NIENKE
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen
D'r was een feestavondje in Zevenhuizen geweest. De gymnastiekclub verjaarde, welk feit natuurlijk herdacht moest worden en waartoe al, wat in Zevenhuizen daarvoor in de termen viel, had medegewerkt. In een volle zaal van contribueerende leden en genoodigden waren eerst tal van oefeningen aan rekstok en brug gehouden, gevolgd door krachttoeren met ijzeren staven en gewichten, en geëindigd met verschillende standen onder Bengaalsche verlichting, waarbij vooral de marmergroepen bewondering wekten. Uitgezonderd een enkel nummer, deden de meisjes niets onder voor de mannelijke leden van Sparta, waarbij vooral de lenigheid en vlugheid van Mini Santema, die telkens vóórwerkster was, in het oog liep en het applaus van het publiek ontving. Na afloop had men natuurlijk nog een nafuifje gehad, waarbij het niet aan de noodige vroolijkheid ontbrak. Danslustigen vonden deze gelegenheid te mooi, om haar ongebruikt voorbij te doen gaan, en zoo was het reeds diep in den nacht geworden, toen Mini door Harm Visser naar Doniastate gebracht werd. 't Was niet de eerste maal, dat hij dit deed. Heel Zevenhuizen wist wel, dat deze jongelui het nogal met elkander op hadden, zeer tot ergernis van boer Santema, die het vooreerst niet hebben kon, dat een zijner kinderen omgang had met iemand, die niet tot den boerenstand behoorde, en dan, bij dergelijke vrijages, niet naliet te vragen, of de kapers, die om zijne dochters op de kust kwamen, voldoende kapitaalkrachtig waren. Wèl kon 't niet ontkend worden, dat Harm een knappe jongen was, die met groote toewijding studeerde voor bouwkundige, in de hoop later een betrekking bij het Rijk of de gemeente te krijgen, met kans op promotie, en dat de dorpstimmerman, naar veler gevoelen, er warmpjes inzat, doch voor den eigenaar van Doniastate leek het eene vernedering, dat Mini zich met zoo iemand afgaf. Een enkele maal waren hierover reeds harde woorden gevallen, doch de boerin had alles weten te beslissen, door te zeggen, dat het nog maar kinderen waren en hij zulke loopjes niet zoo ernstig moest opnemen. Zij waren zelf ook jong geweest en hadden wel eens een scharrelt je gehad met deze of gene, dat later vanzelf weer aan kant raakte, omdat het niet paste.
Den morgen na dien feestavond was het evenwel met Mini mis geweest. Als gewoonlijk, zou zij met Gabe en Tjerk en Maaike, die haar allen in leeftijd vóór waren, vroeg opstaan om te helpen bij 't melken, doch haar hoofd bonsde zoo en de stem was bijna weg, en de berst deed zoo pijn.
„Kou gevat", had vader gezegd, „'k Heb het heel goed begrepen. Eerst natuurlijk in 't zweet gewerkt met die kunstenmakerij in „de Zwaan", en toen van zelf na afloop „van den vloer", en toen in de nachtlucht op den weg geloopen. 'k Heb al zoo vaak gewaarschuwd, maar 't jonge volk weet het veel beter dan de ouden en heeft geen terechtwijzing meer noodig. Nu komt boontje om het loontje". Moeder Santema zocht alweer te besussen. De kinders moesten toch ook wat hebben en konden niet altijd als de heemhond aan een ketting zitten. De tijden waren nu anders dan 30, 40 jaar geleden ; maar toen hadden zij zich ook wel vermaakt met den „winter-joune-nocht", als Waling Dykstra kwam om voor te dragen of samenspraken hield en na afloop daarvan de jongelui ook nog bij vioolmuziek gingen dansen, net zoolang, als de herbergier voor dien nacht vergunning had kunnen krijgen en de veldwachter kwam om te zeggen, dat het sluitingsuur daar was. Geen wonder dus, dat het jongvolk nu ook uiting zocht te geven aan het leven, dat in hen bruiste. Al te strak het koord vasthouden, zooals dat bijvoorbeeld op „Burmania-state", bij de Piersma's gebeurde, gaf later vaak aanleiding tot allerlei onaangenaamheden of had wel eens ten gevolge, dat er een springen uit den band kwam met nog erger gevolgen.
Bovendien was Mini bijna altijd thuis. Gabe, de oudste zoon, en Maaike niet te vergeten, die hem in leeftijd opvolgde, konden er wat meê. Dat vader hen eens flink onderhanden nam, was niet overbodig, en meermalen maakte moeder zich over hen bezorgd. Vooral over Gabe, die zoo vroeg groot was en voor wien de boer een zwak had, omdat hij grootvaders naam droeg, en dan ook nog, omdat hij zoo op en top boer was, vooral ten opzichte van, den veehandel. Heel anders dan Tjerk, die meer van mijmeren en knutselen hield en urenlang in een boek kon zitten lezen, precies als Mini. Gabe kreeg nooit een boek in handen en Maaike ook niet, evenmin als de boer, wiens evenbeeld zij waren. Wimpie, de jongste, die nog op de H.B.S. ging, omdat die heelemaal niets moest hebben van de boerderij, en waarom de onderwijzer in ernstige overweging had gegeven hem te laten studeeren, bleef buiten beschouwing, omdat hij straks toch geheel van de anderen zich zou onderscheiden, als hij op studie kwam in een academiestad. Die ging nu al 's morgens vroeg met de tram naar de stad en kwam pas, 's avonds weer thuis, om dan de lessen voor den volgenden dag te leeren. Van dezen viel dus niets, te zeggen, maar opvallend was 't, hoe het andere 4-tal in tweeën zich deelde, waarbij Gabe en Maaike precies hunnen vader leken, en Tjerk en Mini, zoowel innerlijk als uiterlijk, het beeld hunner moeder vertoonden.
Als vrouw Santema ten opzichte van Mini zich, al bezorgd maakte, dan was dit met het oog op hare gezondheid. Mini was niet sterk, gelijk hare zuster. Zij kon plotseling zoo'n kleur krijgen en dan óók weer ineens „betrekken". Klagen deed zij bijna nooit, want dat zat niet in de familie, maar het ontging de moeder niet, dat zij soms méér last had, dan zij weten wilde. Graag ging zij naar de gymnastiekclub, omdat dit zoo'n leuk avondje was, waarop de jongelui bij elkaar kwamen en velerlei genoten werd. Bijzonder de jaarlijksche uitvoering, was natuurlijk het glanspunt van alles, en reeds was met Harm Visser een afspraak gemaakt. Hij was nummer één bij Sparta, gelijk zij bij de meisjesafdeeling, en het applaus, 't welk bij elken toer uit de zaal opklonk, gold vooral hen beiden Wanneer de speelgenooten hunne plagerijen dan ook op dit tweetal richtten, had niemand van hen daar iets, tegen
(Wordt voortgezet.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's