De Heidelbergsche Catechismus
naar de verklaring van ZACHARIAS URSINUS (24)
De vrije wil is dus de macht of het vermogen om uit eigen beweging zonder dwang een voorwerp, door het verstand ons getoond, te willen of niet te willen, te verkiezen of te verwerpen. Dit vermogen nu wordt wil of uitspraak genoemd, met het oog op het verstand, dat het voorwerp, dat gekozen of verworpen moet worden, aan den wil toont. En dit vermogen wordt vrij genoemd ten opzichte van den wil, die uit eigen beweging het oordeel van het verstand zonder dwang volgt. Vrij beteekent : uit eigen beweging ; en dit is het tegenovergestelde van : onwillig en gedwongen ; maar niet tegenover noodwendig- Iets kan toch vrijwillig en noodwendig zijn tegelijk, maar niet vrijwillig en gedwongen. Zoo zijn God en de engelen noodwendig goed, doch niet gedwongen. Zij zijn volkomen vrij, omdat zij het beginsel van hun vrijheid n.l. de vrije wil in zich zelven hebben. Daarentegen noemt men gedwongen, als men het beginsel voor zijn beweging en zijn oorzaak alleen uitwendig heeft, niet ook inwendig, zoodat het daardoor zich zelf bewegen zou op de een of andere manier te handelen.
Tusschen noodwendig en gedwongen moeten we verschil maken, als tusschen geslacht en soort, of hoofd- en onderdeel. Want, al wat gedwongen is, is noodwendig, maar al wat noodwendig is, is daarom nog niet gedwongen. Zoo is er dan tweeërlei noodwendigheid, van onveranderlijkheid en van dwang ; deze laatste kan met vrijwilligheid niet bestaan, de onveranderlijkheid echter wel. Soortgelijk onderscheid is er ook tusschen vrij en gebeurlijk. Want al wat vrij is, is gebeurlijk, maar al wat gebeurlijk is, is niet vrij. Het vrije is derhalve de soort van het gebeurlijke ; zoo is het ook met het avontuurlijke en het toevallige.
2. Over het onderscheid tusschen de vrijheid bij God en bij de menschen. De vrijheid van den wil bij God en de redelijke schepselen heeft twee dingen gemeen. Ten eerste : dat God en de redelijke schepselen na beraad en in overleg handelen, d.i. de dingen kiezen of verwerpen na voorafgaande handelingen van het verstand en daarop volgende daad van den wil. Ten tweede : dat zij kiezen of verwerpen uit eigene innerlijke beweging zonder dwang. Ps. 104 : 24 ; 115 : 3 ; Gen. 3:6; Jes. 1 : 19 en 20 ; Matth. 23 : 37.
Het verschil tusschen de vrijheid bij God en bij de schepselen is drieërlei.
Allereerst in het verstand : daar God alle dingen uit Zich Zelven zeer volkomen van eeuwigheid begrijpt en aanschouwt, zonder eenige onkunde of dwaling in het oordeel. De schepselen weten het noch uit zich zelven, noch alles, noch tegelijkertijd ; en van Gods wil en werken weten zij slechts wat God hun wil openbaren ; ja ten opzichte van vele dingen zijn zij ook onkundig en dwalen dikwijls. „Doch van dien dag en ure weet niemand, ook niet de engelen des hemels, dan Mijn Vader alleen". Matth. 24: 36. „Hij geeft den wijzen wijsheid, en wetenschap dengenen, die verstand hebben". Dan. 2 : 21. „Wie heeft den Geest des Heeren bestierd, en wie heeft Hem als zijn raadsman onderwezen ? " Jes. 40 : 13. „En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem ; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de oogen desgenen, met Wien wij te doen hebben". Hebr. 4 : 13. „Het verlicht een iegelijk mensch, komende in de wereld". Joh. 1:9.
Het tweede verschil is in den wil, omdat Gods wil niet wordt bestuurd of afhangt van iets anders. Bij de engelen en de menschen is de wil zoo de oorzaak van hun handelingen, dat zij desniettemin door Gods verborgen raad en voorzienigheid worden geneigd tot het kiezen of verwerpen der dingen ; hetzij onmiddellijk door God, hetzij door middelen, goede of kwade, welke het God goeddunkt te gebruiken ; en dat het hun onmogelijk is iets tegen Gods eeuwig en onveranderlijk besluit te doen. Bij God past dus het woord „eigenen vrijmachtig", omdat God volkomen en alleenlijk eigen Heer is. Bij de schepselen past beter „vrijwillig". Zie : Filemon : 14 ; Hebr. 10 : 16 ; 1 Petr. 5 : 2. Bij de leer over de voorzienigheid komen we hierop nader terug.
Dat God de eerste oorzaak van Zijn raadslagen is, leert b.v. Ps. 115:3: „Hij doet al wat Hem behaagt". Dan. 4 : 35 : „En Hij doet naar Zijnen wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde. Dat des menschen neigingen en plannen afhangen van Gods werk en plan, lezen we b.v. in Gen. 24 : 7 : „Die zelf zal Zijn engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon vandaar een vrouw neemt." Ex. 3:16: „Ga heen en verzamel de oudsten van Israël, en zeg tot hen : De Heere, de God uwer vaderen, is mij verschenen, de God van Abraham, Izaak en Jakob, zeggende : Ik heb ulieden getrouwelijk bezocht en hetgeen ulieden in Egypte is aangedaan, " Hand. 2 : 23 : „Dezen, door den bepaalden raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, heht gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood." Hand. 3:17 en 18 : „En nu, broeders ! ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als ook uwe oversten. Maar God heeft alzoo vervuld, hetgeen Hij door den mond al Zijner profeten tevoren verkondigd had, dat de Christus lijden zou". Hand. 4 : 27 en 28 : „Ik weet, o Heere ! uat bij den mensch zijn weg niet is ; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte". Jer. 10 : 23 ; Spr. 21 : 1 enz.
Terwijl dus bij engelen en menschen alle tusschen-oorzaken enz. door God bestuurd worden, wordt Gods wil zelf door niemand bestuurd dan door Hem Zelf. Indien er iets buiten Hem was, dat Hem bestuurde, dan ware Hij niet God, d.i. de eerste en voornaamste oorzaak van al Zijn werken ; en zouden de schepselen in Zijne plaats gesteld worden. God buigt en bestuuurt den wil des menschen ; hen rukken en dwingen doet Hij niet. Door de dingen aan het verstand betoonen, beweegt Hij den wil des menschen krachtiglijk om te willen, wat het verstand dan goed oordeelt, en te verwerpen, wat het kwaad dunkt.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's