Rondblik buiten de Grenzen
Met groote deernis is overal kennis genomen van het droeve lot, dat de bemanning van de Engelsche duikboot „Thetis" getroffen heeft. Van de honderd menschen, welke deze tragisch-verloopen proeftocht meemaakten, konden er slechts twee gered worden. Omtrent de oorzaak van deze ramp tast men in het onzekere. Het spreekt van zelf, dat hiernaar een grondig onderzoek zal worden ingesteld. Maar daarmede kan de rouw, welke in honderden families, door het verlies van dierbare betrekkingen heerscht, niet worden verlicht. Het is een van de grootste rampen, welke de Engelsche marine in vredestijd heeft getroffen. Bij de reddingswerkzaamheden werden, naar de courantenberichten meldden, duikers te hulp geroepen, die in den wereldoorlog veelvuldig dienst hebben gedaan bij soortgelijke reddingspogingen. Dat herinnert ons er weer eens aan, dat duikboot-rampen in oorlogstijd eigenlijk „heel gewoon" zijn. Dan wordt immers alles in het werk gesteld om vijandige duikbooten naar den kelder te jagen, zooals de duikbooten tot taak hebben om de schepen van de tegenpartij onschadelijk te maken. Zoo hebben de Duitsche onderzeeërs, waarvan er 400 tijdens den oorlog gebouwd werden, 6500 schepen in den grond geboord, terwijl Duitschland l00 torpedobooten en 200 onderzeeërs, tijdens deze verschrikkelijke 4-jarige periode, verloren heeft. Van de andere mogendheden staan ons op dit oogenblik geen desbetreffende gegevens ter beschikking. Maar dit voorbeeld is wel voldoende om te doen beseffen hoeveel ellende er reeds door en met onderzeebooten geleden werd.
Dat de bemanning van de „Thetis" echter in vredestijd reeds op zoo smartelijke wijze den dood moest vinden, is wel héél tragisch. Het kan immers welhaast niet anders, of deze ramp is aan een fout of vergissing van een der opvarenden te wijten.
Tegen de verwachting in, kan op dit oogenblik nog niet gemeld worden, dat de Engelsch-Russische onderhandelingen in een officieel accoord hun bekroning hebben gevonden. Het zal wel in orde komen, doch Rusland schijnt aan politieke winst te willen binnenhalen wat er maar te halen valt. Als „half-Aziatische mogendheid" is Rusland nooit voor heelemaal „vol" aangezien door de Europeesche diplomaten en nu deze Moskou noodig hebben, willen de Russen voor de geleden achteruitzetting revanche nemen. Het geheele, tot nog toe opgebouwde, garantiewerk zou Moskou opnieuw op de helling willen plaatsen om daaraan gelijkwaardig deel te hebben. Het schijnt dat Frankrijk, waar men de waarde van Russische medewerking niet onderschat, nu zijn invloed moet aanwenden om Londen en Moskou tot overeenstemming te brengen. Daladier verklaarde dezer dagen openlijk, dat de Engelsche eischen aanvankelijk voor Rusland inderdaad onaanvaardbaar waren. Chamberlain wist echter wel waarom hij slechts traag tot samenspreking met Rusland overging.
De internationale toestand schijnt overigens wel toe te laten dat de Britsch-Russische besprekingen in kalm tempo worden gevoerd. Niemand heeft blijkbaar haast. De incidenten te Danzig waren voor de Duitsche pers wel aanleiding om hoog van den toren te blazen, doch internationale gevolgen had dit geharrewar gelukkig toch niet. Hitler hield een redevoering, die in de wereldpers nauwelijks wordt genoemd en over de Italiaansche eischen werd de laatste weken niet meer gerept. We hebben over deze merkwaardige stilzwijgendheid reeds eerder geschreven. Een goed koopman weet zijn tijd af te wachten. „De ware zenuw-oorlog is begonnen" — zeide deze week een Fransch woordvoerder. Dit woord is, naar we meenen, een uitvinding van Goebbels, die van een „Nervenkrieg" sprak. Wat men er mee bedoelt, is duidelijk.
Daladier heeft overigens reeds eerder te kennen gegeven dat Frankrijk zich niet zenuwachtig laat maken. En de redevoering, welke de Fransche premier deze week hield, was daaraan evenredig. Daladier wil wel onderhandelen, doch men moet goed weten dat het met de gewelddadige veroveringen uit is. „Wij zeggen „neen" op agressie, op autarchische tyrannie, op eischen van zoogenaamde levensruimte en wij zeggen „neen" op alles, wat geweld en ruwheid is". Tot alles wat zou kunnen leiden tot een hervatting over de geheele wereld en tot een billijker verdeeling van de grondstoffen, verklaarde Daladier zich bereid mede te werken. Deze verklaring is niet zonder beteekenis. Ze houdt eigenlijk de erkenning in, dat de verdeeling van de grondstoffen billijker kan geschieden, dan op 't oogenblik. Dat is bijna hetzelfde, wat ook Hitler steeds beweerd heeft. Alleen wilde de Führer dit probleem oplossen door Duitschland weer koloniën te geven. En de bereidheid daartoe is bij de andere mogendheden nog niet zoo bijster groot. De voorstelling, alsof voor Duitschland het grondstoffen-vraagstuK onlosmakelijk met het koloniale probleem verbonden is, vormt echter een onderdeel van de geheele politiek van het Derde Rijk. We lazen onlangs een grapje over een Duitsche huisvrouw, die aan haar Zwitsersche vriendin vertelde, dat er in Duitschland toch zoo weinig koffie te krijgen was, „omdat Duitschland zijn koloniën ontnomen waren". De Zwitsersche vriendin schreef terug, dat ze daar niet veel van begreep ; in Zwitserland, dat óók geen koloniën bezit, was koffie genoeg ! De kwestie is natuurlijk, dat men in Duitschland meent het geld dat anders voor koffie e. d. wordt besteed, beter voor oorlogsdoeleinden kan aanwenden. „Liever kanonnen, dan boter...", verkondigde Goerring reeds. En boter is, naar we meenen te weten, toch geen koloniaal product. Maar het koffie-gebrek moet aan de koloniale eischen dienstbaar gemaakt worden. Goebbels en zijn medewerkers zijn er verbazend handig in om van den nood een deugd te maken. Door de weergalooze herbewapening en de brutale agressie-politiek van het Derde Rijk, werden de bedreigde mogendheden, nolens volens, tot gezamenlijke afweer gedwongen. Maar deze afweer-pogingen worden nu weer als „omsingelingspolitiek" gebrandmerkt en als zoodanig aangegrepen om de voortgezette Duitsche bewapening te rechtvaardigen. „Wij zijn voor samenwerking", verklaarde Daladier, „hetgeen het tegenovergestelde van omsingeling is. Doch telkens wanneer wij een schrede gedaan hebben op den weg der samenwerking, heeft men ons met een gewelddadige actie beantwoord".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1939
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's