des Heeren, hebben we noodig!
Jeugdorganisatie — maar dan anders dan in Babel, anders dan in Duitschland en Italië, en anders dan óók wel voorkomt in andere landen.
Ook in ons land ! Het recept der wereld — niet. Het recept Gods — dat moeten we hebben !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's