De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onderstreept!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onderstreept!

6 minuten leestijd

„Als we zien op den grooten ernst der dingen, dan is er niemand die mag slapen op zijn post"

Het opwekkend woord dat ds. Timmer in het vorig no. van ons blad, met betrekking tot de noodzakelijkheid van huisbezoek tot ons deed uitgaan en waarvan hierboven een zinsnede staat afgedrukt, is waard in zijn geheel te worden onderstreept.
Een ieder op zijn post. De wacht betrokken. En wanneer er ergens de wacht moet worden betrokken, dan toch zeker niet in de laatste plaats bij de huisdeur. Door die huisdeur is het in het bijzonder dat de vijandelijke macht tracht binnen te trekken, om zoo verder de gemeente langzaam maar zeker te verwoesten.
Zeker, het is volkomen waar :
Vergeefs op bouwen toegelegd; Vergeefs om 't huis voltooid te zien, Gezwoegd, gezweet, o arbeidsliên ! Zoo God Zijn hulp aan 't werk ontzegt. Vergeefs, o wachters, is uw vlijt, Zoo God niet zelf de stad bevrijdt.
Dat dus voorop gesteld. Maar daarnaast gaat tot Gods gemeente toch ook de opwekking uit : Doet aan de geheele wapenrusting Gods.
Daarom de wacht bij de huisdeur betrokken. En een der punten welke vooral bij ambtsdragers niet op hun agenda mag ontbreken, is huisbezoek.
Het is Pinksteren geweest.
En wie Pinksteren zegt, zegt Zending. Daarbij denken wij allereerst aan de uitwendige Zending, aan onze Gereformeerde Zendingsbond, maar mogen ook niet vergeten de inwendige Zending, onze Ned. Herv. Bond voor Inwendige Zending op Geref. Grondslag.
Maar wie inwendige Zending zegt, zegt in onze dagen ook huisbezoek. Dit gaat althans hand aan hand.
Denzelfden dag waarop de Waarheidsvriend verscheen, waarin het artikel van ds. Timmer over huisbezoek was opgenomen, deden wij des avonds huisbezoek. Huisbezoek, huis aan huis, zoodat getracht wordt alle Hervormde gezinnen en personen te bereiken. Op dien avond kwamen wij ook in een gezin dat in naam nog tot onze Herv. Kerk behoorde. Het bestond uit man, vrouw en één kind. Dit kind had men weliswaar nog naar de christelijke school gezonden, maar naar de kerk ging men nooit. Toen laatst hun ouders uit Zeeland over waren, welke altijd gewoon waren 's Zondags ter kerk te gaan, had men hen den weg naar de kerk gewezen, doch zijzelf waren thuis gebleven.
Bijbellezing vonden ze overbodig. Maar, zei de vrouw des huizes, nu mijn jongen op de christelijke school gaat, zal ik toch binnenkort in den Bijbel moeten gaan lezen. Want als hij mij iets daaromtrent gaat vragen, zou ik toch een figuur slaan indien ik hem nici kon beantwoorden. Het eenige doel bij haar voorgenomen Bijbellezen was dus : tegenover haar kind geen slecht figuur te slaan.
Is het niet zoo, dat ons huisbezoek ons hier tevens bracht op het terrein van de inwendige Zending. Daarom, wie inwendige Zending zegt, zegt huisbezoek. Maar dan heeft ook ieder lid van den inwendigen Zendingsbond zich ernstig af te vragen, of hij zich hier geen terrein ziet aangewezen, waar hij daadwerkelijk kan werkzaam zijn. Dat geldt natuurlijk evenzeer van de leden van onzen Gereformeerden Bond, maar zijn er nog leden van dezen Bond, die geen lid zijn van onzen Bond voor inwendige Zending ?
Ik las eens van iemand, die met een ontstoken keel naar een keelspecialist ging. Alvorens de specialist ook nog maar één blik in de keel van zijn patiënt geworpen had, stelde hij hem allerlei vragen, welke kennelijk ten doel hadden achter den financieelen welstand van den betrokkene te komen. Aan de hand daarvan zou hij dan kunnen bepalen, hoeveel hij hem wel voor de behandeling zou kunnen berekenen. De patiënt, welke den specialist door had, zeide tenslotte : wanneer u meer belang stelt in mijn portemonnaie dan in mijn keel, dan heb ik de eer u te groeten. En meteen vertrok hij.
Hieruit kunnen ook die gemeenten een les putten, die niet of bijna geen huisbezoek verrichten. Niet geheel ten onrechte zou de opmerking kunnen gemaakt worden : wanneer het om een geldelijke bijdrage gaat, weet men ons wel te vinden, maar verder....? En zeker, wanneer een kerkeraad of bestuur nalatig is wat huisbezoek betreft, dan blijft het evengoed de roeping der gemeenteleden om door hun bijdrage al het overige werk in Gods Koninkrijk, ook in eigen gemeente, te steunen. Waarbij vooral niet vergeten mag worden, dat gebrekkig huisbezoek vaak een gevolg is van het feit, dat de gemeenteleden zelf zich daarvoor niet of niet genoeg beschikbaar stellen. Maar toch, een opmerking zooals hierboven bedoeld, bevat niettemin wel eens een pijnlijke waarheid. En laat men nu niet zeggen : als men een dokter noodig heeft, dan weet men dien dokter wel te vinden, en dus, wanneer men zoo graag een dominé of een of andere ambtsdrager wenscht te spreken, dan moet men er ook maar heengaan. Want zoo is het toch niet. En zoo is het heelemaal niet, wanneer het betreft degenen die geheel van het kerkelijk leven dreigen te vervreemden. Het wachtwoord, dat de Heiland gaf, is niet: „Rustig afwachten", doch integendeel: „Gaat uit".
En wanneer er aan dat wachtwoord: „Gaat uit" voldaan wordt, al is het dan ook in veel gebrek, dan blijkt het huisbezoek, ja juist het huisbezoek, niet altijd een ploegen op rotsen te zijn.
Een voorbeeld, aan de praktijk ontleend. Onze gedachten gaan terug naar een kerkdienst, waarin de nieuwe lidmaten der gemeente hun belijdenis des geloofs aflegden. Onder deze nieuwe lidmaten bevond zich een tweetal, waarmede wij indertijd bij ons huisbezoek voor het eerst kennis maakten. Daarbij vernamen wij, dat voor hen de bioscoop meer aantrekkingskracht bezat, dan een opgang naar de voorhoven des Heeren. Zoo nu en dan werd weliswaar de kerk nog wel bezocht, doch men had er zoo weinig aan. Om kort te gaan, ons huisbezoek mocht aanleiding wezen dat beiden, sinds dien avond. Zondag aan Zondag getrouw naar de kerk kwamen en ook in de week al de Bijbellezingen volgden. Terwijl, zooals blijkt uit hun aanwezigheid bij de nieuwe lidmaten, zij den wensch te kennen gegeven hebben belijdenis des geloofs te willen afleggen. En is het niet treffend, dat de psalm, waarmede de dienst werd besloten, de psalm was, welke een van dit tweetal verzocht had te laten zingen :
Wie ver van U de weelde zoekt Vergaat eerlang en wordt vervloekt. Gij roeit hen uit, die afhoereeren En U den trotschen nek toekeeren. Maar 't is mij goed, mijn zaligst lot. Nabij te wezen bij mijn God. 'k Vertrouw op Hem, geheel en al, Den Heer', Wiens werk ik roemen zal.
Buiten gekomen, verklaarden beiden met een dankbaar hart, dat ze gedurende den tijd, die lag tusschen ons huisbezoek en deze plechtige ure, in hun leven Gods hand in velerlei dingen duidelijk hadden bespeurd.
Huisbezoek. Zeker, het brengt teleurstellingen mede. Maar toch ook bemoedigende ervaringen, die alle teleurstellingen doen vergeten.
Gaarne willen wij daarom de opwekking van ds. Timmer onderstrepen. Inzonderheid ook deze woorden : „Laat het daarom met ernst door ons allen worden bedacht, dat de zaak van den Koning haast heeft. De velden zijn wit om te oogsten. En laten we er ons nu niet met vroom gebaar van af willen maken".
„Als we zien op den grooten ernst der dingen, dan is er niemand, die mag slapen op zijn post".
Zoo is het.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Onderstreept!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1939

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's